De reputatie van Ramadan

Time, het Amerikaanse weekblad dat George W. Bush uitriep tot ‘man van het jaar’, gaf nog 99 andere personen een eervolle vermelding als ‘meest invloedrijk voor de wereld van 2004’. Bij ‘scientists and thinkers’ vinden we hem omschreven als ‘Tariq Ramadan — philosopher and Islamic theoretician’. In dezelfde categorie onder andere: Joschka Fischer, Jeffrey Sachs, Jürgen Habermas, Hernando de Soto, Björn Lomborg, Niall Ferguson, en Bernard Lewis. Vooral met die laatste naam wordt het hele islam-debat omspannen: de Britsjoodse Midden-Oosten-deskundige van Princeton staat hier schouder-aan-schouder met de in Zwitserland geboren filosoof van Egyptische komaf.

Professoren onder elkaar. In de post 9-11 samenleving lijkt het logisch dat experts vanuit verschillende geloofsovertuigingen met elkaar in debat gaan. Maar zo logisch is dat nog niet voor iedereen, zo meldt Tariq Said Ramadan (1962) graag. In de 'voorzit' van de 10e globaliseringslezing in Felix Meritis te Amsterdam, refereert hij aan zijn Zwitserse aanstelling.

‘Het gonsde rond. Vooral in Fribourg [in Fribourg was hij hoogleraar godsdienst en filosofie, en hij was als islamoloog verbonden aan het College de Saussure in Genève, TL] werd al snel gefluisterd dat er nu zowaar een islamiet professor was geworden! En nog wel een praktizerende!’. De minzame lach die volgt draagt bij aan de reputatie van Ramadan, die hier en daar mythische proporties lijkt aan te nemen. Hij spreekt zacht maar helder (ook in vloeiend bijna-dialectloos Engels), draagt moderne Westerse maatpakken, heeft zeer sprekende ogen, praat graag met handen en vingers, en is uiterst charmant. Allemaal redenen waarom hij eerder als prediker gezien wordt dan als wetenschapper.

De laatste jaren wordt hij dan ook minder aangesproken op zijn kennis van de Duitse filosofie -zijn specialiteit- alswel op zijn visies met betrekking tot de Euro-islam. Volgens zijn eigen zeggen zijn er optredens waarbij men hem eerder en vaker naar zijn familie vraagt dan naar z’n eigen persoon: als kleinzoon van Muslim Brotherhood-oprichter Hassan al-Banna, en met broer Hani die door Olivier Roy wordt omschreven als 'un petit Taliban', wordt je al snel tot een ‘Western-style fundamentalist’.

Dat vond ook de Homeland Security Department in de VS. Met een beroep op de Patriot Act werd een eerder aan hem verstrekt visum weer ingetrokken. In februari 2004 aanvaardde Ramadan een positie als ‘Luce professor of religion’ voor het Joan B. Kroc Institute for International Peace Studies, aan de University of Notre Dame in South Bend, Indiana. Visum en green card voor deze betrekking, die op 1 augustus zou ingaan, werden eind juli 2004 weer ingetrokken. Ditmaal niet door Homeland Security, maar regelrecht door het State Department, dat zich voor deze beslissing beriep op de Patriot Act. Een wonderlijke kwestie, omgeven met veel geruchten en onduidelijkheid. Sommige bronnen wisten te melden dat Ramadan zijn meubels al had laten verschepen van het meer van Genève naar Lake Michigan. Zelf ging de ‘populaire moslim-intellectueel’ bij het diner in Amsterdam nog een stap verder en beweerde al voor 18 maanden een volledig gemeubileerd apartement te hebben gehuurd. ‘En dat geld heb ik óók nooit teruggezien…’.

