De Borinage

Borinage, Charleroi, Luik; het zijn allemaal plaatsen waar vandaag de dag een schaduw van grimmigheid, armoede, en werkloosheid over hangt. Nog geen 60 jaar geleden was dit beeld ondenkbaar. Vooral in de streek de Borinage (Wallonië) brachten steenkool en staal toen nog brood op de plank.

De Borinage is een streek in de Waalse provincie Hainaut (Henegouwen), die bekend stond om zijn steenkool en staalindustrie. De streek strekt zich uit in het zuiden van België tot aan de Franse grens, met de bekendste steden Wasmes, Boussu, Hornu, Frameries, La Bouverie, Eugies, Saint-Ghislain, Dour en Cuesmes. De naam komt van borin of borain, het Franse woord voor mijnwerker. De hoofdstad van Hainaut is Mons (Bergen) en ligt ten oosten en noordoosten van het gebied.

Een korte geschiedenis van de mijnwerkersstreek

Vanaf 1817 bloeide in Hainaut de handel in steenkool, ijzer, zink, machinebouw en glas op. Karl Marx (1819-1883) noemde de streek niet voor niets het kloppende hart van de continentale industrie. In deze tijd was Wallonië, na Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, de grootste economische macht ter wereld, in tegenstelling tot het arme Vlaanderen. In 1901 schreef August de Winne het boek ‘Door Arm Vlaanderen’ waarin hij onder andere verslag deed van de werkloosheid, de armoede, de kinderarbeid, de grote gezinnen met de veel kindersterfte en het soms levensgevaarlijke werk in het Vlaanderen van toen. Eén op de zeven Vlamingen kreeg een bepaalde vorm van bijstand. Dit resulteerde een migratiegolf van Vlamingen naar Wallonië vluchtte tussen 1840 en 1850.

Aan het einde van de negentiende eeuw trokken kunstenaars naar de Borinage om de mythe van deze streek vast te leggen op het doek. Ook een omvangrijke groep Nederlandse kunstenaars streek er neer, waaronder Johannes Bosboom en Isaac Israëls. Zij volgden het spoor van Vincent van Gogh die er al eerder vertoefde. Hij huurde in 1879 als lekenprediker een kamer in Wasmes. Een half jaar later vertrok hij naar Brussel. Hier schilderde hij onder andere portretten van de Borinage.

Tot in het begin van de twintigste eeuw bleef de Borinage succes boeken met zijn industrie; in 1920 werkten er bijna veertigduizend mensen in de mijnen. Krap tien jaar later maakten de Waalse mijnen echter het eerste verlies: 800 miljoen frank. De omstandigheden waarin de mijnwerkers leefden werden door Henri Storck en Joris Ivens vastgelegd in de documentaire ‘Misère au Borinage (1934)’. De film was een felle aanklacht tegen de erbarmelijke omstandigheden waarin de families leefden. De mijnwerkers die met hun eigen handen de kolen uit de grond hadden gehaald, waren te arm om zelf kolen te kopen en moesten naar de afvalbergen om resten koolgruis te schrapen. De film laat de harde maatschappelijke tegenstellingen tussen arbeid en kapitaal zien tijdens de crisisjaren.

Bijna 70 jaar na deze memorable documentaire maakte Patrick Jean ‘Les enfants du Borinage: Une lettre à Henri’. Hij ging op zoek naar de kinderen van de mijnwerkers en trof mogelijk nog een slechtere situatie aan. Jean filmde de sociale ellende van vervallen mijnen, armoede en werkeloosheid. Inwoners van de Borinage tonen hun woede, maar ook hun schaamte over deze ellende. Door de getuigenissen heen loopt een rode draad van ziekte, honger en afwezigheid van de sociale diensten die te hulp zouden moeten schieten. Sommige gezinnen hebben sinds drie generaties geen werk meer. In 1999 ontving hij voor zijn werk de Zilveren Wolf-prijs van het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA) voor de beste op videoformaat vertoonde productie.

Tegenwoordig is de situatie in de Borinage niet veel beter. Ondanks de aanzienlijke Europese subsidiestromen om de economie een nieuw leven in te blazen blijft de werkloosheid vijftig jaar na het sluiten van de mijnen er de hoogste van België. Het enige positieve nieuws is dat de internetfirma Google in april 2007 besloot een nieuw datacenter te bouwen in Saint-Ghislain, vlakbij de stad Mons (Bergen). Met de bouw van dit datacenter wordt ruim 250 miljoen euro geïnvesteerd in de plaatselijke economie en de Waalse politici hopen dat dit een nieuwe impuls voor de regio zal betekenen.