Docklands

Het is zomervakantie en de avontuurlijke tweeling Arend en Zus spelen de hele zomer met hun vriendengroepje in en om het havengebied van hun stad –de Docklands. Ze gaan er op zoek naar avontuur en dagen elkaar uit. Wie durft het meest, wie is de baas, wie mag bijna niet meer meedoen en wie is nu wiens liefje of beste vriend?

Voor Arend en Zus is het thuis ook een spannende tijd. Ze zijn pleegkinderen en wonen bij de rommelige familie Kater op een scheepswerf, waar ze heel gelukkig zijn. Boris en Mink Kater, hun twee halfbroers, voelen als echte familie. En vader en moeder Kater natuurlijk ook! Maar Nancy, hun biologische moeder is afgekickt en weer gezond en wil heel graag dat Arend en Zus weer bij haar komen wonen.
Dat is een hele moeilijke keus voor Arend en Zus, want waar horen ze nu thuis?

Op deze vraag zullen Arend en Zus aan het einde van de zomervakantie een antwoord moeten geven. In de tussentijd maken ze genoeg avonturen mee om een heerlijke zomer te hebben en het juiste antwoord op de vraag te vinden.

Ook de andere kinderen uit de vriendengroep beleven spannende tijden. Kareem wil graag dat zijn vader meer met hem ‘hangt’ en Gulin heeft een ziek broertje, Winston wordt verliefd op Maaike, maar Maaike wil nog helemaal geen verkering, ze weet nog niet eens wie ze zelf nou eigenlijk is! En Sander vindt het maar moeilijk dat Arend en Kareem altijd de baas spelen en doet dan ook een gooi naar de macht.

Zo is er altijd wat op de Docklands. Het is een heftige zomer voor de vriendengroep. Maar één ding is zeker; avontuur zat. Inbreken, fikkie stoken, tegen de brommerjongens vechten, verkleedfeestjes houden, ze vervelen zich maar zelden. Ze spelen buiten tot de lantaarnpalen aangaan en de nacht bijna invalt. En dan nog komt er stiekem toch nog weleens eentje uit zijn bed geslopen.