Argos

Portret van een straat in Lelystad

Argos

Portret van een straat in Lelystad

Een portret van een straat in Lelystad waar bijna alle bewoners een uitkering ontvangen.

Draaiboek en inleidende Teksten:

Cor Galis + Tune

Kopfragment
in: Ik ging overal naar toe
uit: d'r is hier gewoon weinig werk. 0.20.

Tekst 1.
Is Flevoland, de jongste provincie, verworden tot reservoir van werklozen en Centrumpartijaanhangers. De beeldvorming over het 'nieuwe Nederland' is ronduit negatief. En helemaal ongegrond is die zwartgalligheid niet.
In januari publiceerde het Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening, het RBA, cijfers waaruit blijkt dat bijna 13 procent van de beroepsbevolking in Flevoland werkloos is. Bijna twee keer meer dan het landelijk gemiddelde.
Toen het nieuwe Nederland in 1956 definitief aan de zee ontnomen werd, waren de verwachtingen in alle opzichten hoog gespannen. Toenmalig minister Algera van Verkeer en Waterstaat zag het droogleggen van de Flevopolders als een belangrijk prestigeproject.

Algera min. van V en W 13 sept '56.
in: Het is goed dat een volk van tijd tot tijd iets groots
uit: wij bouwen. (+applaus) 0.39.

Tekst 2.
Toen de oostelijk Flevopolder eenmaal droog gelegd was kreeg de architect Cornelis van Eesteren, in 1959, van de minister opdracht een stad voor 100.000 inwoners te ontwerpen. Lelystad moest een stad worden waarin de inwoners zich gelukkig zouden voelen. Zo gelukkig zelfs, dat zij zich zouden verheffen tot nieuwe mensen. Van Eesteren had bevlogen plannen.
Zef Hemel, plaatsvervangend secretaris voor de Raad van Advies voor de Ruimtelijke Ordening (RARO), legt op dit moment de laatste hand aan een proefschrift over de ontstaansgeschiedenis van de IJsselmeerpolders en het aanvankelijk idealisme van van Eesteren.

Hemel.
in: we gaan een nieuwe samenleving bouwen
uit: nou, een gevoel van trots // 0.57.

Tekst 3.
Dat gevoel van trots, daar is het nooit van gekomen.
Wonen in de provincie Flevoland roept inmiddels vooral negatieve associaties op. Kale, tochtige, nieuwbouwwijken met veel leegstand. Hoge werkloosheid. Een sterk ontwikkelde afkeer van vreemdelingen die zich manifesteert in een grote aanhang voor extreemrechts.
Zelfs een fikse Ontwikkelingssubsidie van de Europese Commissie, ruim 300 miljoen gulden, kan dat beeld tot nu toe niet wegnemen.

Fragment Repo.
Ruzie. (0.30)


Tekst 4.
Verslaggeefster Irene Houthuijs liep in de afgelopen weken rond in Lelystad. Om precies te zijn in de wijk De Punter.
De aanleiding? De directeur van het Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening, zeg maar de baas van de arbeidsbureaus, maakt half januari een alarmerende stijging van de werkloosheid in Flevoland wereldkundig. Volgens directeur Riemslag is de werkloosheid dramatisch gestegen de laatste twee jaar. En wat misschien nog wel opmerkelijker is; de werkloosheid is in werkelijkheid twee maal hoger dan dat het officiële cijfer van het CBS voor Flevoland aangeeft. Afgelopen woensdag bezoeken we Riemslag op het arbeidsbureau in Lelystad. Eén deur verder in hetzelfde gebouw is het RIAGG gevestigd. Riemslag roemt de samenwerking, werklozen kunnen door het arbeidsbureau hoog op de wachtlijst van het RIAGG gezet worden. Met de kredietbank en de woningbouwverenigingen bestaan soortelijke contacten.
Op de balie van het arbeidsbureau staat een bordje: In verband met de grote toeloop op de vacatures voor de gevangenis wordt de werving voorlopig stopgezet. U kunt niet meer reageren!
Boven vertelt de directeur ons over zijn afwijkende werkloosheidscijfers.

Riemslag.
in: Officieel mag ik geen uitlatingen doen over
(tot 2.35 bandinterview met Riemslag, daarna Thijsen en Riemslag aan de telefoon.)
uit: met onze uitzending dag, dag dag. 8.33.

