Het Europese ondernemingsmodel: kracht door diversiteit

“In verscheidenheid verenigd”, zo luidt het motto van de Europese Unie. Maar is deze verscheidenheid nu een kracht of een zwakte? De Europese verscheidenheid staat vaak synoniem voor het vooropstellen van nationale belangen en politieke onenigheid, maar DONALD KALFF, oud KLM-topman en publicist, ziet vanuit het perspectief van de ondernemer juist grote kansen in de diversiteit van Europa.

De armoede van het Amerikaanse ondernemingsmodel

In zijn boek Onafhankelijkheid voor Europa. Het einde van het Amerikaanse ondernemingsmodel, dat in het Engels verscheen onder de titel An Un-American Business, rekende Donald Kalff in 2004 al af met het Amerikaanse aandeelhouderskapitalisme en de “bonus-driven” CEO. De focus van dit model op korte termijn aandeelhoudersrendement leidt volgens Kalff onherroepelijk tot een gebrek aan productinnovatie op de lange termijn.

Door beloningssystemen die direct gekoppeld zijn aan de hoogte van de beurskoers, zijn CEO’s in de Amerikaanse context vooral bezig met het tevreden houden van aandeelhouders in plaats van met een langetermijnstrategie. Stijgende winst per aandeel en een hogere beurskoers, in plaats van onderzoek en investeringen in nieuwe producten en nieuwe markten, worden zo de ondernemingsprioriteiten. Op deze manier worden de overlevingskansen van ondernemingen op de langere termijn opgeofferd aan winst op korte termijn.

Door het wereldwijd navolgen van het Amerikaanse model is volgens Kalff gedurende de jaren negentig een historische kans gemist: in een periode van relatieve vrede, economische groei en technologische doorbraken werd vooral roofbouw gepleegd en werd vertrouwen stelselmatig vernietigd. Als manager maakte hij van nabij mee hoe Nederlandse bedrijven als Shell en KLM langzaam veramerikaniseerden. CEO’s wekten, met het oog op de beurskoers, hooggespannen verwachtingen bij aandeelhouders die vervolgens door de organisatie niet waar konden worden gemaakt. Dit leidde tot een vertrouwenscrisis tussen werknemers en ondernemingsbestuurders en daarmee tot destabilisering van de onderneming.

De kracht van het Europese ondernemingsmodel

Het Europese bedrijfsleven beschikt volgens Kalff over een belangrijk voordeel in vergelijking met het Amerikaanse: in Europa wordt maar één kwart van de financieringsbehoefte van bedrijven door de beurs gedekt, in de VS is dat driekwart. Daardoor kunnen ondernemingen in Europa ontsnappen aan het keurslijf van de financiële markten en de aandelenbeurs en daarmee aan het organisatorische keurslijf dat is vereist om alle activiteiten van de onderneming te richten op het verbeteren van het aandeelhoudersrendement.

In zijn boek schetst hij de contouren van een Europees ondernemingsmodel: een combinatie van elementen ontleend aan de talloze bedrijfsmodellen, denk aan familiebedrijven en coöperaties, die in Europa gangbaar zijn. Deze diversiteit aan modellen biedt ondernemers de mogelijkheid te zoeken naar financiering op maat, bijvoorbeeld door buiten de beurs om directe, duurzame relaties aan te gaan met kapitaalverschaffers; een relatie waarin de langetermijnontwikkeling van economische waarde in plaats van de winst op korte termijn centraal kan staan.

Voor variabele bonussen is geen plaats. Alleen een systeem van vast belonen geeft de noodzakelijke rust voor een lange termijn perspectief. Kalff is van mening dat variabel belonen uitgaat van een primitief mensbeeld dat inspeelt op de angsten van mensen om het slechter te doen dan de rest. “Het is toch niet voorstelbaar dat managers na dertig jaar hard werken eindelijk de top bereiken en vervolgens hun potentieel als bestuurder niet kunnen realiseren zonder extra financiële prikkels,” en: “We hebben een monster gecreëerd,” zei hij tegenover het Financieele Dagblad.

Kalff dicht het Europees model grote kansen toe: ondernemingen zullen zich gaan realiseren dat het aantal strategische opties aanmerkelijk toeneemt als men loskomt van de beperkingen die de financiële markten opleggen aan beursgenoteerde bedrijven. Het Europese model is volgens hem bij uitstek geschikt om het in de afgelopen decennia geschonden vertrouwen tussen management, werknemers en beleggers weer te herstellen.

Dit maakt hem nog geen voorstander het Rijnlandse model, het Europese economische model dat in deze crisistijd veelvuldig gepropageerd wordt. Dit kent volgens hem zijn eigen zwakheden. Het overleg en de samenwerking met “stakeholders” als vakbonden, overheden en milieuorganisaties, die in dit model centraal staan, vergen, net als de focus van het Amerikaans model op de aandeelhouder, teveel een oriëntatie op de buitenwereld. Bedrijven zouden er goed aan doen zich juist vooral te richten op een eigen langetermijnstrategie.

In mei 2009 verschijnt bij uitgever Business Contact een nieuw boek van Donald Kalff, getiteld Modern kapitalisme, waarin hij verder uitwerkt hoe een onderneming optimaal kan profiteren van de concurrentievoordelen van Europa.

Donald Kalff studeerde in de Verenigde Staten en was wetenschappelijk medewerker Bedrijfskunde in Delft. Hij deed tien jaar uiteenlopende werkzaamheden bij Shell International en werkte tien jaar bij KLM, onder andere als lid van de groepsraad. Tegenwoordig is Kalff adviseur en CEO van biotech-bedrijf Immpact.