Economie is emotie

Esther-Mirjam Sent ,

De meerderheid van de mensen wil verandering of op zijn minst hervorming van het kapitalisme en deze crisis lijkt daarvoor een uitgelezen moment. In de praktijk blijken verandering en hervorming nauwelijks tot stand te komen.

In vier afleveringen verkent Tegenlicht hoe we de crisis als kans kunnen benutten. Op ons weblog wordt het thema Crisis als kans op scherp gesteld met speciaal voor Tegenlicht geschreven columns door de auteurs van Me Judice, het onafhankelijk discussieforum van economen.

Uit het BBC-onderzoek 'Wide dissatisfaction with capitalism' en uit aanvullend onderzoek van bureau ISIZ in opdracht van Tegenlicht blijkt dat de meerderheid van de mensen verandering of op zijn minst hervorming van het kapitalisme wil. Deze crisis lijkt daarvoor een uitgelezen moment. In de praktijk blijken verandering en hervorming nauwelijks tot stand te komen.

De meerderheid van de mensen wil verandering of op zijn minst hervorming van het kapitalisme en deze crisis lijkt daarvoor een uitgelezen moment. In de praktijk blijken verandering en hervorming nauwelijks tot stand te komen. De reden ligt in twee grote psychologische obstakels, want economie is emotie.

De eerste psychologische barrière wordt gevormd door een combinatie van de ‘fundamentele attrributiefout’ en de 'self serving bias'. Dat laatste staat ook bekend als het ‘dodo-effect’. In Alice in Wonderland staat een passage waarin aan de dodo wordt gevraagd: wie heeft gewonnen?  De dodo antwoordt: iedereen heeft gewonnen en we verdienen allemaal een prijs. Dat is het dodo-effect: als het goed gaat, hebben we dat aan ons zelf te danken. Als het slecht gaat, ligt het aan de omstandigheden. De fundamentele attributiefout houdt in dat we foute gedragingen van anderen wijten aan slechte persoonlijke karaktereigenschappen van die anderen.

Het gevolg van deze effecten voor de economie is dat de mede-verantwoordelijken aan de crisis met de beschuldigende vinger naar de anderen wijzen en niet de hand in eigen boezem steken. Dat wil zeggen, bankiers geven de schuld aan de aandeelhouders, accountants en toezichthouders. Zij wijzen om hun beurt beleidsmakers als schuldigen aan. En de laatsten richten hun pijlen weer op de bankiers. Zo is de cirkel rond zonder dat er persoonlijke lessen worden getrokken en er verandering of hervorming plaatsvindt.

De tweede psychologische barrière wordt gevormd door zogenaamde rampenbijziendheid. Die houdt in dat we de kans op een ramp groot achten als een eerder voorval nog vers in ons geheugen zit, maar diezelfde kans verwaarloosbaar achten als een eerdere ramp langer geleden is. Zo verkiezen velen kort na een ernstig vliegongeluk een vakantie met de auto, maar stappen ze een jaar later weer vrolijk in het vliegtuig.

Diezelfde rampenbijziendheid dreigt, nu het weer bergopwaarts lijkt te gaan met de economie. De voorlopende indicatoren gaan de goede kant op: consumentenvertrouwen, producentenvertrouwen, aandelenkoersen. De gelijklopende indicatoren zoals het bruto binnenlandse product lijken het dal te hebben bereikt. Alleen de achterlopende indicatoren, zoals de werkgelegenheid, zijn nog op zoek naar een dal.

Ach, denken we, met die crisis viel het allemaal toch best mee? Het probleem is evenwel dat er veel geld is gepompt in economische symptoombestrijding, maar dat de dieperliggende oorzaken nauwelijks zijn aangepakt. Hebzucht, beperkte rationaliteit, onderschatting van risico’s en onrealistisch optimisme vormen de fundamenten voor het ontstaan van de crisis. Als we die niet aanpakken, kunnen we ons bijziend en al opmaken voor de volgende ramp.

Loesje verwoordt het heel mooi: ‘Crisis, daar zijn de mooiste dingen uit voortgekomen.’ Maar dan moeten we wel de hand in eigen boezem durven steken en de dieperliggende oorzaken gaan aanpakken.

Esther-Mirjam Sent is hoogleraar Economische Theorie en Economisch Beleid aan de Radboud Universiteit Nijmegen en raadslid bij de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO). Hiervoor doceerde zij aan de University of Notre Dame in de Verenigde Staten en is zij visiting fellow geweest aan de London School of Economics en de Erasmus Universiteit Rotterdam. Esther-Mirjam Sent is in 1994 gepromoveerd aan Stanford University in de Verenigde Staten.