Chen Lifang

Floris-Jan van Luyn ,

Rijstboerin Chen en haar dorpsgenoten wonen onder de verstikkende rook van een chemische fabriek.

In het hart van China in de provicie Hunan woont op een steenworp van het geboortedorp van Mao Zedong rijstboerin Chen Lifang. Binnen de gekozen kaders van een cameralens lijkt het leven daar stil te staan. De paddies liggen er blakend bij, de dorpjes ingeklemd tussen de heuvels – tot je in de achtertuin van Chen beland. Die geeft niet alleen uitzicht op de roestige resten van stalen gascontainers, maar doen je via je reukzin ook op indringende wijze beseffen wat hier speelt. Chen en haar dorpsgenoten wonen onder de verstikkende rook van een chemische fabriek. De fabriek ligt er al jaren, maar is pas onlangs overgenomen door een ondernemer van buiten de regio. Die begon er chemische knoflookessentie te produceren, bestemd voor veevoeder. Chen en haar dorpsgenoten brachten de nachten kokhalzend door, want de fabriek was wel zo slim alleen ’s nachts te produceren. Chen deed onderzoek en kwam er al snel achter dat de fabriek niet voldeed aan de milieustandaard. Sterker, de fabriek had nooit operationeel mogen worden. Daarom was die ook geweerd in andere provincies. Bijgestaan door even zo heldhaftige juristen bond ze de strijd aan tegen de fabriek. Ze verzamelden vijftien dorpsgenoten en gezamenlijk dienden ze een klacht in tegen de onderneming. Maar de onderneming sloeg terug en wist het lokale kader over te halen Chen en haar dorpelingen te intimideren. Chen werd vastgezet, 20 dagen lang, maar het verminderde haar strijdlust niet. Ze trok naar Peking om daar een petitie in te dienen, maar werd op de terugweg zolang achtervolgd door leden van de veiligheidsdienst dat ze naar vrienden vluchtte. Toen ze na maanden de kust veilig achtte, keerde ze terug naar haar dorp om haar strijd weer op te pakken.

Inmiddels had haar verhaal de aandacht getrokken van CCTV. Een filmploeg kwam langs en getuige haar foto’s werd alles bekeken, maar het programma werd nooit uitgezonden: te gevoelig, aldus de advocaat van Chen.

Onderwijl duurt haar strijd voort en de dorpelingen hebben succes. De fabriek is op een haar na gesloten. Ter inspectie gate-crasht ze het fabriekterrein regelmatig. Ze onderzoekt de chemische containers, weet de lekken te vinden en waar het afval water naar toe gaat. De dorpelingen leggen hun handen opgewonden op hoge druk vaten: die zijn nog warm, bewijs dat de productie niet te stoppen is.

Bijna wekelijks stapt Chen op de bus om te praten met haar advocaat. Ze weet dat de zege nabij is.

Maar het volgende probleem dient zich alweer aan. Aan de overzijde van de dorpspaddies wordt een berg afgegraven: de voorbereiding voor de aanleg van een olieopslag en zuivering. Chen negeert het opzettelijk, maar de boodschap is veelzeggend: de Chinese milieustrijd heeft geen einde. Zodra een probleem is opgelost ontstaat het volgende alweer. In het geval van Chen gebeurt het naast haar deur.