Verbetering van het basisonderwijs

Anthe de Weerd ,

Precies twee maanden na de stembus presenteert Tegenlicht 'Expeditie Beter Nederland'. Hoe staat het met de problemen in het basisonderwijs? En welke koers vaart het kakelverse kabinet Rutte II?

Haperende pogingen tot verbetering

De kwaliteit van het basisonderwijs is in Nederland al lange tijd een punt van discussie. Over het algemeen gezien is het onderwijs in Nederland nog steeds goed, wat onder andere blijkt uit het feit dat ons onderwijssysteem tot 2009 al jarenlang op de tiende plaats eindigt in internationale vergelijkingen. In 2010 zakte Nederland echter uit de top tien weg (zie link Volkskrant rechts). 'Dat is opmerkelijk,' zo meldt een onderzoek van McKinsey&Company naar het Nederlandse onderwijs, 'omdat er de afgelopen decennia veel in het werk is gesteld om de Nederlandse onderwijskwaliteit te verhogen.'

In totaal hebben er dertig hervormingen plaatsgevonden, waaronder de invoering van de basisvorming begin jaren negentig en de invoering van de Tweede Fase rond 2000. Investeren in goed onderwijs is immers investeren in de toekomst. Maar hoe komt het dat al deze hervormingen niet hebben geleid tot de gewenste verbeteringen?

Succesformules uit het buitenland

Schoolklas in Finland

Twintig andere landen lukte het wel om hun onderwijs in korte tijd succesvol te verbeteren, zo bleek uit een internationaal onderzoek van McKinsey&Company naar de beste schoolsystemen wereldwijd. Uit het onderzoek, getiteld How the world's most improved schoolsystems keep getting better, kwamen een aantal belangrijke factoren naar voren die van invloed zijn op verhoging van de kwaliteit en het succes van onderwijssystemen. Als we stappen willen maken binnen het Nederlands onderwijs dan zal er, naast het vrijmaken van voldoende budget, geïnvesteerd moeten worden in verbetering van de lerarenopleidingen, professionalisering van het leraarsvak en de ontwikkeling van schoolleiders. In een doorvertaling van McKinsey's internationale onderzoek naar de Nederlandse situatie, in opdracht van de Stichting van het Onderwijs, wordt beschreven hoe we deze veranderingen binnen het Nederlandse systeem kunnen realiseren.

Wat zegt het nieuwe Regeerakkoord?

'We investeren extra in onderwijs en stellen hogere kwaliteitseisen aan leraren en
schoolleiders. Ook dat is solide en sociaal,' aldus het nieuwe regeerakkoord namens de VVD en PvdA. Ons nieuwe kabinet erkent het belang van de kwaliteit van docenten en schoolhoofden. In het hoofdstuk Van goed naar excellent onderwijs wordt puntsgewijs toegelicht hoe het nieuwe kabinet de koers wil zetten voor beleid in het basis-, middelbaar en hoger onderwijs:

'Onderwijs en wetenschap in Nederland zijn van hoog niveau, maar onze ambitie reikt verder: wij willen tot de top vijf van de wereld gaan horen. De kwaliteit van de man of vrouw voor de klas of in de collegezaal is daarbij van doorslaggevende betekenis. En die kwaliteit staat of valt met opleiding en selectie van leraren en van directeuren en bestuurders die hun medewerkers stimuleren, belonen en zo nodig sanctioneren. Dit zijn de mannen en vrouwen van wie we het moeten hebben: in hen willen we investeren.

Zo kan onderwijs het beste uit kinderen en studenten halen. Talent meer uitdagen en achterstanden verkleinen, ook als je geboren bent in een migrantenfamilie, een gezin met een laag inkomen of deelneemt aan het speciaal onderwijs. Het belang dat wij hechten aan goed onderwijs, wordt onderstreept door het feit dat wij onderwijs buiten de bezuinigingen hebben weten te houden en er in deze crisistijd zelfs in investeren.'

Er wordt dus geïnvesteerd in het onderwijs. Alleen studenten moeten het nog steeds ontgelden: de basisbeurs en het studentenreisproduct worden afgeschaft, wat veel studenten een nog hogere schuld op zal leveren.

Visie van experts

Professor ten Dam

Prof. dr. Geert ten Dam is voorzitter van de Onderwijsraad. De Onderwijsraad adviseert de regering en het parlement over hoofdlijnen van onderwijsbeleid en –wetgeving.

Namens de onderwijsraad vertelt ten Dam: 'Het Nederlandse onderwijs presteert goed. Om het niveau vast te houden, moeten we blijven bewegen. Universitair opgeleide leraren zijn onmisbaar voor onderwijs dat zich blijft vernieuwen. Die leraren krijg je niet vanzelf. Een belangrijke voorwaarde is een werkplek waar voor hen voldoende uitdaging in zit. Dus niet alleen het uitvoeren van door anderen bedacht onderwijs, maar ook het vormgeven aan een inhoudelijke visie op onderwijskwaliteit, het werken aan onderwijsontwikkeling en het uitvoeren van onderzoekstaken in de school horen bij een werkplek die aantrekkelijk is voor academici.'

