De kunst(mat)ige mens

Julia Kramer ,

Interview met filosoof Jos de Mul over het gretige brein en techniek

Filosoof Jos de Mul noemt computers de zenuwstelsels van onze samenleving. Maar wat betekent het voor de mens te leven in een tijd waarin die computers daadwerkelijk aan onze hersenen worden gekoppeld?

Jos de Mul (1956) is hoogleraar wijsgerige antropologie en schreef voor de Maand van de Filosofie 2014 het essay 'Kunstmatig van nature, onderweg naar Homo Sapiens 3.0'. Hierin stelt De Mul de opvatting van de Duitse filosoof Helmuth Plessner (1892-1985) centraal, die meende dat de mens steevast gedefinieerd wordt door de techniek en cultuur waarmee hij zich omringt. Nu de technologie meer mogelijk maakt, wordt de mens kunstmatiger.

De neurowetenschappen spelen een belangrijke rol in dit proces. Tegenlicht kijkt samen met De Mul naar de uitzending ‘Het gretige brein’ en filosofeert over de vraag wat het betekent te leven in een tijd van neurowetenschappen en aan machines gekoppelde breinen.

Het belang van het brein

“Natuurlijk ben ik geïnteresseerd in het brein. Hoe je het ook wendt of keert, het is een heel belangrijk orgaan in ons lichaam”, zegt De Mul. Toch vindt hij dat het belang van de hersenen soms wat overtrokken wordt. Ter illustratie haalt hij Midas Dekkers aan, die in zijn boek over poep grapt dat de darmen net zo goed een belangrijk orgaan zijn. “We moeten niet vergeten dat de hersenen onderdeel zijn van een veelomvattend systeem.”

De Mul verwijst hierbij naar de notie van embodied cognition, een paradigma dat stelt dat mentale processen wortelen in lichamelijke handelingen. De Braziliaanse neurowetenschapper Miguel Nicolelis is volgens de filsoof een vertegenwoordiger van embodied cognition. Kijkend naar het fragment waarin Nicolelis vertelt hoe de aap Aurora met haar gedachten een computer aanstuurt, legt De Mul uit waarom: “Het aapje stuurt niet louter met haar brein de robotarm aan. Het aapje moest eerst met haar lichaam leren de joystick te besturen. Het lichaamsschema is verbonden met neurale patronen. Zonder het brein is het niet mogelijk, maar alleen het brein is niet voldoende.”

 

We lachen allemaal om de pijnappelklier waarmee Descartes het bewustzijn probeerde te verklaren, maar er is nog geen goed alternatief.

Jos de Mul

Dualisme

Het idee dat lichaam en brein afhankelijk van elkaar zijn, staat haaks op het dualisme van Descartes. De Franse filosoof meende dat geest en lichaam twee verschillende substanties waren die los van elkaar bestonden. “De eerste generatie neurowetenschappers waren dualisten, maar tegenwoordig zijn ze allemaal materialist”, aldus De Mul. Toch is het dualisme hardnekkig, maar op een andere manier dan Descartes bedoelde. Dat bewijst Nicolelis, wanneer hij in 'Het gretige brein' opmerkt dat hij er in slaagde het brein te bevrijden van de lichamelijke beperkingen.

Hiermee spreekt hij zichzelf tegen, aldus De Mul: “Neurowetenschappers hebben het Cartesianisme als denkvorm gehouden, ook wel structuurdualisme genoemd.” Zo kunnen denkfouten ontstaan, meent De Mul. Bijvoorbeeld dat je hersenen al iets beslist hebben voordat je je ergens van bewust wordt. Ter illustratie: “Als je gedachteloos naar de bakker loopt, word je niet geleid door je brein, maar door een lichamelijke behoefte: honger.”

Bijna magie

Nicolelis en regisseur Rob van Hattum zeggen in ‘Het gretige brein’ herhaaldelijk dat het ‘bijna magie’ is waar de neurowetenschap tot toe in staat is. De Mul is eveneens enthousiast over de experimenten, maar voornamelijk over de technische mogelijkheden. “Het is ontzettend knap dat wetenschappers in staat zijn een apenbrein te verbinden met een robot, maar conceptueel gezien is het niet heel anders dan wanneer ik mijn hand optil door er aan te denken. Alleen zijn bij de robot de verbindingskabels anders gelegd.”

Het bewustzijn is volgens De Mul pas echt bijna magisch. “We lachen allemaal om de pijnappelklier waarmee Descartes het bewustzijn probeerde te verklaren, maar er is nog geen goed alternatief”, legt De Mul uit. Dit komt volgens hem omdat we het fenomeen ‘emergentie’ niet doorgronden: complexe georganiseerde systemen, die bepaalde eigenschappen vertonen die niet zichtbaar zijn door een reductie van hun delen. “Leven is ook zoiets. Hoe kan het nu dat uit niet-levende natuur, leven kan ontstaan? Maar dat leven is in ieder geval van dezelfde bouwstenen gemaakt als de niet-levende materie. Het probleem met bewustzijn is dat het van een heel ander soort materiaal gemaakt lijkt te zijn. Ik kan de 'atomen' waaruit het bewustzijn bestaat niet waarnemen, alleen de onderliggende materiele processen. Dat maakt het nog een groter raadsel.”

