VPRO Marathoninterview

J.A.A. van Doorn: uur 1

VPRO Marathoninterview

J.A.A. van Doorn: uur 1

Behalve als socioloog en historicus was J.A.A. van Doorn bekend als columnist. Bij NRC/Handelsblad, Trouw en HP/deTijd. Met scherpe, analytische en nuchtere blik nam hij de maatschappij onder handen.
Toen hij met Heerma van Voss sprak, was hij al in de tachtig en onder behandeling tegen kanker. Maar schreef nog vlijtig verder, zoals het lijvige "Duits socialisme", waarin hij niet alleen "de triomf van het nationaal-socialisme" in de jaren '30, maar ook de ondergang van de Duitse sociaal-democratie in de krachteloze Weimar-republiek van de jaren '20 beschrijft.
Een gesprek met J.A.A. van Doorn over verleden en heden, over zijn carriere en zijn persoonlijke biografie.
---------------------------------------

Biografie J.A.A. van Doorn

Maastricht, 5 maart 1925
Wie schrijft, die leeft en wie leeft, die schrijft
Generaties studenten zijn ermee groot geworden, met wat wel de bijbel van de sociologie werd genoemd: het leerboek Moderne Sociologie uit 1959 van Lammers en Van Doorn. De jonge socioloog J.A.A. van Doorn had zijn naam gevestigd, en zette die academische carrière voort als hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit. En bleef boeken schrijven zoals Ontsporing van Geweld (1970), over de ‘excessen’ tijdens de ‘politionele acties’ in Indonesië, waarvan hij drie jaar als dienstplichtig militair waarnemer was geweest.

Op de Erasmus Universiteit vierde hij zijn 25-jarig academisch jubileum, maar kort daarna, nu 20 jaar geleden, nam hij verbitterd afscheid van de universiteit, die de zijne niet meer was. Hij ging een fulltime bestaan als schrijver en columnist leven. Dat doet hij, inmiddels de tachtig gepasseerd, tot op de dag van vandaag. Vanuit zijn werkkamer in het Limburgse St. Geertruid worden zijn columns voor dagblad Trouw en weekblad HP/De Tijd, getypt op de elektrische machine, naar de Randstad gefaxt. Want de computer is nooit binnengetreden en de televisie staat zelden aan. In huize van Doorn wordt gelézen. Boeken, tijdschriften, een aantal kranten per dag. Als je die écht leest, zegt hij, weet je alles wat je weten moet. Genoeg om scherpe en dwarse observaties over de politiek en de maatschappij de wereld in te zenden.

Dan is er het uitgebreide en goed bijgehouden archief in de werkkamer, dat hem in staat stelde het boek te schrijven dat onlangs verscheen: Duits Socialisme. Het Falen van de Sociaal-Democratie en de Triomf van het Nationaal-Socialisme'

Want als je schrijft, dan leef je, en als je leeft, dan schrijf je – dat is het motto van het gesprek van Jacques van Doorn.
-------------------------------------

Samenvatting Marathoninterview

Eerste uur:
Eerst een uitleg waarom het gesprek opgenomen wordt in de werkkamer van Jacques van Doorn. Anderhalf jaar geleden kreeg hij te horen dat hij botkanker heeft, en al voelt hij zich ‘redelijk’, het huis gaat hij liever niet meer uit. Na de uitvoerige bestraling heeft hij geen pijn meer: hij eet, rookt, neemt eventueel een borrel. En hij schrijft, dé remedie tegen de depressie die hem overviel na de diagnose, want dan ‘ga je toch zitten wachten op het einde.’ Tot een vriend zei: ga gewoon aan het werk, dat plan voor een boek over Duits socialisme lag er al. En zo schreef hij in een jaar tijd dat lijvig werk over het falen van de sociaal-democratie en de triomf van het nationaal-socialisme.

In het boek kijkt hij met sociologisch-historische blik naar het succes van het nazisme, waarbij het begrip ‘socialisme’ van de nationaal-socialistische partij van Hitler alle aandacht krijgt. De nazi’s die wel de sociale en socialistische successen boekten waar de sociaal-democraten niet toe in staat waren. Het nieuwe jeugdige elan in die vredes-jaren van de Weimar-republiek, daar schrijft hij over, als verklaring waarom het beschaafde Duitse volk zo enthousiast achter Hitler aan ging. De interviewer werpt op dat het racisme en anti-antisemitisme van de partij, dat er van meet af aan was, wel erg weinig aandacht van de socioloog krijgt. "Ik heb het antisemitisme niet nodig als aspect om te begrijpen waarom mensen achter Hitler aangingen", zegt hij, "dat anti-antisemitisme werd door massa’s mensen niet goedgekeurd, maar er stond zoveel tegenover, het nieuwe elan won het daarvan."