Tekst 5.
Zoals gezegd we liepen rond in De Punter in Lelystad. Een in 1976, in de vorm van een honingraad gebouwde wijk. Het straatbeeld? Blinde muren, donkere inhammen die naar voordeuren leiden. Aan de overzijde van de straat lijkt de architect vergeten te zijn dat voordeuren beter niet rechtstreeks in de woonkamer kunnen uitkomen en werden er bij wijze van entree, een soort openbare toiletcabines tegen de voorgevel aangeplakt. Het entree aan straatkant is zo onaantrekkelijk dat men hier liever via de achtertuin naar binnensluipt.
Mis-architectuur die de bewoners er niet toe uitnodigt iets van hun omgeving te maken.
Toch ligt de wijk De Punter op steenworp afstand van de dijk die uitzicht biedt op het IJsselmeer. Het in deze dagen kruiende ijs en de Bataviawerf roepen een sfeer op waar we in de grauwe straten van de Punter niets meer van terugvinden.
De Punter is naar binnen gekeerd. Een wat verlaten en monotoon beeld dat slechts twee maal doorbroken wordt door het buurthuis en de supermarkt.
Een kale, veel te ruim opgezette winkel waarin alle artikelen nog in de kartonnen dozen zitten. Geen plek waar je gezellig even met je buurvrouw blijft kletsen. Menig grootgrutter ging hier al failliet. We lopen mee met de bewoner van nummer 39, Edwin Klomp, 37 jaar, werkloos, 3 zoons, weduwnaar. Nog niet zo heel lang geleden werkte hij in de winkel waar hij nu boodschappen gaat doen.

Winkelen met dhr Klomp
in: ----20---- (voetstappen en winkelkarretje) Dat zijn een hoop pakken melk
uit: ook nee tegen gezegd. 4.12.

Tekst 6.
Edwin Klomp laadt zijn winkelkarretje vol. Sinds de dood van zijn vrouw november 1987, draagt hij alleen de zorg voor zijn drie kinderen en dat verloopt niet zonder problemen, zo vertelt hij. Vooral Wouter, 13 jaar, heeft de dood van zijn moeder nog niet verwerkt. Hij heeft gedragsproblemen en is onder behandeling bij het RIAGG. Soms komt het RIAGG tijdens het avondeten filmen, home-video-training noemen ze dat. Maar volgens vader Klomp zou een verborgen camera een betere inzicht geven want zodra de man van het RIAGG verdwenen is, beginnen de even gestaakte ruzies tussen Wouter en zijn oudere broer Pascal opnieuw. De jongste, Floris, is motorisch gestoord en loopt anderhalf jaar achter in zijn ontwikkeling.
Terwijl Klomp naar de kassa loopt ziet hij een bekende.

Klomp
in: Ja, wat er nu binnenkomt
uit: buitenlanderhater (kassa-geluiden) ---10--- 1.50.

Tekst 7.
Joris, die in werkelijkheid Cole blijkt te heten, loopt naar zijn vriend die net binnenkomt. Cole, een boom van een vent, maar toch pas 14 jaar oud. Zijn vriend Jeroen is van Tsjechische afkomst en 18 jaar oud. Twee jongens die zich vervelen en maar even de Supermarkt zijn binnengelopen om te kijken of er iets te beleven valt. De verslaggeefster loopt met ze mee naar buiten.

jongeren over de verveling
in: (voetstappen) /Is hier niets te doen
uit: dan beginnen ze al. (gelach) 1.40.

Decor regengeluiden onder de paraplu

Tekst 8.
Een straat van gevarieerde samenstelling. Vietnamese bootvluchtelingen, Surinamers, Marokkanen, Nederlanders en zigeuners. Over het algemeen gaat het goed in de Punter. Echt grote problemen zijn er niet in deze kleine multiculturele samenleving. De criminaliteit is niet hoger dan elders.

(Decor komt op - scannergeluiden

Donderdagavond, het regent en is koud. Iedereen zit binnen.
Een huis in het midden van de straat, een rommelige huiskamer, veel etensbakken voor de twee honden en de zeven raskatten, Perzische katten. Een aquarium van drie meter lang pontificaal in het midden van de kamer. Een beetje een muffige atmosfeer. De donkerbruine vloerbedekking vol vlekken, de gordijnen dicht.
Trudie, gekleed in een wit trainingspak en bruine poezensloffen, zit naast Harry op de bank voor de televisie. Harry, kijkt maar met een half oog, hij houdt zijn '27 MC-bakkie' die vlak naast hem staat, voortdurend in de gaten. Dochter Chantal ligt net in bed. Ondanks de waarschuwingen van andere buurtbewoners wordt de verslaggeefster gastvrij ontvangen.

Trudie en Harrie.
in: Het is hier lekker
uit: lukt gewoon niet meer. 2.43.

MUZIEKBRUG

A.4. Trudie en Harrie vervolg.
in: Heeft U contact met de buurt
uit: dat doen ze bij jou niet. 2.44.


