Ewald Engelen

Promoveerde als politiek en sociaal filosoof, is nu financieel geograaf. Laat zich als fervent twitteraar en publicist veelvuldig en kritisch uit over de euro en economen.

Ewald Engelen houdt zich "de godganse dag" bezig met de euro en de crisis, maar wil absoluut niet aangezien worden voor econoom. Sterker nog, hij ziet zichzelf als het tegenovergestelde daarvan: "een hele zachte geesteswetenschapper". Economen zijn volgens hem verkapte wiskundigen die hij met argusogen volgt. Verder is hij uitgesproken voorstander van de opheffing van de euro.

Deze mening en andere inzichten verkondigt Engelen graag en veel. Zo maakt hij meer dan eens zijn opwachting in actualiteitenprogramma's op zowel radio als televisie. Tijdens de Meet Up naar aanleiding van de Tegenlicht-aflevering 'De biecht van de bankier' geeft hij op niet te misverstane wijze een stem aan de smeulende woede van velen over het gebrek aan verandering in de financiële sector. Als columnist schrijft hij onder meer voor ‘De Groene Amsterdammer’ , ‘ Follow the Money’ en ‘De Correspondent’. Dat zijn ongezouten mening niet altijd zonder consequenties blijft blijkt als hij in 2012 een kritische column over de vakbonden schrijft voor SER Magazine en hij onmiddellijk ontslagen wordt. Engelen laat zich echter niet kisten en reageert met een column in De Groene Amsterdammer onder de titel 'Kutcensuur bij de SER'.
 

Economen zijn verkapte mathematici die worden afgerekend op publicaties in verkapte wiskundetijdschriften. 

Ewald Engelen

Naast zijn actieve deelname aan het publieke debat is Ewald Engelen als financieel geograaf verbonden aan het 'Amsterdam Institute for Metropolitan and International Development Studies' van de Universiteit van Amsterdam. In 2006 ontving hij een VIDI-beurs van NWO om onderzoek te doen naar de positie van het Amsterdamse financiële centrum in een context van financiële internationalisering. Eerder was hij verbonden aan de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), de denktank Waterland en de Universiteit Wageningen.