De Mul betwijfelt of het voortschrijdend neurowetenschappelijk onderzoek meer inzicht gaat bieden in het bewustzijn. “Het is denkbaar dat we er nooit achter komen.” Hij haalt de Amerikaanse filosoof Colin McGinn aan, die stelt dat we de conceptuele tools missen om het bewustzijn te bevatten. “In dat geval kunnen we oneindig verdergaan met het onderzoeken van het brein en steeds beter weten hoe het werkt, zonder dat we een beter inzicht krijgen in de kwalitatieve aspecten van het bewustzijn: de eerste-persoonsperspectief beleving en de intentionaliteit. Maar dat weten we nog niet zeker. Dat is spannend.”
 

Het is denkelijk dat de menselijke intelligentie een nieuwe stap maakt, door koppeling van breinen. Je zou je kunnen voorstellen dat je een soort borgachtige intelligentie gaat kweken, die groter is dan afzonderlijke breinen. 

Jos de Mul

Breinnetwerken

Feit is dat we ons als mens bijzonder snel ontwikkelen. In 'Kunstmatig van nature' beschrijft De Mul hoe we afstevenen op een 3.0 versie van de Homo Sapiens. Waar het schrift een belangrijke rol speelde in de overgang van de Homo Sapiens 1.0 naar de 2.0-editie, zou de koppeling van het individuele brein aan een globaal computernetwerk wel eens de cruciale stap kunnen zijn naar de overgang naar de Homo Sapiens 3.0, uitgerust met een globaal brein.

Nicolelis’ directe koppeling van rattenbreinen vormt hierin een belangrijke stap. “Wat je ziet in evolutie is dat je steeds organisatie op een hoger niveau krijgt”, zegt De Mul. “Het is denkelijk dat de menselijke intelligentie een nieuwe stap maakt, door koppeling van breinen. Je zou je kunnen voorstellen dat je een soort Borg-achtige intelligentie gaat kweken, die groter is dan afzonderlijke breinen.”

In Big Data is dit proces al aan de gang: “Hier zie je dat er allerlei correlaties bestaan die het individu niet kan doorzien omdat ze alleen door het samengaan van de data en het analyseren van de patronen zichtbaar worden.” De Mul wijst er fijntjes op dat we via de grote internetwinkels al collectieve intelligentie kweken. “Als Amazon patronen afleest uit het koopgedrag, weten ze dingen die individuen niet weten.” Het patent op anticipatory shipping (producten die naar een distributiecentrum in de buurt van een klant worden verscheept, anticiperend op een mogelijke aankoop - red.) is slechts het begin van de toepassing van deze data.

Eeuwige experimentator

De vraag rijst of deze ontwikkelingen wenselijk zijn. “Op het gebied van breinnetwerken zijn heel veel redenen te bedenken waarom het niet zo’n goed idee is deze fysiek aan elkaar te koppelen,” zegt De Mul. “Denk aan verregaande inbreuk op de privacy, militaire toepassingen of beïnvloeding van mensen. Techniek is nooit neutraal.” Volgens De Mul moet je niet alle mogelijkheden zonder meer aangrijpen. Toch vindt hij innovatie onvermijdelijk. “Naarmate onze wereld steeds complexer wordt, worden we gedwongen steeds nieuwe technieken te ontwikkelen om daar efficiënter daar mee om te gaan. Zowel materieel, als mentaal.”

“De afgelopen eeuwen is veel science fiction realiteit geworden”, zegt De Mul. “Na het schrift, de boekdrukkunst, het internet en de koppeling van het brein aan al deze technieken worden er nu opnieuw belangrijke stappen gezet.” Toch gelooft hij niet dat we nu ineens op een beslissend punt staat. “Nietzsche zegt: ‘we zijn de eeuwiger experimentator met onszelf’. We hebben nu technologieën om de mens op een veel drastischere en snellere manier te transformeren dan ooit mogelijk was. In die zin denk ik dat we nog wel aan het begin van een tijdvak staan waar hele spectaculaire dingen gaan gebeuren.”
 

Jos de Mul studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam en Universiteit Utrecht en promoveerde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. De Mul schreef meer dan twinitig boeken, o.a. 'Cyberspace Odyssee' en 'De Domesticatie van het nootlot, de wedergeboorte van de tragedie uit de geest van de technologie', en hij publiceert regelmatig in Trouw, NRC Handelsblad, de Volkskrant en het Financieele Dagblad.