De visie van Tomas Sedláček

William de Bruijn ,

"Wat is de definitie van een econoom? Iemand die het in principe oneens is met een andere econoom."

Die aloude grap waarschuwt ons er al een beetje voor: economie is een verre van exacte wetenschap. Want als dat het écht was, dan was zou er toch overeenstemming zijn over hoe met name Europa de economische crisis zou moeten benaderen? 

Het vakgebied economie is van oorsprong een 'social science' die de laatste decennia is gekaapt door de wis- en natuurkunde. Daarom is economie zich gaan voordoen als een exacte wetenschap, losgezongen van culturele context en ethiek, met alle gevolgen van dien. Dat is het centrale betoog van de Tsjechische econoom Tomas Sedláček.

Deze voormalige adviseur van Vaclav Hável legt in zijn 'De economie van goed en kwaad; de zoektocht naar economische zingeving van Gilgamesj tot Wall Street' een onder contemporaine economen zeldzaam vermogen aan de dag om van afstand naar zijn eigen vak te kijken. Het boek verscheen al in 2009 in het Tsjechisch. De Amerikaanse vertaling dateert van 2011, de Nederlandse van 2012. In de New York Times vat een recensent in haar eerste zin Sedláček’s uitgangspunt pakkend samen: ‘As sophisticated and mathematical as economics has become, it is ultimately a cultural phenomenon and cannot be free of politics’.

De Tegenlicht-redactie las het boek en vat de visie van Sedláček samen in 14 min of meer letterlijke quotes:

1. "De economische wetenschap die wij vandaag de dag kennen, is een uiting van de cultuur, een product van onze beschaving." (p. 12)

2. "Het hedendaagse vakgebied economie legt teveel nadruk op methode en te weinig op inhoud." (p. 20)

3. "De studie van de economie is veranderd van een moraalfilosofie in een wiskundige discipline van toedeling (…). Had de economische wetenschap evenveel energie gestoken in ethische vraagstukken, dan zou er meer klaarheid zijn gebracht in 'doodlopende' vraagstukken in de politieke economie." (p. 311)

4. "Wiskundige modellen, vergelijkingen en statistieken zijn slechts het topje van de ijsberg van de economie; de ijsberg zelf bestaat uit al het andere." (p. 16)

5. "Het is belangrijk om ons te verdiepen in de meta-economie: wij moeten over de grenzen van de economische wetenschap heen kijken, en onderzoeken op welke overtuigingen die wetenschap gebaseerd is." (p. 315)

6. "Er valt net zo veel te leren van filosofen, mythes, godsdiensten, dichters (romans, films, verhalen) als van de exacte en strikte modellen van economisch gedrag." (p. 19)

7. "Zelfs het meest geavanceerde wiskundige model is eigenlijk een verhaal." (p. 16)

8. "Is een vakgebied dat gelooft in 'de onzichtbare hand van de markt' wel zo exact en mythevrij als het beweert te zijn?" (p.17)

9. "Als we teveel oog hebben voor de wiskundige kant van het vak hebben we te weinig oog voor de menselijke kant van de economie." (p. 20)

10. "De mens is méér dan zijn/haar eenheden productievermogen (of gebrek daaraan); een mens die alleen arbeid is, is een robot." (p. 31)

11. "De hedendaagse economie heeft niet een doel waarbij pas op de plaats kan worden gemaakt. We groeien omwille van de groei (niet voor welbehagen) en voorspoed is doorgaans reden om het prestatieniveau nog wat op te voeren." (p. 114)

12. "Wetenschappelijke theorieën, modellen van de werkelijkheid, worden een onlosmakelijk deel van die werkelijkheid zelf. (…) Elk interpretatiekader vormt een –al dan niet politieke- ideologie." (p. 342-343)

13. "Wanneer mensen een nieuw analytisch model vinden, of ophouden een oud model te gebruiken, vormt of hervormt zich de realiteit." (p. 78)

14. "De hedendaagse economie zou afscheid moeten nemen van de voortdurende ontevredenheid, en zou weer oog moeten gaan krijgen voor de rol van voldoening, rust en dankbaarheid voor wat wij hebben." (p. 369)