Slimme grenzen in Europa

Julia Kramer ,

Een digitaal hekwerk van ‘slimme grenzen’ moet Europa beveiligen tegen illegale migratie. Een omvangrijk en duur project waarvan de praktische uitvoerbaarheid valt te betwijfelen. Toch wordt het ingevoerd. Liefst zo snel mogelijk.

Wie Europa binnen wil, moet zich aan de grens door middel van biometrische kenmerken elektronisch laten registreren. Althans, als het aan de Europese Commissie ligt. Zij presenteerde afgelopen zomer haar voorstel voor de invoering van het Entry/Exit-Systeem (EES), waarbij niet-Europese bezoekers een gelaatsscan en tien vingerafdrukken moeten afdragen. Zo kunnen zij bij vertrek automatisch worden herkend door de ‘slimme grenzen’. Geschatte kosten: 1,1 miljard  euro.

Het EES maakt deel uit van het smart border-plan dat al in 2008 door de Europese Commissie werd gelanceerd. Het systeem is gebasseerd op het US-VISIT programma, waarmee Amerika - door de opslag van de biometrische persoonskenmerken - Global Identity Dominance wil bereiken. Het doel van Europa is onduidelijker.

In principe moet het EES de zogenaamde visa-overstayers signaleren. Als zij na de toegestane verblijfsperiode van drie maanden niet ‘uitklokken’ bij een officiële grensovergang, slaat het systeem alarm. Deze signaleringsfunctie is een verbetering ten opzichte van het de ouderwetse 'paspoort stempelen'. Maar wat gebeurt er nadat het EES een waarschuwing geeft?

Amerikaans voorbeeld

Op papier zouden opsporingsautoriteiten de illegalen, die zich doorgaans op een onbekende locatie in Europa bevinden, moeten traceren. Het Amerikaanse systeem leert dat er in de praktijk helemaal niets gebeurt. Er is een Entry-systeem, dat inmiddels miljoenen biometrische gegevens van reizigers heeft opgeslagen en die in principe verifieerbaar zijn, maar het Exit-gedeelte ontbreekt. De daadwerkelijke verificatie aan de grens vindt niet plaats.

Een van de problemen waar Amerika, en dus ook Europa mee kampt, zijn de ontelbare kilometers oncontroleerbare landsgrens. Het EES zet de deur voor illegalen op sommige delen dus nog steeds wagenwijd open. En dan heeft Amerika nog een centrale overheid die de scepter kan zwaaien. Daar is in Europa geen sprake van. Bovendien komen de meeste illegale immigranten niet via de officiële landsgrenzen binnen en is het überhaupt maar de vraag of ‘slimme grenzen’ het juiste middel zijn om het doel te bereiken.

Ondanks deze bezwaren pleit de Europese Commissie voor de invoering van het EES, maar dit gaat een stuk minder snel dan in de Verenigde Staten. “Door de sentimenten rondom 9/11 kon het systeem daar versneld worden ingevoerd”, vertelt biometrieconsultant Max Snijder. Terrorismebestrijding was hierbij Leitmotiv. “Europa heeft meer tijd genomen om het geheel te bekijken en komt daarom nu met een integrale aanpak. Het EES moet gecombineerd worden met de bestaande databases Eurodac en EU-VIS, maar ook met het nieuwe Eurosur programma dat de permanente buitengrensbewaking regelt”, aldus Snijder.

Troefkaart Snowden

Toch lijkt Europa nu ineens haast te hebben met de invoering van de slimme grenzen. Aanvankelijk werd aangenomen dat Europa met de optuiging van dit grootse IT-project aan de Verenigde Staten wilde laten zien dat zij ook prima haar eigen boontjes kan doppen. Anno 2014 speelt ook een andere reden een rol: niet langer afhankelijk zijn van de VS als het aankomt op veiligheid en persoonsregistratie. De aanleiding ligt voor de hand: onthullingen van klokkenluider Edward Snowden over de afluisterpraktijken van de Amerikaanse overheid.

Zowel de voor- als de tegenstanders van het EES gebruiken Snowden als troefkaart. Tegenstanders van smart borders menen dat Snowden bewijst dat privacy en beveiliging onverenigbaar zijn, maar Europese bewindslieden grijpen de casus aan om protectionisme te bepleiten. Zo heeft volgens Eurocommissaris Neelie Kroes (portefeuille Digitale Agenda) het PRISM-schandaal het Europese vertrouwen in de Amerikaanse veiligheidsindustrie heeft geschonden. "If European cloud customers cannot trust the U.S. government, then maybe they won't trust U.S. cloud providers either", sprak zij in juli 2013. Eurocommissaris Viviane Reding (portefeuille Justitie en Mensenrechten) opperde een Europese ‘CIA’ op te richten.

Roomser dan de paus

De toon van deze uitspraken is helder: Europa moet zelf investeren in veiligheid en daarmee in de bijbehorende eigen industrie. En daar moet niet te lang mee gewacht worden, meent Max Snijder. “In de biometriesector verdwijnt de industrie naar Amerika. Daar komt het intellectueel eigendom te liggen. Zo maak je je compleet afhankelijk.” Europa kan dus wel zelfstandig willen worden, maar dan moeten Europese overheden ook de industrie helpen te innoveren. Snijder: “Dit gebeurt nog veel te weinig, wat dat betreft zijn we roomser dan de paus.”

Behalve de – volgens Snijder vaak overdreven - angst voor verstrengeling tussen overheid en industrie, speelt een andere, nog veel grotere kwestie rondom de invoering van smart borders: wie krijgt er toegang tot de database waar alle biometrische gegevens opgeslagen zijn? Willen illegalen daadwerkelijk getraceerd kunnen worden, moeten opsporingsautoriteiten toegang hebben tot de database. Dit stuit op verzet. Immers is het een inbreuk op het recht op bescherming van persoonsgegevens.

Point of no return

“Het is de verdienste van Snowden dat we publiekelijk debat hebben over de balans tussen security en privacy. Onder het mom van veiligheid is de transparantie na 9/11 enorm afgenomen en dat is een groot risico”, zegt Snijder. Wat betreft de smart borders moet volgens de biometrieconsultant wel in acht worden genomen dat de Europese Commissie – bij zijn weten - geen Global Identity Dominance nastreeft, zoals in de Verenigde Staten het geval is.

Als het aan de Europese Commissie ligt, wordt het EES zo snel mogelijk ingevoerd. Hogere, diplomatieke belangen spelen een belangrijker rol dan de praktische uitvoerbaarheid. Eigenlijk is het point of no return al overschreden. “Als je gaat wachten met ontwikkelen en investeren tot de wetgeving er is, gaat het natuurlijk nooit werken. En dat is ook logisch”, meent Snijder. De brokstukken bestaan al, alleen moeten ze nog goed aan elkaar gezet worden. En laat dat nou net essentieel zijn voor een waterdicht systeem.