Wallonië, een bewogen geschiedenis

In de negentiende eeuw was Wallonië nog de derde industriële en economische macht ter wereld, na Groot Brittannië en de Verenigde Staten. De staal- en kolenindustrie groeide gestaag en er was een grote vraag naar arbeidskrachten. In Vlaanderen daarentegen leed men in die tijd ‘in stilte’ honger. Vandaag de dag zijn de rollen omgedraaid en heerst er een ongekende armoede in deze Belgische deelstaat. Lees hier meer over Wallonië en zijn geschiedenis van succes en teloorgang.

WALLONIЁ

De zuidelijke deelstaat van België wordt Wallonië genoemd.

- Hoofdstad: Namur (Namen)
- Grondgebied: 16.844 km²
- Bevolking (2008): 3.456.775
- Bevolkingsdichtheid: 205 inw./ km²
- Volkslied: Le chant des Wallons
- Grootste steden: Charleroi, Liège (Luik), Mons (Bergen), Namur (Namen), Tournai (Doornik) en Verviers
- Taal: overwegend Franstalig, maar in de Oostkantons (het oosten van Wallonië) wonen zo’n 70.000 Duitstaligen. In enkele gemeenten tegen de taalgrens aan wonen ook Nederlandstaligen.

- Nationale feestdag: de 3e zondag van september. Op deze dag wordt de herdenking van de overwinning (in 1830) van de Belgische patriotten op de Nederlandse regeringstroepen gevierd. De definitieve onafhankelijkheid van België duurde uiteindelijk tot 1839. Aangezien de revolutie door de Walen gestart is, is deze feestdag speciaal bestemd voor de Franstaligen in België.

- Politiek: De volksvertegenwoordiging van het Waals Gewest is het Waals Parlement. Dit parlement telt 75 zetels en wordt eens in de vijf jaar gekozen. Sinds 2007 is Rudy Demotte minister president van Wallonië (zijn voorganger was de socialist Elio Di Rupo). De leidende politieke partij in Wallonië is de PS (Parti Socialiste), waarvan Di Rupo partijvoorzitter is. De politiek van de PS wordt gekenmerkt door clientélisme en corruptie. In een artikel van de NRC (8-9-2007) verkondigt Verbeken, schrijver van het boek ‘Arm Wallonië’, dat alles in de Waalse steden bestuurd wordt door leden van de PS (o.a. water- en gasmaatschappijen, lokale tv-zenders, ziekenhuizen, sociale diensten en scholen). Vlamingen en Walen hebben elk hun eigen partijen en kunnen niet op elkaars kandidaten stemmen. In de federale regering besturen Vlamingen en Walen samen het land. In tegenstelling tot het liberale Vlamingen is Wallonië voornamelijk socialistisch.

- Werkeloosheid: Volgens statistieken uit 2007 is 43 % van de Walen tussen de 15 en de 64 jaar werkeloos. Volgens Verbeken waren veel gezinnen in Wallonië al drie generaties werkeloos. Dit houdt in dat zowel de grootouders, ouders en kinderen geen betaalde baan hebben.

GESCHIEDENIS

1840-1850: Eerste golf Vlamingen die naar Wallonië vluchtte. Door grote hongersnood, tyfus en cholera in het Vlaamse Gewest staken zo’n 100.000 Vlamingen als economisch vluchteling de taalgrens over om in de landbouw en de mijnbouw te werken. Wallonië bezat vele grondstoffen, zoals ijzererts, marmer, steenkool en zelfs goud. Op de as van Mons (Bergen) tot Liège (Luik) werd steenkool ontgonnen en hier ontwikkelden zich de meeste industriële centra. De Borinage is een bekende mijnstreek, maar ook Le Centre, Charleroi en het Luikse Bassin waren populair. In totaal staken tussen de 300 en de 500.000 Vlamingen de grens naar Wallonië over.

1885: De tweede voedselcrisis bracht een nieuwe golf Vlaamse migranten naar Wallonië.

1886: De Waalse dichter Albert Mockel start een nieuw tijdschrift, ‘Wallonië’ genaamd, en maakt hiermee de naam voor dit gebied gemeengoed in de volksmond. De idee van twee gescheiden landen, Vlaanderen en Wallonië, was hiermee geboren. Vanaf 1898 werden er verscheidene federalistische projecten voorgesteld (die vervolgens ook weer verworpen werden).

1912: De Belgisch politicus Jules Destrée schrijft de beroemde brief aan koning Albert I met de beginwoorden: ‘Sire, er zijn geen Belgen’. In deze brief haalt Destrée zwaar uit naar de Vlamingen die hij verwijt de Walen zowat alles ontnomen te hebben. Volgens hem was een eenduidig België niet mogelijk door de grote verschillen tussen Vlamingen en Walen.

1930: Waalse economen waarschuwen voor de instorting van de Waalse industrie. De industriële en mijninfrastructuur waren toen al verouderd.

1950-1960: Het begin van de instorting van de Waalse industrie. Fabriekeigenaren verlieten massaal de streek, aangezien het naar boven halen van kolen steeds duurder werd en de kolenaders uitgeput raakten. Er werd niet meer in nieuwe industrieën geïnvesteerd en de industriegebieden en mijnstreken verpauperden. In La Louvière alleen al gingen in drie decennia 65.000 banen verloren. Er werd niet meer geïnvesteerd in nieuwe industrieën. Het arme Vlaanderen daarentegen investeerde in de bouw van nieuwe havens bij Zeebrugge en Gent. Antwerpen bezat al een bloeiende haven, omdat hier de in- en uitvoerhaven van Wallonië was. Binnen korte tijd verplaatste het economisch zwaartepunt in België zich van Wallonië naar Vlaanderen.

1963: De taalgrens tussen Wallonië en Vlaanderen wordt officieel vastgesteld.

1966: Het eerste jaar dat het inkomen per hoofd van de bevolking in Vlaanderen groter was dan in Wallonië. Een jaar later telde Wallonië voor het eerst de meeste werkelozen.

1968: ‘Zwarte dinsdag’ op 6 februari 1968 in het Vlaamse Leuven, waarbij alle Franstaligen uit de katholieke universiteit in Leuven verdreven werden. Net over de taalgrens werd er door de Franstaligen binnen tien jaar een nieuwe universiteitsstad voor 20.000 mensen gebouwd, Louvain-la-Neuve geheten. Als gevolg van deze universiteitssplitsing splitsen meerdere sectoren zich, waaronder het college van bisschoppen, vakbonden en politieke partijen.

1970: Er worden drie gemeenschappen en drie gewesten opgericht in België. Het Waalse gewest is bij deze geboren.