Islamkritiek in Nederland

Hieronder volgt een kort overzicht van de islamkritiek zoals deze in Nederland sinds 1989 is geuit.

1989
Naar aanleiding van de ‘fatwa’ die ayatollah Khomeini uitvaardigt tegen Salman Rushdie barst in Nederland een discussie los over het beginsel vrijheid van meningsuiting. Hoewel het merendeel van de moslims in Nederland de ‘fatwa’ waarin Khomeini een doodvonnis uitspreekt afkeurt, keurt een klein deel in Nederland dit toch goed. De publieke verontwaardiging richt zich vervolgens op deze minderheid, en voor het eerst is er sprake van een polarisatie tussen moslims en Nederlanders.

1991
Frits Bolkestein betoogt in de Volkskrant dat migranten in Nederland zich dienen aan te passen aan de Nederlandse rechtsstaat. Hij schrijft verder dat hij de Islam als een gevaar ziet voor de Nederlandse samenleving en is van mening dat sommige culturen onverenigbaar zijn met elkaar. Hij doelt hiermee specifiek op de Islam en de westerse liberale democratie.

1996
Het boek ‘Tegen de islamisering van onze cultuur’ van Pim Fortuyn komt uit. Veel van de in dit boek geuite kritieken ten opzichte van de islam en de islam in Nederland zullen later terugkomen in de verkiezingsstrijd die Fortuyn in 2002 met zijn LPF voert.

2000

In NRC Handelsblad verschijnt ‘Het multiculturele drama’ van Paul Scheffer. Hij is van mening dat de multiculturele samenleving in Nederland een complete mislukking is. Problemen als hoge werkloosheid en hogere criminaliteit onder de etnische minderheden worden door de politici vaak met de mantel der liefde bedekt. Ook Scheffer is van mening dat de Islam bijdraagt aan de slechte integratie van Turkse en Marokkaanse jongeren.

2001
De Rotterdamse imam El-Moumni spreekt zich in Nova uit tegen homoseksualiteit. Hierdoor barst opnieuw een hevige discussie los over de vraag of het gedachtegoed van de Islam verenigbaar is met de ‘westerse waarden’. El-Moumni spreekt zich in dit interview met Nova ook uit tegen het gebruik van geweld jegens homoseksuelen. Nova besluit deze laatste uitspraak echter niet uit te zenden.

2001
9/11 schokt de wereld. In een poging het nieuwe politieke klimaat te verklaren publiceert het dagblad Trouw daags na de aanslagen een Nederlandse vertaling van het in 1990 geschreven essay ‘The Roots of Muslim Rage’ van Bernard Lewis. Lewis, behorende tot de school van de neo-conservatieven en een voorstander van militair ingrijpen in het Midden-Oosten, sprak hierin als eerste over de onvermijdelijke botsing der beschavingen. Steeds vaker wordt nu ook in Nederland gesproken van een ‘wij’ en ‘zij’ wanneer het gaat over moslims en het westen.

2002
Pim Fortuyn, die de ‘Islam’ een achterlijke cultuur noemde, wordt op 6 mei vermoord op het mediapark. Nederland haalt opgelucht adem wanneer de dader geen moslim blijkt te zijn maar een milieuactivist.

2003
In een interview noemt Ayaan Hirsi Ali de profeet Mohammed naar westerse maatstaven gemeten een perverse man. Hirsi Ali uit haar kritiek vooral op de achtergestelde positie van vrouwen binnen de Islam. De vrouwenbesnijdenis onder islamitische vrouwen is hierin een belangrijk onderwerp. Dat deze besnijdenis bij de Christelijke Kopten uit Egypte ook veelvuldig voorkomt en zodoende eerder een regionaal gebruik lijkt te zijn lijkt niet relevant te zijn.

2004
Na moslims al eerder ‘geitenneukers’ genoemd te hebben komt Theo van Gogh in samenwerking met Hirsi Ali met de film ‘Submission Part 1’. In de film worden bepaalde koranverzen letterlijk uitgevoerd. Submission wekt hierdoor de indruk dat er weinig vrije interpretatie plaatsvindt bij het lezen van de Koran. De film kost Theo van Gogh uiteindelijk zijn leven wanneer hij door Mohammed B. met messteken om het leven wordt gebracht.

2004
Twintig dagen na de moord op Theo van Gogh vindt er opnieuw een incident plaats waardoor de Nederlandse moslimgemeenschap negatief in het nieuws komt. Wanneer Rita Verdonk een imam de hand wil schudden, weigert hij vanuit religieuze overtuiging. Opnieuw laait de discussie op of Islam en het westen wel verenigbaar zijn.

2007
Ehsan Jami richt samen met nog twee anderen het Centraal Comité voor ex-moslims op. Hij wilt hiermee afvalligheid bespreekbaar maken binnen de islamitische gemeenschap in Nederland. De wijze waarop Jami zich uitlaat over de Islam en zijn profeet getuigt echter van weinig respect. Zo noemt Jami, in de media steevast aangekondigd als ex-moslim, Mohammed meerdere malen een pedofiel.

2008
Geert Wilders komt met zijn langverwachte film ‘Fitna’. In deze film laat hij zien dat de Islam en het westen niet verenigbaar zijn en de Islam zelfs een bedreiging vormt voor Nederland. Wilders heeft het eerder al over een ‘tsunami van moslims’ en vergelijkt de Koran met ‘Mein Kampf’ van Adolf Hitler. Een goede onderbouwing van dit alles blijft uit. Wilders’ film verliest nog meer geloofwaardigheid als een in zijn film getoonde foto van Mohammed B., in werkelijkheid de rapper Salah Edin blijkt te zijn.

Bronvermelding:

Dick Douwes, Martijn de Koning, Welmoet Boender, ‘Nederlandse moslims – van migrant tot burger’
(Amsterdam, Uitgeverij Salomé, 2005)

Ayaan Hirsi Ali, ‘Submission; de tekst, de reacties en de achtergronden’
(Amsterdam, Uitgeverij Augustus, 2004)

Henk Driessen (redactie), ‘In het huis van de islam’
(Nijmegen, Uitgeverij Sun, 2004)

Baukje Prins, ‘Het lef om taboes te doorbreken’
(Migrantenstudies, 2002, NR.4)