Thema: De omgekeerde wereld

‘The sun may rise in the East,
but at least it settles in a fun location’
Red Hot Chili Peppers – Californication (1999)

‘The sun is setting on the American empire
and it is rising in Asia: they will ultimately be the leaders’
Peter Schiff in de Tegenlicht: Sponsors voor Uncle Sam (15 september 2008)

Op de vliegvelden van Singapore en Dubai is het vandaag de dag oneindig veel prettiger toeven dan op JFK, New York. Aziatische landen en olierijke Golfstaten voorzien noodlijdende banken in Amerika en Europa van levensreddende kapitaalinjecties. En terwijl Amerikanen met hypotheekschulden naar tentenkampen verhuizen, verruilen burgers in het Oosten hun tenten en hutjes voor wolkenkrabbers. Het lijkt wel of de ontwikkelde wereld en ontwikkelingslanden stuivertje wisselen: Waar vroeger kennis en kapitaal van West naar Oost en Noord naar Zuid gingen, verschuift het economisch zwaartepunt van de wereld nu naar het Oosten. Tegenlicht besteedt vier weken lang aandacht aan dit fenomeen van ‘omgekeerde globalisering’.

Hoe de koers van globalisering keerde

door: William de Bruijn (researcher Tegenlicht)

VIER KWADRANTEN
Trek op de wereldkaart een verticale lijn van Moermansk via Cairo naar Dar es Salaam en creeër aldus een Westelijk en een Oostelijk halfrond. Neem vervolgens als horizontale as de lijn Caracas – Addis Abeba – Ho Chi Minstad. Ziedaar de wereld in vier kwadranten: de VS, Canada en Europa vormen het Noord-Westen; Rusland en Azië liggen in het Noord-Oostelijk ‘kwartrond’. In de Zuid-Westelijke kwadrant Latijns Amerika en sub Sahara Afrika; in het Zuid-Oosten Indonesië en Oceanië.

Voor de nieuwste geschiedenis (vanaf ongeveer 1850) geldt: de grootste economische welvaart, technologische ontwikkeling en internationale handel kwam tot aan pakweg de jaren 1960 in het kwadrant linksboven tot stand. Weliswaar met gretig en soms schaamteloos gebruik van wingewesten uit de andere kwadranten, maar toch: de Industriële Revolutie ontstond in Engeland, verbreidde zich naar de rest van Europa en de toorts van post-industriële ontwikkeling werd vervolgens in de 20e eeuw door de VS overgenomen.

Ooit sprak ik met een Braziliaanse onderhandelaar bij de WTO, over o.a. de opkomst van de zogenaamde G20 groep. Die man stelde vol vertrouwen: ‘Het tijdperk waarin Noord-Amerika, Europa en Japan de lakens uitdeelden in de internationale handel is definitief voorbij’. Het vastlopen van de Doha ronde afgelopen zomer -voornamelijk door de onwrikbare opstelling van China en India tegenover de VS- heeft dat weer eens geïllustreerd. De hegemonie lijkt in etappes te breken. Eerst de opkomst en relatieve ondergang van Japan als economische wereldmacht tussen ruwweg 1964-1989, en later het verhaal van de vier Aziatische tijgers. Ook kreeg deze economische opkomst al een eerste weerslag in de internationale politiek: vanaf het begin in 1975 is Japan lid van de G6. Pas in 1998 werd de G7 uitgebreid naar G8 door het omstreden lidmaatschap van Rusland.

Inmiddels, in de jaren nul, leven we in het tijdperk van de zogenaamde BRIC-landen. Een troetelnaam van met name beleggers voor de snelste groeiers van de laatste tien jaar: Brazilië, Rusland, India en China. De drie laatstgenoemden versterken het belang van het Noord-Oostelijke kwadrant. En ook Indonesië en Oceanië zijn economisch bepaald niet achterlijk en zitten aardig in de groei. Het is niet zonder betekenis dat tegenwoordig ook China, India en Brazilie op beperkte schaal deelnemen aan het G8 overleg. Die G8 kunnen wel eens gaan uitgroeien tot een G11. Maar onlangs, bij de laatste G8 -top (nota bene gehouden in Rusland) waren ook Mexico en Zuid-Afrika al genodigd, dus langzamerhand begint de groep van grootste en rijkste industrienaties samen te vallen met de G20. (zie: http://en.wikipedia.org/wiki/G20_industrial_nations)

MONDIALISERING
Wat betekenen die ontwikkelingen in de laatste 20 a 30 jaar dan voor het fenomeen globalisering? Wellicht het besef dat globalisering een gefaseerd proces is : fase 1 beslaat de periode 1990-2001. De VS worden geleid door George Bush senior (tot 1993) en twee ‘terms’ Bill Clinton. Bush sr. geldt als de winnaar van de Koude Oorlog en Clinton ‘perceived that globalization had the potential to harmonize behavior, customs, and politics and usher in prosperity, development, and democracy. As the world's only superpower, the United States would lead the way toward openness, free access, and political stability’.
(zie: http://www.americanforeignrelations.com/E-N/Globalization.html)

