Vechten tegen een reus

Han Ceelen ,

De Israëllobby in Nederland heeft veel meer invloed dan de Palestinalobby. Hoe komt het dat pro-Palestijnse organisaties zo weinig gedaan krijgen in Den Haag? En waar blijven de Nederlandse moslims?

Uit onderzoek blijkt dat onder de Nederlandse bevolking de laatste jaren steeds minder steun is voor Israël, en meer voor de Palestijnen. Maar in de Haagse wandelgangen en achterkamertjes is een heel ander beeld te zien. Daar legt de Palestinalobby het steevast af tegen de krachtige Israëllobby, deze week geportretteerd in VPRO’s Tegenlicht. Hoe kan dat?

Volgens Paul Aarts, docent internationale betrekkingen aan de UvA en voormalig lid van het in 1969 opgerichte Nederlands Palestina Komitee, is de zwakte van de Palestinalobby een direct gevolg van de kracht van de Israëllobby. ‘Zij appelleren aan zaken die hele sterke gevoelens oproepen, zoals de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust. Nederlanders zijn misschien wel kritischer geworden op Israël, maar dat diepe sentiment is niet weg. Boks daar maar eens tegenop. Het is een reus waar je tegen vecht.’

Daarnaast is de Israëllobby een goed geoliede machine, weet Aarts. Organisaties als het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI), maar ook Christenen voor Israël, opereren uiterst professioneel en beschikken over veel middelen. ‘Hoeveel geld ze precies hebben, en waar het vandaan komt, weten we niet. Dat zou eens uitgezocht moeten worden. Maar op die manier sta je vanaf het begin met 3-0 achter.’

Niet effectief

Ook Midden-Oostendeskundige Robert Soeterik wijst op de sympathie die Israël van oudsher geniet in Nederland, zowel onder (christelijk) rechts als onder links. De laatste decennia is dit wel minder geworden, erkent Soeterik: ‘Maar die veranderde houding wordt niet vertaald op politiek niveau. De huidige regering voert onder aanvoering van minister Rosenthal, en aangejaagd door de PVV, ChristenUnie en SGP, een beleid dat niet wordt gedragen door een meerderheid van de Nederlandse bevolking. Dat maakt het werk van de Palestinalobby heel lastig.’

Maar verbloemt al dat wijzen naar de kracht van de Israëllobby ook niet de zwakte van de Palestinalobby zelf? Zelfs in bevriende kring valt harde kritiek te beluisteren op het functioneren van de lobby. Een insider die anoniem wenst te blijven: ‘Van een lobby is eigenlijk nauwelijks sprake. Men opereert op een naar binnen gekeerde manier. Gelijk hebben vindt men belangrijker dan gelijk krijgen. In de marge wordt veel kabaal gemaakt, maar het is vaak niet effectief. Alle Kamerleden houden rekening met de Israëllobby. Maar wie moet zich zorgen maken over het Palestina Komitee?’ Ook heeft de keurige Palestinalobby volgens deze bron geen antwoord op assertief opererende organisaties als het cidi en Likud Nederland.

Soeterik: ‘Als je puur kijkt naar de behaalde resultaten, zou je inderdaad van gering succes kunnen spreken. Het klopt ook dat de Israëllobby het spel veel harder speelt. Wie fundamentele kritiek heeft op Israël, wordt al snel weggezet als antisemiet. Ook deinst men niet terug voor karaktermoord, zoals het geval van Gretta Duisenberg aantoont. Dat het Palestina Komitee zich nooit van dit soort praktijken heeft bediend, pleit voor de organisatie.’

Op eigen houtje

Ook andere pro-Palestina-stemmen, zoals de ‘bekeerde’ oud-politici Dries van Agt en Hans van den Broek, hebben volgens Aarts weinig in de melk te brokkelen in Den Haag. Hun inspanningen noemt hij, met enig gevoel voor overdrijving, ‘too little too late’. En dan zijn er nog de honderdduizenden moslims in Nederland, onder wie zo’n tienduizend Palestijnen. Waarom slagen zij er niet in meer invloed uit te oefenen op het regeringsbeleid?

Aarts: ‘De moslimimmigranten zijn hier natuurlijk nog niet zo lang als de andere partij. Van de eerste generatie kon je niets verwachten. Dat waren de mannen met de gebroken ruggen, om het cru te zeggen. Onder de tweede en derde generatie zie je wel meer initiatieven. Maar die mensen zijn volop bezig zich te ontwikkelen. Lobbyen moet je leren, je moet de wegen kennen.’

Bovendien opereren deze mensen meestal op eigen houtje, stelt Fadi Hirzalla, UvA-onderzoeker en bestuurslid van het Nederlands Instituut Palestina/Israël. ‘Van organisatie is.weinig sprake. De meeste Palestijnen in Nederland zijn wel begaan.met het lot van hun broeders en zusters, maar niet actief binnen een actiegroep. Dat geldt ook voor veel moslims in Nederland.’

Langs elkaar heen

Ook tussen allochtone en autochtone Palestina-sympathisanten wordt volgens Hirzalla nauwelijks samengewerkt. ‘Palestijnse NGO’s in deze sector werken sowieso langs elkaar heen. En dan zal er ook nog sprake zijn van een etnisch-generationele kloof. Toen ikzelf jonger was, werkte ik alleen op ad hoc-basis samen met de oudere witte generatie. Ik zocht hen niet op, en zij zochten mij niet op.’

Dit gebrek aan chemie heeft niet alleen met leeftijd en etniciteit te maken, zegt Soeterik. Hij wijst erop dat het Palestina Komitee altijd een seculiere linkse organisatie is geweest, die het Israëlisch-Palestijnse conflict nooit heeft willen zien in termen van religie. ‘Ik zeg niet dat alle mensen met een moslimachtergrond dat wel doen, maar voor een aantal geldt het wel. Dat maakt samenwerken lastig.’

Dat de Palestinalobby zijn achterstand op de Israëllobby op korte termijn zal inlopen, gelooft dan ook niemand. Toch verwacht Soeterik dat de balans in de Nederlandse politiek op den duur zal gaan schuiven. ‘Je moet de macht van de Israëllobby ook weer niet overschatten. Er heerst nu een klimaat waarin deze succesvol kan opereren. Maar als het Nederlands politiek establishment zijn mening wil herzien, kan het CIDI daar niets aan veranderen. De meeste verandering verwacht ik dan ook van Israël zelf. Dat is bezig zijn eigen positie steeds verder te ondergraven.’



Uit de VPRO Gids van 15 oktober tot 22 oktober.