Tekst 9.
De Punter in Lelystad, de stad die door de ontwerpers bedoeld was voor gelukkige mensen, er wonen nu in 1994 wel wat veel WAO-ers en werklozen. Veel bewoners zijn Amsterdammers die noodgedwongen naar Lelystad vertrokken omdat hun bovenwoning werd afgebroken. Anderen hoopten dat zij in hun nieuwe doorzonwoning met open keuken een beter leven zouden hebben. Met veel speelruimte en frisse lucht voor hun kinderen.
Volgens sociaalgeograaf Zef Hemel is daar niets van terecht gekomen.

Hemel.
in: Je mag constateren toch wel constateren
uit: ja, ja. / 3.26.


Henk Kok, assistent-huismester bij de Rode Klif
in: (voetstappen) Dus dit maak ik alleen even de vloerbedekking schoon.
uit: kan je het zien. 0.20.

Tekst 10.
Henk Kok heeft na negen jaar werkloos thuis gezeten te hebben een baan gevonden als assistent-huismeester in de Rode Klif, een wooncomplex voor 55-plussers, niet ver van de Punter. Tot twee jaar geleden genoot de Rode Klif voornamelijk bekendheid vanwege de slechte onderhoud van de woningen en garages met dealende junks. Totdat de gemeente besloot tot een ingrijpende renovatie, nu wonen er alleen ouderen. Allemaal zelfstandige woningen maar met veel gemeenschappelijke voorzieningen.

huismeester
in: Ik ben altijd bakker geweest
uit: er is hier gewoon weinig werk. 1.27.

MUZIEKBRUG.

A.6.
in: U bent als voormalig bakker
uit: zelf ook een keer eens wat ondernemen. 3.20.

MUZIEKBRUG.

B.6. wassen van hond Oessi
in: Nou, de grote bouvier Oessi wordt
uit: kom maar Oes (kraan wordt opengezet)--1.00-- 0.37.

TEKST 11.
Maandagmiddag. Ingrid de Boer, op nummer 35, trekt haar grote, donkerbruine bouvier Oessi onder de douche. Oessie stribbelt tegen maar blaft niet. Mevrouw de Boer is arbeidsongeschikt en woont met haar twee kinderen vanaf 1979 in de Punter. Ze is hier komen wonen omdat haar toenmalige man in Urk een stomerij kocht. Ze komt uit Haarlem. Ze vond Lelystad in het begin een ramp, reed iedere dag met haar kinderen in de auto terug naar Haarlem. Maar toen haar oudste zoon naar school ging moest ze wel thuis blijven. De contacten met buurtbewoners kwamen toen vanzelf. In de 15 jaar dat ze in de Punter woont, heeft ze haar straat zien veranderen. Het is niet meer zo gezellig als vroeger, mensen zijn meer op zichzelf gaan leven.

A.7.
in: JA, je gaat ook meer op jezelf
uit: kan ze zich een beetje uitschudden.----5-- 3.10.

TEKST 12.
Donderdagavond, koopavond, half acht, het regent en is koud.
In de supermarkt is het druk. Veel jonge mensen laden hun karretje vol chips, toiletpapier en sinaasappels. De supermarkt en het schoolplein ernaast is een plek waar de jongeren uit de Punter elkaar graag ontmoeten. Soms basketballen ze, soms zitten ze op de grond en luisteren ze naar hun gettoblaster of hangen ze maar wat rond.
Vijf jongens, twee meisjes en een paar kinderen staan bij de ingang van de Aldi. Ze vervelen zich, ze schreeuwen wat, maken grappen en trekken een beetje aan elkaar. Je kan de ergernis hierover bij sommige buurtbewoners van hun gezicht aflezen. Ze lopen met een grote boog om het groepje heen. Een jonge vrouw komt met haar man en twee kinderen en een volgeladen karretje de supermarkt uit. Ze doet gretig haar beklag.

RUZIE.
in: Ja en voor je kinderen ben je bang natuurlijk
uit: het gewoon leuk als er een zooi stennis wordt gemaakt.
3.49.
MUZIEKBRUG.

REACTIE JONGEREN.
in: we zijn helemaal geen klieren
uit: nu ben ik uitpraat. 1.56.

TEKST 13.
Tot slot nog een keer terug naar Zef Hemel, plaatsvervangend secretaris voor de Raad van Advies voor de Ruimtelijke Ordening (RARO), gespecialiseerd in de ontstaansgeschiedenis van de IJsselmeerpolders. De sociaalgeograaf is somber over de toekomst van Lelystad.


in: Lelystad heeft een beroerde jeugd gehad
uit: de enige oplossing is. 1.36.




Bestand afkomstig van cassette van de afdeling Publieksservice van de VPRO