Ondergedompeld in het nieuws

Jonathan Maas ,

Nieuwe journalistieke vormen plaatsen je midden in een gebeurtenis of maken gebruik van animaties.

Je wordt in een transportvliegtuig gesmeten, met een zak over je hoofd, je ziet geen steek voor ogen. Wanneer de zak wordt verwijderd, blijk je in een cel te zitten. Drie opties: je belt je ouders, je advocaat of je vraagt iemand waarom je hier in de cel zit. Maar nee: mag niet, mag niet, en nee, die informatie kan niet worden gegeven. Daarna wordt je uren ruw ondervraagd.

In Guantánamo Bay gelden de gangbare mensenrechten niet – er is veel over bericht. Toch bleef ‘Gitmo’ een ver-van-je-bedshow. Het vergt nogal wat van je inleving en verbeelding om je voor te stellen hoe zo’n ervaring is. Hetzelfde geldt voor de dodelijke aanslagen in Syrië die over ons denderen. Verschrikkelijk nieuws, maar een abstract scenario wanneer je leeft in een land dat al op z’n kop staat wanneer een minister een onhandig televisieoptreden geeft.

 

Hoe breng je een nieuwsverhaal op zo’n manier dat het binnenkomt bij mensen in een vreedzaam westers land, dat het schokt, verbaast en je misschien zelfs tot actie aanzet omdat je vindt dat een misstand in de wereld om je hulp en betrokkenheid vraagt? De geëngageerde Amerikaanse Nonny de la Peña is voortrekker van zogeheten immersive journalism – meeslepende journalistiek.

Hierbij wordt het nieuws zo gebracht dat je het virtueel beleeft. Het laat je de bomaanslag in Aleppo als Syrisch meisje op het plein waar het plaatsvindt ervaren, en Gitmo als verdachte zonder rechten. De la Peña was schrijvend journalist bij Newsweek en werkte twintig jaar als documentairemaakster.

Ondergedompeld

‘Nieuws wordt vaak als afstandelijk ervaren,’ weet De la Peña. Verveeld: ‘Oké, er is ergens weer een bom gedropt.’ Immersive journalism is een effectieve manier van verhalen vertellen, vindt ze. ‘We transporteren je via een speciaal gemaakte virtual-realitybril naar de plaats waar de bom is afgegaan, je bent er op het moment zelf bij en hoort en voelt de emoties.’

In tegenstelling tot Google Glass of augmented reality-technieken waarmee je nog contact hebt met de ‘werkelijke wereld’ word je met immersive journalism compleet ondergedompeld in de gecreëerde wereld. Dat heeft impact. De la Peña vertelt via Skype hoe prominenten op het World Economic Forum in Davos haar werk hebben ervaren, wereldleiders die met tranen in de ogen stonden. ‘Nou, dan is er wel iets geslaagd,’ stelt ze.

Voor het recreëren van een nieuwsscène gebruikt De la Peña zoveel mogelijk feiten en origineel audiovisueel materiaal. ‘Audio is het belangrijkst,’ zegt ze, ‘zonder kan ik niets.’ Een omgeving recreëren valt mee, mensen zijn het moeilijkst. Soms gebruikt ze voor de virtuele modellen body- en facescans van de werkelijke getuigen. ‘Op die manier heb ik laatst een getuige virtueel in de scène geplaatst die ze zelf met haar iPhone had gefilmd en heb haar hetzelfde laten gillen als ze destijds deed.’

Nieuwsanimatie

Van Amerika naar Azië – ook daar zijn mediamakers bezig met het levendiger verpakken van nieuws. De Chinese ondernemer Jimmy Lai vond veel nieuwsitems op televisie net radio: bij een vliegtuigcrash is er nooit beeld van de ramp, alleen van de puinhoop daarna. Over die shots worden dan wat quotes geplakt of er wordt een infographic gemaakt, maar visueel stelt het allemaal weinig voor.

De oplossing voor zijn eigen televisiekanaal: nieuwsanimatie. Met de informatie die je hebt over de toedracht van een crash maakt de animator zelf de voorstelling. Dit is wat Next Media, het bedrijf van Lai, nu zo’n 45 keer per dag doet met vijftig journalisten en 600 animatoren in dienst. De animaties worden via twee kanalen verspreid: het satirische TomoNews, dat vooral voor de Aziatische markt werkt, en News Direct, een journalistieker platform voor westerse klanten, waaronder persbureau Reuters.