Dorothee van Kammen

Dorothee van Kammen is directeur van de Pabo Thomas More in Rotterdam. Een bijzondere Pabo, omdat die niet langer onder het gezag van Hogeschool Leiden zal vallen maar wordt overgedragen aan de stichting Thomas More Hogeschool, opgericht door een groot Rotterdams basisschoolbestuur van 55 scholen. Haar expertise ligt bij verbetering van lerarenopleidingen voor het basisonderwijs.

Accent op het versterken van kennis - 'Hoewel de publieke opinie aanhoudend kritisch is ben ik ervan overtuigd dat er de afgelopen jaren veel bereikt is in de verbetering van lerarenopleidingen voor het basisonderwijs. Er is heel veel te ontwikkelen en dat gebeurt ook al. Op dit moment ligt het accent op versterken van kennis, beter selecteren en kwaliteitsborging door landelijke toetsing. Er wordt veel geïnvesteerd in studenten die op de pabo komen met te weinig voorkennis en het is belangrijk dat er wordt nagedacht over hoe studenten zich beter kunnen voorbereiden op de opleiding.'

Het afronden van een hoge opleiding betekent niet automatisch dat je een goede opleider bent. Herkennen wat een student nodig heeft om uit te groeien tot een goede leerkracht en vervolgens het juiste kunnen bieden vraagt hart en hersens en handigheid.

D. van Kammen - directeur Pabo Thomas More

'Er zijn veel manieren ontwikkeld om studenten te toetsen op zaken die er werkelijk toe doen voor een goede leraar, maar dat is veel meer dan alleen maar kennis. Het is goed dat er geïnvesteerd wordt via lerarenbeurzen in het behalen van een mastergraad voor opleidingsdocenten. Maar het afronden van een hoge opleiding betekent niet automatisch dat je een goede opleider bent. Herkennen wat een student nodig heeft om uit te groeien tot een goede leerkracht en vervolgens het juiste kunnen bieden vraagt hart en hersens en handigheid.'

We moeten ons steeds blijven realiseren dat we jonge mensen opleiden voor een complex vak met veel verantwoordelijkheid voor datgene wat mensen het meest dierbaar is: hun kinderen.

D. van Kammen - directeur Pabo Thomas More

Ruimte om te leren van fouten - 'Het invoeren van landelijke kennistoetsen brengt mogelijk als risico met zich mee dat andere belangrijke toetsvormen verdwijnen of dat studenten platgetoetst worden zonder dat er nog reële tijd voor groei en ontwikkeling tussen de toetsen zit. Dergelijke kennistoetsen zijn daarom alleen van waarde als we niet doorschieten, maar ons steeds blijven realiseren dat we jonge mensen opleiden voor een complex vak met veel verantwoordelijkheid voor datgene wat mensen het meest dierbaar is: hun kinderen. Ruimte om te leren van fouten, eigen keuzes kunnen maken, feedback en ondersteuning krijgen van toegewijde experts, zelfinzicht, je horizon verbreden om anderen te kunnen inspireren en leren van eigen ervaringen zijn daarbij cruciaal.'

Samenwerking in theorie en praktijk - Tegelijkertijd moet de wisselwerking met de praktijk er wel blijven en dat betekent dat ook geïnvesteerd moet worden in verdere professionalisering van zittende leraren, zodat die van betekenis kunnen blijven voor het opleiden van nieuwe leraren. Experts uit de opleidingen hebben samen gewerkt aan het vaststellen van kennisbases voor alle vakken, opleidingen hebben grote stappen gezet om leraren toe te rusten voor het systematisch onderzoeken en verbeteren van hun eigen onderwijspraktijk. Daarnaast zijn er op heel veel plaatsen kaders ontwikkeld (bijvoorbeeld een regionaal keurmerk) om samen met schoolbesturen de studenten op te leiden. Dit gebeurt op  een dusdanige wijze dat studenten steeds pendelen tussen theorie en praktijk en de scholen beter worden omdat ze actief betrokken zijn bij het opleiden van aanstaande leraren en tevens bij onderzoek door lectoraten.

In het kader van de samenwerking tussen scholen en opleiding sloot de Pabo Thomas More een convenant met zeven schoolbesturen in Rotterdam. 'Onze studenten leren in de praktijk van de aangesloten schoolbesturen. We kijken naar hoe expertise uit de scholen kan worden ingezet op de pabo en vice versa,' legt Van Kammen uit. Zo delen de pabo en de scholen samen de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de opleiding van toekomstige leerkrachten.