Jeugdwerkloosheid

William de Bruijn ,

Cijfers en kansen

Binnen Europa bestaan grote verschillen in jeugdwerkloosheid. De arbeidsmarkt van 27 landen zou arbeidskansen en economisch groeiperspectief moeten bieden aan de nieuwe generatie.

Op 4 april jongstleden werd bekend dat de jeugdwerkloosheid in Nederland voor jongeren tussen de 15 en 25 jaar inmiddels is opgelopen naar 15,5%. Dat is het dubbele van de werkloosheid in het algemeen (7,7%). Mirjam Sterk, voormalig kamerlid van het CDA, is inmiddels aangesteld als ‘ambassadeur’ die de juiste verbindingen moet gaan leggen tussen alle betrokken partijen die de oplopende jeugdwerkloosheid moeten bestrijden. Minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher krijgt dus hulp, en trekt er maar liefst 50 miljoen euro (!) voor uit.

In Zuid-Europa bestaat die luxe niet en is er waarschijnlijk ook geen 50 miljoen euro meer. Overheden moeten scherp bezuinigen tegen nog hogere staatsschulden en vervaarlijk oplopende rentes van hun staatsobligaties. Ondertussen kampen landen aan de Middellandse Zee met jeugdwerkloosheidscijfers van in de dertig procent (Italië 37,8% , Portugal 38,2%) tot en met ver in de vijftig (Spanje 55,7%, Griekenland 58,4%). De regio Extremadura in het Spaanse binnenland spant de kroon: 60% van de jongeren heeft geen (wit) werk. Dat is drie op de vijf, vier keer zo hoog als in Nederland! Het NOS Journaal liet een jongere uit Extremadura aan het woord die nog wat zwart bijverdient in de landbouw maar veel sombere vooruitzichten schetst. 

Trek naar het Noorden

Geen wonder dat steeds meer jongeren richting het Noorden trekken. Wie cijfers zoekt over die 'banentrek' komt in een jungle van cijfers terecht. Dimitris Grammatikas van stichting Lize (belangenbehartiging van Zuideuropese gemeenschappen in Nederland) slaakt een diepe zucht: "Hierover zijn we al heel lang in gesprek met het Centraal Bureau voor de Statistiek. Er rouleren veel verschillende cijfers en er lopen veel definities door elkaar. Wij proberen eerste en tweede generatie uit te splitsen en ook beter zicht te krijgen op studenten, aarbeidsmigranten en gezinsmigratie. Wist je dat al zo'n 60% van onze buitenlandse studenten overweegt om in Nederland te blijven wonen en werken?" In elk geval laat deze grafiek zien dat binnen het geheel aan migratiestromen in feite alleen nog de stroom uit het Zuiden in omvang toeneemt.

Bron: CBS

Wat betreft de verhoudingen tussen de Zuid-Europese gemeenschappen geeft het onderstaande de verhoudingen goed weer: van de GIPS-landen (Griekenland, Italië, Portugal, Spanje) is de Italiaanse gemeenschap in Nederland het grootst (ook bij de tweede generatie), daarna de Spaanse en dan de Portugese en de Griekse. Tussen 2007 en 2012 nam het aantal migranten uit Zuid-Europese landen met 20% toe; de Griekse gemeenschap in Nederland groeide het hardst, met 37%. 

Bron: Stichting Lize

Ondertussen blijkt het aantal jongeren (15-25 jaar) in Nederland dat een eigen bedrijfje begint maar liefst met 40% te zijn toegenomen. Liever een bedrijfje beginnen dan uitkering innen, lijkt hun nieuwe devies. Welllicht kunnen deze kersverse entrepreneurs op den duur wat Zuid-Europese jonge baanlozen in dienst nemen. Want als Europa economisch en monetair gezien een gezamenlijke markt is, dan is het daarmee ook een gezamenlijke banen- en arbeidsmarkt. Dus laat dan de jonge Noorderlingen wat ondernemender zijn, en hun Zuidelijke generatiegenoten wat mobieler. Win-win!