In 1942 begon de puber van Doorn in Maastricht een oorlogsdagboek bij te houden, een feitelijk verslag van wat er gebeurde en van wat hij zag. Een bijna dwangmatige behoefte om te registreren.
Hij was van nature een teruggetrokken jongen, hij leefde het gewone dagelijkse leven van een scholier, de HBS, later privélessen bij leraren thuis, tennissen, zwemmen.
En wat was bezetting? Soldaten op straat, je bewust zijn van risico’s zonder echt veel angst: je kon je niet voorstellen dat het erger kon dan het was. Het was beklemmend, besefte hij achteraf toen hij de opluchting voelde bij de bevrijding.

Waar moeten we u plaatsen, vraagt de interviewer? Wat stemt u bijvoorbeeld? Stemmen, zegt van Doorn, betekent niet zoveel voor hem, de laatste keer heeft hij het maar helemaal gelaten, toen kon hij er "geen chocola van maken". Zijn politieke kleurenlijn loopt niet zo eenduidig. Een, zoals hij zegt, "calvinistisch katholiek" gezin in Limburg als start, dan vanuit de vanzelfsprekende interesse van de sociologie voor de maakbaarheid van de samenleving de sociaal-democratie in de studiejaren in Amsterdam, en dan al snel het genoegen om een lans te breken voor het conservatisme als dat linkse milieu hem te agressief wordt.

Conservatisme in de zin van: behoedzaam omgaan met wat er is, de erfenis niet verkwanselen. Wat opgebouwd is, is niet voor niets opgebouwd, daar moet iets goeds in zitten. En je kan het heel makkelijk kapot maken. En juist de democratie is kwetsbaar. Dan zijn we weer terug bij het nazisme, toen er een uiterst liberale opvatting over de democratie heerste en alles werd toegelaten. Uitvechten in een burgeroorlog was misschien een betere oplossing geweest .

Samenvatting van het tweede uur:

De socioloog schetste de ideologische leegte van de sociaal-democratie. De 19e eeuw was overwegend liberaal, de 20e overwegend socialistisch, collectivistisch, en nu zijn we weer in een liberaal tijdperk. En je ziet de sociaal-democratie worstelen omdat het blijkbaar niet mogelijk is terug te grijpen op de oude erfenis. Dan krijg je nieuwe vormen, zoals de derde weg van Tony Blair, maar dat is geen ideologie, dat is een manier van omgaan met de praktijk. Er is geen nieuwe tegenbeweging.

"Dus zullen we u toch maar conservatief noemen dan?", vraagt Heerma van Voss in een uiterste poging hem politiek vast te pinnen. "Nee", zegt hij, zijn natuurlijke houding is het om de andere kant op te hangen als bewegingen dogmatisch worden. Hij zou graag een tegenmacht zien tegen de grabbel- en graaicultuur van nu, maar die ziet hij niet. Mensen als Wilders zijn populisten, die geen politiek idee vertegenwoordigen, maar alleen zichzelf.

Dan ging het over zijn vak: de sociologie – toen hij kwam studeren in Amsterdam had hij al vier scripties onder de arm, bijvoorbeeld over de industrialisering van zijn geboortestad Maastricht en over de toestand van wonen daar. Hoe kwam een 18-jarige op die gedachte, was de vraag? "Als je blijft kijken dan zie je het", was het eenvoudige antwoord.

En zo pakte hij het aan, de jonge aanstormende socioloog die de praktisch toepasbare sociologie zoals die uit Amerika kwam aanwaaien omarmde, terwijl tot die tijd sociologie een Duits theoretisch product was. Dat leidde tot wat wel de bijbel van de sociologie genoemd werd, het boek Moderne Sociologie dat hij samen met Han Lammers schreef en dat een enorme oplage haalde. ‘ik zelf zag het als een manifest tegenover de oude generatie, maar ook als leerboek", zegt van Doorn, "een poging de sociologie als vak te ordenen." Om vervolgens te concluderen: "Toen wist ik het wel, en toen wilde ik ook weer wat anders gaan doen."

Hij kwam op de Economische Hogeschool in Rotterdam terecht en was daar de stichter van de beleidssociologie. Hij wilde een gedegen wetenschappelijke sociologische onderbouw meegeven aan de studenten en dan een praktisch toepasbare bovenbouw in bestuurskunde bijvoorbeeld. Uiteindelijk, zegt hij, zijn daar de huidige studies als vrijetijdsmanagement van overgebleven, waarbij die onderbouw is weggehaald. "Daar geef ik wetenschappelijk niks voor".
Op z’n 62e verliet de hoogleraar de Erasmus Universiteit, lichtelijk verbitterd door de willekeur die uit Den Haag op de universiteit werd losgelaten, de bezuinigingen. Zijn leerstoel werd na zijn vertrek opgeheven.

De afgelopen twintig jaar schreef hij, columns, boeken. En al verkeert het vak in een crisis, de sociologische blik leidt hem nog altijd naar de interessante vragen. Meer dan de blik van de historicus, die vaak de bekende feiten zit te ordenen als een verzamelaar zijn postzegels.
We hebben nog 1 uur te gaan. Van Doorn wilde het nog graag over zijn 3 jarig verblijf in Indië hebben als soldaat, kondigde hij aan. Wij willen dat graag horen.