Deze ‘America-led globalization’ leek (voor ons?) een tijdlang een unipolaire wereld op te leveren, waarvan de VS het model waren. Zoals Brad Setser het uitdrukt in bijgevoegd videofragment: ‘in the 90ies there was an expectation that by the term globalization what was really meant was the flow of capital and investment and technology and knowhow from the advanced economies -the US and Europe- to the emerging world. In the current decade we see emerging economies now financing the US & Europe. And many companies in the emerging world, often state-owned, are now looking to expand and take over companies in the West’ (zie videolink rechts). Kortom: de koers van de globalisering gaat niet meer van West naar Oost en van Noord naar Zuid, maar net zo goed andersom.

Zoals de internationale politieke arena multipolair is geworden, zo ook is de wereld ‘multi-civilizational’, om een term van Kishore Mahbubani te lenen. Dat China al 30 jaar lang de hoogste economische groei heeft kan ook aan internationale gremia als IMF, Wereldbank en WTO niet zomaar voorbijgaan. Dus na 2001 zal de huidige economische machtsverschuiving ook uiteindelijk maar onvermijdelijk op het geopolitieke vlak z'n beslag krijgen.

OMKERING
Fase 2 van de hedendaagse globalisering zou dan ook weleens de geschiedenis in kunnen gaan als ‘de omkering’. Het was een hoge financiële functionaris in Dubai, Nasser al Shaali, die voor zover wij kunnen nagaan, voor het eerst de term ‘reverse globalization’ gebruikte. Globalisering keert om, als in een ‘u-turn’: produkten, kapitaal, kennis en knowhow gaan in toenemende mate van Oost naar West vloeien, en misschien ook ooit nog wel van Zuid naar Noord. Zoals Nouriel Roubini op het World Economic Forum in Davos verzuchtte: 'De VS lijkt wel een emerging market...'
In elk geval is de macht in de andere drie kwadranten van de wereldkaart aanzienlijk aan het toenemen. Al Shaali lijkt ervan overtuigd dat dit de Eeuw van Azië zal inluiden: 'Reverse globalization - when you have emerging market players going out and acquiring developed institutions - is a tide that no matter how you try to swing against it, will be very very prevalent in the years to come’. De draairichting van de aarde is niet langer van West naar Oost maar andersom.
(zie: http://www.rgemonitor.com/setser-monitor/186514/reverse_globalization)

Eind jaren '90 ging het erom of landen gingen 'inpluggen' in de wereldeconomie. Nu zien we in de toenemende economische interdependentie dat er steeds meer landen 'meedoen'. Een aardige proef op de som is die heerlijke site flickrvision.com. Daar zien we op een voortdurend schuivende wereldkaart hoe elke seconde ergens ter wereld foto's en kiekjes worden ge-upload naar Flickr: het zijn kleine impromptu beeldjes van onze relatief steeds kleiner wordende aarde. Het grootste deel van de digitale foto’s komt nu nog uit de VS en Europa. Maar Azië en Zuid-Amerika zijn al sterk in opkomst. En sinds in augustus 2008 bekend werd dat China Amerika heeft gepasseerd in het aantal internet-aansluitingen zouden we vanaf de komende jaren wel eens steeds vaker beelden uit het Oosten voorgeschoteld kunnen krijgen. (zie: http://www.flickrvision.com)

MODEL
De groei van economieën is op het eerste oog eenvoudiger te extrapoleren dan geopolitieke ontwikkelingen. In het interview dat Tegenlicht met hem had (zie transcript bij de uitzending van 1 september) somt Mahbubani al de 4 grootste economieën van het jaar 2050 op: China, VS, India en Japan. Maar wat zal het politiek-economische model worden, als het accent van de wereld naar het oosten schuift? Koen Haegens in De Groene Amsterdammer probeerde die vraag onlangs te beantwoorden met vrewijzing naar het werk van Giovanni Arrighi en David Harvey. Hij komt tot 3 opties:
- China zal de nieuwe fakkeldrager van het neoliberalisme worden, en er een Oosterse draai aan geven: van 'neoliberalisme light' naar 'neo-liberalisme met een bite' (Harvey)
- China zal op basis van ervaringen met het kapitalisme en vooral ook het (vakbonds-)verzet daartegen een heel nieuw Chinees economisch model gaan ontwerpen (Arrighi)
- onvrij staatskapitalisme a la Singapore wordt hét nieuwe model (James Burnham)
En met dat laatste zijn we weer helemaal terug bij good old Lee Kuan Yew, stichter van Singapore en naamgever van het instituut waarover Mahbubani de leiding heeft.