Ulrich Beck

Anthe de Weerd ,

Bouwen op 'Bildung'

Socioloog Ulrich Beck (1944) doceert aan de LSE en heeft vele internationale publicaties op zijn naam staan. Kernbegrippen uit zijn werk zijn risicomaatschappij, kosmopolitisme en reflexieve modernisering. Beck boog zich over de energiekwestie in Duitsland.

De internationaal vermaarde socioloog Ulrich Beck was tot 2009 directeur van het Sociologisch Instituut van de universiteit München. Hij is nu nog verbonden aan Harvard en doceert als bijzonder hoogleraar aan de London School of Economics and Political Science (LSE). 

Al in zijn eerste belangrijke boek uit 1986 beschrijft Ulrich Beck de "risicomaatschappij". Daarin stelt hij thema’s aan de orde als het geringe vertrouwen in de overheid en het maatschappelijk draagvlak voor het beleid tegen risico’s zoals kernafval. Rampen lijken volgens Beck bijna een vast bijproduct te worden van de moderne markteconomie; denk aan Fukushima, de gekke-koeienziekte en vogelgriep of de vuurwerkramp in Enschede. Waar sociale conflicten in de industriële maatschappij vooral draaiden om de verdeling van welvaart, botsen we tegenwoordig in de risicomaatschappij op de verdeling van risico's, oftewel: de focus verschuift van de distribution of goods naar de distribution of bads.

In een van zijn meest recente publicaties, Weltrisikogesellschaft. Auf der Suche nach der verlorenen Sicherheit (2009, in het Engels uitgegeven als World at Risk), behandelt Beck onder andere onderwerpen als klimaatverandering, de financiële crisis en terrorisme. In het boek komen zijn jarenlange politieke, theoretische en empirische kennis en betrokkenheid bij deze thema's samen.

In 2011 werd Beck door bondskanselier Merkel gevraagd om lid te worden van de Duitse Nationale Commissie Ethiek. De commissie werd door de Duitse overheid in het leven geroepen om zich te buigen over de kernenergiekwestie. In mei 2011 bracht de commissie het advies uit om alle kerncentrales in Duitsland te sluiten.

Over het huidige succes van Duitsland zegt Beck: 'we hebben een grote traditie van Bildung. Dat is een belangrijke achtergrond in de ontwikkeling van Duitsland. Het gaat niet om een beperkte vakopleiding, maar om algemene ontwikkeling.' In de jaren zeventig verrichtte Beck zijn eerste empirische onderzoek naar hoe het principe van Bildung kon worden toegespitst op de arbeidsmarkt. De uitkomst was interessant, vertelt Beck: Het bleek dat het niet zo effectief was om opleidingen heel specifiek toe te spitsen op een enkel vakgebied; mensen met een brede algemene ontwikkeling bleken namelijk beter bestand tegen de realiteit van veranderingen op de arbeidsmarkt.