Van een koude kermis

De kredietcrisis voerde Ijsland naar de financiële afgrond. Tegenlicht laat inwoners vertellen over wat er misging.

Door Maarten van Bracht

Sommige landen worden onevenredig hard getroffen door de kredietcrisis, maar het kleine IJsland, dat nog minder inwoners telt dan ons eigen Zeeland, spant wel de kroon. Het land is failliet, z’n schuldenlast laat zich nauwelijks becijferen en lijkt onoverkomelijk. De financiële sector op Ijsland had de afgelopen jaren een onstuimige groei doorgemaakt. Het kon niet op met de aandelen, hypotheken en leningen. Leven op krediet, je was gek als je niet meedeed. Iedereen geloofde dat IJsland een financiële wereldmacht was geworden. Maar voor die sterke groei hadden de banken veel buitenlands kapitaal moeten aantrekken, en dat maakte het land extra kwetsbaar voor de gevolgen van de kredietcrisis.

Niet alleen spaartegoeden verdwenen als sneeuw voor de zon, in hoog tempo raakten de IJslanders ook hun banen en, althans op papier, hun huizen kwijt. Nationalisatie van de drie grootste Ijslandse banken moest erger voorkomen, maar kon het tij niet keren. Reportages over de ontreddering op het eiland maakten definitief een eind aan het idyllische beeld van een trots vissersvolk, tevreden met z’n sagen, geisers en gletchers. Nu rees het beeld op van een land dat als laboratorium had gediend voor ongebreideld neoliberalisme. Resultaat: Ijsland bankroet. Nederland had overigens vooral oog voor het Icesave-debacle en de bange vraag of onze spaarders hun op IJsland geparkeerde centen zouden terugzien.

Met dit noodlottige scenario had kennelijk niemand rekening gehouden. Al snel sloegen ongeloof en de verbijstering om in woede en protest; het kabinet-Haarde moest in januari 2009 het veld ruimen. Inmiddels heeft Ijsland het eu-lidmaatschap aangevraagd en zal het op termijn de gekelderde krona wel kunnen inruilen voor de euro, maar daarmee zijn de acute problemen rond het verlies van spaargeld, banen en huizen nog niet opgelost.

vpro’s Tegenlicht zocht uit hoe IJsland dit debacle ondergaat. Olaf Oudheusden, samen met Jos de Putter en Maren Merckx goed voor de aflevering ‘De IJslandervaring’: ‘De oorzaak van alle ellende is dat de nationale bank van IJsland de krona aan een aantal sterke valuta’s heeft gekoppeld, waardoor de koers kunstmatig hoog werd gehouden – dat kan heel lang goed gaan in een kleine economie. Veel consumptiegoederen werden dankzij die gunstige wisselkoers gefi nancierd. Maar toen de krona door de crisis kelderde, bleven alle schulden bestaan in bijvoorbeeld euro’s. Ook kleinverdieners konden weliswaar een Range Rover aanschaffen, maar ze kunnen die met geen mogelijkheid meer afbetalen. Er zijn mensen die nu met zo’n peperdure wagen naar de voedselbank komen om daar hun pakket op te halen. Een bizarre situatie, en die blijft bestaan zolang de banken hun klanten niet failliet verklaren omdat bij hen toch geen geld meer te halen is.

Een tweede verklaring voor de financiële supercrash is dat IJsland in korte tijd een jonge, betrekkelijk onervaren elite kreeg die zich heeft laten inpakken door de internationale financiële wereld. De vraag is hoe heel IJsland in deze roes mee heeft kunnen gaan. Er werd bewonderend gekeken naar een steenrijke zakenman die de Landsbanki opkocht, in de top 500 van Forbes belandde en elke week de jetset fêteerde. Dat was ongekend op het eiland; van levertraancultuur naar feestcultuur. En zelfs een paar maanden na het begin van de kredietcrisis konden consumenten nog moeiteloos hun kredietlimiet verhogen – alsof de ernst van de situatie nog steeds niet was onderkend.

Enfin, de Franse europarlementariër Eva Joly adviseert nu de IJslandse regering bij het onderzoek naar de oorzaken van de crisis. IJsland is een soort ontwikkelingsland geworden. De enorme schuldenlast blijft namelijk bestaan, ook al is het imf bijgesprongen. Er zijn al zo’n 20.000 IJslanders naar het buitenland vertrokken, mede dankzij de soepele wetgeving; de Nordic Pasport Union garandeert vrij woon- en werkverkeer. Het land kan gelukkig terugvallen op de visserij, maar als eu-lid in spe krijgt het straks met visquota te maken en zal Europa geen genoegen meer nemen met de 200mijlszone die IJsland destijds heeft ingesteld. Veel reden voor optimisme is er dus niet.’

Uit: VPRO Gids 42 (2009)