Eurostat: controle alleen op afspraak

Gerko Wessel ,

In Goldman Sachs en de vernietiging van Griekenland wordt duidelijk dat het Europees statistisch bureau Eurostat wist van de swap deal tussen Griekenland en Goldman Sachs die de Griekse staatsschuld in 2001 met enkele miljarden omlaag bracht. Welke rol speelt Eurostat precies in dit verhaal en welke actie hadden ze kunnen ondernemen?

Wat is Eurostat?

Eurostat is het in Luxemburg gevestigde statistiekbureau van de Europese Commissie. Het bureau heeft als doel de voor het reilen en zeilen van de Europese Unie noodzakelijke cijfers te verzamelen, te bewerken en te publiceren. Dit zijn bijvoorbeeld bevolkingscijfers, cijfers over landbouwproductie, maar ook de cijfers die nodig zijn om de tekorten en de schulden van lidstaten te monitoren en te toetsen aan de normen van de Europese Economische en Monetaire Unie (EMU). De EMU-normen stellen dat een land geen hoger overheidstekort dan 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) mag hebben, en geen schuld die hoger is dan 60 procent van het bbp. De lidstaten zijn volgens het verdrag van Maastricht verplicht om statistische informatie over de overheidsfinanciën aan de Europese Commissie te verstrekken. Eurostat moet er op toezien dat de landen dit doen volgens het zogenaamde European System of Accounts (ESA 95): een handboek waarin de regels voor het opstellen van nationale rekeningen zijn vastgelegd.

Was Eurostat op de hoogte van de Griekse swapdeal?

In de uitzending beweren zowel onderzoeksjournalist Nick Dunbar als econoom Yanis Varoufakis dat Eurostat op de hoogte was van de creatieve manier van boekhouden van de Grieken, maar daarin geen aanleiding zag om actie te ondernemen: ‘as for Eurostat, this is a perfect legal transaction ... and it was not frowned upon, you can’t even point a finger and say that what was going on violated the rules of the European Union’ (Varoufakis). Ook Goldman Sachs heeft verklaard dat de deal ter beoordeling aan Eurostat is voorgelegd. Ten overstaan van een Britse parlementaire onderzoekscommissie zei Goldman Sachs bestuurder David Corrigan: ‘Personnel from Goldman did consult Eurostat on these swaps and there was no indication they were not in line with standards at the time.’

Opmerkelijk genoeg heeft Eurostat zelf altijd volgehouden van niets te hebben geweten. Tegenlicht heeft Eurostat gevraagd hierover uitleg te geven, maar zij wilden niet verder gaan dan een verwijzing naar het in 2010 gepubliceerde rapport over hun eigen onderzoek naar de Griekse deal. ‘Eurostat does not have anything further to add’ was de letterlijke reactie van hun woordvoerder. In het rapport is Eurostats’ claim van onwetendheid duidelijk terug te vinden: ‘At the beginning of the year 2010, it became known that Greece had entered in 2001 into currency off-market swap agreements with Goldman Sachs, using an exchange rate different from the spot prevailing one. The Greek authorities had not informed Eurostat on this issue and no opinion on the accounting treatment has been requested from Eurostat as it should be the case for transactions that are not explicitly covered by its rules. In addition, Eurostat had been previously wrongly informed by the Greek authorities that there had been no occurrences of off-market swaps in the past, following a questionnaire sent to all Member States requesting information on swaps operations.

Wat had Eurostat kunnen doen?

Iedereen is het erover eens dat de swap deal weliswaar indruiste tegen de geest van de euroregels, maar dat deze onder de toen geldende boekhoudregels niet verboden was. Dus of ze nu op de hoogte waren of niet, Eurostat had geen formele grond om actie te ondernemen. Bovendien had Eurostat, indien ze onraad hadden geroken, geen bevoegdheden om zelf nader onderzoek te doen in de Griekse overheidsboeken. Eurostat was geheel afhankelijk van de informatie die de Griekse overheid bereid was te overleggen. Saillant is dat de Europese Commissie de regeringen van de EU-landen in 2005 vroeg om meer bevoegdheden te verlenen aan Eurostat. De Europese ministers van Financiën verwierpen dit voorstel. Zij hadden duidelijk geen behoefte om Europese pottenkijkers toe te laten tot hun statistiekbureaus. Deze weigering illustreert wat de achilleshiel van de euro is gebleken: de wens van een gezamenlijke munt, zonder de bereidheid hiervoor nationale soevereiniteit in te leveren.

Een grotere rol voor Eurostat in de toekomst?

Begin 2010 deed de Europese Commissie een nieuw voorstel om Eurostat meer controlebevoegdheden te geven. Zij kreeg steun van de Europese Centrale Bank en het Europees Parlement. Het parlement wilde dat Eurostat in de toekomst aangekondigde én onaangekondigde bezoeken zou kunnen afleggen om de overheidsfinanciën van de lidstaten te kunnen controleren. Maar ook dit keer gingen de Europese ministers van Financiën op de rem staan. De ministers besloten dat Eurostat weliswaar meer macht krijgt om de begrotingen van de lidstaten te controleren, maar alleen als er hard bewijs is van geknoei mag Eurostat ook daadwerkelijk zelf onderzoek gaan doen. En in elk geval nooit zonder aankondiging vooraf. Groenlinks Europarlementariër Bas Eickhout schreef een opiniestuk over deze weifelende houding en concludeert: ‘Zo dreigen de Europese controleurs achter de feiten aan te blijven lopen. Straks krijgt ''Europa'' weer de schuld als nationale politici er een potje van hebben gemaakt.