Michael Logan is content development director, zijn vierde baan als journalist, hiervoor werkte hij voor kranten in de vs, Taiwan en Hong Kong. ‘De journalistiek is in crisis en moet zichzelf opnieuw uitvinden,’ vertelt hij over de telefoon. ‘Nieuwsanimatie is een nieuwe en spannende manier van verhalen vertellen.’

De verslaggeving is hetzelfde als met klassieke journalistiek, legt hij uit. Je verzamelt feiten, alleen nu met focus op visuele informatie. Welk type vliegtuig, welke windrichting, wat is de normale vliegroute en waar week het nu af? Uiteraard vind je nooit voor honderd procent alle feiten. Bij een geschreven stuk publiceer je alleen wat je weet, je schrijft geen speculaties; bij televsieverslaggeving maak je een montage met de beelden die je hebt. Maar bij nieuwsanimatie creëer je de beelden zelf.

Hoe groot is de verleiding van invulling wanneer je iets niet zeker weet maar je het plaatje wel concreet wilt maken? ‘We richten ons op details die belangrijk zijn voor het verhaal,’ licht Logan toe. ‘Wat voor kleur shirt droeg het hoofdpersoon in een verhaal? Is zoiets belangrijk voor het verhaal? Nee? Nou, dan maken we er een generieke kleur van.’ Logan voegt eraan toe dat bij nieuwsanimatie dezelfde regels worden gehanteerd als voor klassieke media: ‘don’t suppose anything.’  

Hellend vlak

Maar gaat die claim wel op, wanneer je een generieke voorstelling van zaken voorschotelt terwijl de details wel eens heel anders kunnen zijn – ook al lijkt het om iets triviaals te gaan? Nog een voorbeeld. Een straatroof met een verdachte van wie je niet weet of het om een blank of een gekleurd persoon gaat. Wat doe je dan achter de tekentafel? Logan: ‘Het gezicht van de verdachte maken we nooit herkenbaar.

We gebruiken als avatars monochrome figuren. Generiek getekend, bijvoorbeeld: oranje voor verdachten en blauw voor politie. Een beeldtaal die de meeste mensen wel snappen, want kijkers weten heus wel dat niemand in het echt oranje is.’
Wat doet Nonny de la Peña wanneer ze geen modellen of foto’s heeft voor haar immersive journalism? Ook zij gebruikt dan generieke modellen, die niet noodzakelijk een afspiegeling zijn van de werkelijke hoofdrolspelers of getuigen van de nieuwsgebeurtenis.

Een hellend vlak? Niet per se, vindt ze. ‘Wat voor kleding mensen droegen, is bijvoorbeeld lang niet altijd relevant in het verhaal. Wel als het gaat om een kogelwerend vest dat niet heeft gewerkt. Bij een crowd scene in Aleppo verwacht je geen blonde surfers op een skateboard – je moet wel een beetje dicht bij de oorspronkelijke situatie blijven. Dat soort afwegingen maak je.’ Niet anders dan bij telelviseverslaggeving, weet ze. De werkelijkheid is altijd anders dan je via media verneemt. In welke documentaire wordt een situatie bijvoorbeeld realtime gefilmd?

Hunger in LA is De la Peña’s weergave van de chaos die uitbrak in de rij voor een voedselbank. In werkelijkheid duurde het twintig minuten voordat de ambulance komt; in De la Peña’s versie twee minuten. ‘En zelfs dat ervoeren de mensen die het verhaal immersive ondergingen al als een eeuwigheid.’

Verantwoording

Hoe kijkt hoogleraar Mediastudies Mark Deuze tegen dit soort media-innovatie en manipulatie aan? Hij is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, van 2003 tot 2013 werkte hij in de vs. In 2003 vernam hij daar al van de eerste vormen van immersive journalism. ‘Journalistiek is sowieso vatbaar voor invulling,’ vergoelijkt hij. ‘Bij ieder journalistiek verhaal wordt er iets aan de feiten toegevoegd.