Ramadan besloot in december 2004 toch maar Zwitserland als thuisbasis te houden, met vrouw en vier kinderen. Eén bron meldt fijntjes dat de Franse echtgenote van Ramadan zich pas ná het huwelijk tot de islam heeft bekeerd, en dat ze, de sharia volgend, inmiddels een sluier draagt. Je zou intussen elk feit dat over Ramadan wordt opgeschreven bij hemzelf willen gaan checken. Maar dat valt niet mee, want zijn reputatie maakt dat hij inmiddels bijna permanent op reis is. In het debat-circuit lijkt hij van lezingen te kunnen leven. Een secretaresse in Parijs Saint-Denis (‘Bureau de Tariq Ramadan’) neemt boodschappen aan en zaken waar. Ramadan's eigen sites www.tariqramadan.com en www.tariqramadan.net leveren niet meer dan spookachtig witte startpagina's. Alsof de bezoeker het witte doek zelf mag gaan inkleuren...

Zo blijven een aantal kwesties in zijn biografie onopgehelderd. Niet in de laatste plaats de intrekking van het visum (waarover hij zelf ook nooit duidelijkheid heeft gekregen): heeft het te maken met de Muslim Brotherhood-connectie, of zijn er vanuit Frankrijk waarschuwende geluiden uitgegaan naar Washington? Zie voor de vele speculaties in de pers de link rechts. Het is in elk geval een publiek geheim dat Ramadan in Frankrijk met argusogen wordt gevolgd door vooral joodse intellectuelen als Finkielkraut, Lévy, Glucksman en Kouchner. Het televisiedebat op France 2 waartoe Ramadan in november 2003 werd uitgenodigd door Nicolas Sarkozy, Frans minister van Binnenlandse Zaken, versterkte zijn reputatie als wolf-in-schaapskleren. In de uitzending weigerde hij steniging van overspelige vrouwen te veroordelen (om zijn radicale achterban niet te bruskeren) en ook het vermeende antisemitisme kwam uitgebreid aan de orde. Dat vorig jaar in Frankrijk boeken verschenen met titels als ‘Frère Tariq’ (Caroline Fourest) en ‘Fait-il faire taire Tariq Ramadan?’ (Aziz Zemouri) zegt genoeg: er gaan geruchten dat ook Franse islam-specialisten als Gilles Kepel niet bepaald neutraal zijn gebleven in de kwestie van de visum-intrekking.

Wat vooral rest is het verwijt dat Ramadan spreekt met dubbele tong: er wordt beweerd dat hij heel anders praat tegen zalen vol jonge moslims in de banlieues dan tegen een autochtoon-intellectueel gehoor. Op bezoek bij het Winternachten-festival in Den Haag (jongstleden januari) gaf hij dat ook ruiterlijk toe: ‘Uiteraard spreek ik dan anders. Die jongeren spreken ook een andere taal dan u hier. Als ik ze op intellectuele toon zou toespreken komen ze niet luisteren. En dat is wat ik absoluut wil voorkomen: dat ze zich terugtrekken uit het Euro-islam debat. Want dan grijpen ze naar andere middelen om zich te uiten. En u moet me maar geloven als ik zeg dat ik in de banlieues vooral duidelijk maak dat er niet één zaligmakende interpretatie van de islam is, dus ook niet de radicale’.

In tijden die hier en daar door islamfobie wordt gekenmerkt, zijn weinigen lichtgelovig. Dus blijft Ramadan’s roem hem vooruitsnellen. Het was de wetenschappelijk medewerker van de Franse ambassadeur Anne Gazeau-Secret die Winternachten-moderator Michaël Zeeman in januari belde met de vraag ‘Kent u het werk en de reputatie van Tariq Ramadan?’. Zeeman beriep zich hierbij op de goede oude maar soms toch niet meer zo Nederlandse traditie van vrije meningsuiting. Op de Winternachten-middag in Den Haag viel geen onvertogen woord. Maar het kon niet voorkomen dat bij Felix Meritis, een maand later, wederom soortgelijke telefonische alarmbellen gingen rinkelen.