Buffers en bonussen

Jurgen Tiekstra ,

VPRO Gidsartikel

Vijf jaar na het begin van de kredietcrisis kijkt Tegenlicht hoe gezond de banken zijn.

Met IJsland gaat het opvallend goed. Toen de kredietcrisis in 2008 vanuit de vs de Atlantische Oceaan overstak, raakte de bankensector van het kleine land in grote problemen. De financiële markt sleurde het eiland mee in haar val. Financiële hulp van het Internationaal Monetair Fonds was noodzakelijk om de IJslanders overeind te houden. Maar anno 2012 zijn de groeicijfers van IJsland onverwacht gunstig. De economie dijt er sneller uit dan verwacht. Ook heeft het land de miljardenlening bij het imf dit jaar voor een deel vervroegd afgelost.

‘In IJsland hebben ze een radicale beslissing genomen, ze konden niet anders,’ vertelt Martijn Kieft, programmamaker van Tegenlicht. ‘Het gevolg was dat de pijn groter was, maar dat ze de economie sneller weer opbouwen.’

Tegenlicht maakt na vijf jaar kredietcrisis de balans op: hoe gaat het nu met de Nederlandse banken? Was het niet veel goedkoper geweest om onze banken, net als in IJsland, failliet te laten gaan in plaats van ze koste wat kost overeind te houden?

Om te weten hoeveel kleur de Nederlandse banken op de wangen hebben, toog Martijn Kieft naar IJsland. Ook ging hij in gesprek met Nout Wellink en drie leden van het Sustainable Finance Lab. Dit is een door Herman Wijffels, voormalig baas van de Rabobank, opgerichte denktank van hoogleraren die gezamenlijk prakkiseren over een duurzamere bankensector. Een van de standpunten die Wijffels en co ingenomen hebben: schaf de bonussen af. Nout Wellink was tot vorig jaar directeur van De Nederlandsche Bank, maar ook voorzitter van het Bazel-comité. Dit comité ontwierp nieuwe regels voor de bankensector. Een daarvan was dat banken voortaan een groter deel van hun winst in hun reserves moeten steken. Dat is nog niet genoeg. Martijn Kieft: ‘Iedereen die ik sprak, vindt dat er op allerlei punten iets verbeterd is, maar dat het veel te weinig is. Volgens Nout Wellink hadden de buffers van de banken meer moeten worden opgehoogd.’

Welke kant dienen de Nederlandse banken nu op te gaan? Ze moeten in ieder geval krimpen, want ze zijn nog steeds too big to fail. Daardoor moet de belastingbetaler ler in geval van nood altijd bijspringen. Ook kunnen ze, getuige Tegenlicht, leren van het Zweedse Handelsbanken. Dit is een financiële dienstverlener die hier sinds een paar jaar actief is: geen bonuscultuur, veel klantcontact en weinig risico’s.

Uit: VPRO Gids #37 (15 t/m 21 september 2012)