Televisie-items, geschreven stukken – het zijn allemaal montages. Immersive journalism en nieuwsanimatie zijn extreme varianten van een fundamenteel probleem in elk journalistiek verhaal. Daarnaast ben je als journalist een speelbal van allerlei belangen. Van politici, spindoctors en je eigen nieuwsbedrijf. Je moet een middenweg bewandelen tussen al die belangen. Er zijn daarbij twee opties: je verslaat zo objectief mogelijk de feiten – maar dat is een afstandelijke manier van verslaggeving die niet meer helemaal bij deze tijd past – of je legt verantwoording af over je werk en je maakt alle belangen inzichtelijk.’

 

Journalistiek is sowieso vatbaar voor invulling, Bij ieder journalistiek verhaal wordt er iets aan de feiten toegevoegd.

Mark Deuze

De laatste optie is wat Deuze betreft de beste wanneer nieuwe verhaalvormen worden gebruikt waarbij er meer onechtheid aan het nieuwsfeit wordt toegevoegd. ‘Je moet aangeven waar en wanneer je een educated guess hebt gedaan in de poging nieuws zo goed mogelijk te verbeelden,’ vindt Deuze. De la Peña wil dat ook doen, op haar site wil ze alle brondocumenten en motivatie achter haar beslissingen publiceren, het is vooral tijdgebrek waardoor ze er nog niet aan toe is gekomen.

Wanneer journalisten dat doen, zou je zelfs kunnen stellen dat immersive journalism een objectievere verhaalvorm en betere manier van waarheidsvinding is, vindt Deuze, net als Nonny de la Peña. Er is geen fysieke distantie meer tot het verhaal, de nieuwsgebruiker wordt in de beleving van de nieuwsgebeurtenis geplaatst en ervaart de menselijke kant en de gevolgen. Deuze: ‘Een oorlog gaat niet over hoeveel mensen er dood zijn en hoeveel raketten er zijn afgeschoten. Het gaat over wat mensen in een conflictgebied meemaken. Juist voor oorlogsjournalistiek denk ik dat immersive journalism een krachtig wapen is.’ 

Vernieuwen

Wordt nieuws voor het publiek aantrekkelijker en minder abstract met immersive journalism en nieuwsanimatie? Win je er mensen mee die nieuws nu te afstandelijk vinden en er niet in geïnteresseerd zijn? Volgens De la Peña absoluut. Gamers bijvoorbeeld, ‘een behoorlijk deel van de bevolking inmiddels, niet alleen maar jeugd maar wel het publiek van de toekomst’.

De nieuwsanimaties van Next Media bereiken ook mensen die traditionele media niet bereiken. Niet noodzakelijkerwijs jongeren, brengt Michael Logan in. ‘Het grootste deel van ons publiek is 35+, alleen lezen ze nauwelijks kranten meer en zijn ze vooral digitaal connected.’ Triomfantelijk: ‘We hadden achttien miljoen views in de vs afgelopen maand. Wij maken nieuws op een manier die mensen bereikt. Of je het wel of geen journalistiek noemt, interesseert me niet.’

Ondertussen is immersive journalism niet massaal doorgebroken. De reden? ‘Mensen zitten er niet op te wachten,’ stelt Deuze onomwonden. ‘Die zitten sowieso meestal niet op het nieuws te wachten. Het deel van de bevolking dat actief betrokken is bij het nieuws en zich laat inspireren door nieuwe vertelvormen en interactieve documentaires is klein, het grootste deel van de mensen kijkt Holland’s Got Talent en vindt het leven verder ingewikkeld genoeg.’

Dus dan maar opgeven, die arbeidsintensieve hobbyprojecten van mediamakers en technerds? Nee, zegt Deuze. ‘Het is zinvol vanuit de professionalisering van het vak. Daarbij komt dat creatieve mensen, en daar schaar ik journalisten ook onder, zich moeten blijven vernieuwen, anders raken ze verveeld. Je moet het vak vooruithelpen en zorgen dat je lol houdt in je werk. Dat vind ik voldoende argument om nieuwe verhaalvormen te blijven onderzoeken.’