Argos

Bodemsanering

Argos

Bodemsanering

Hoe moet de bodemsanering in Nederland eigenlijk betaald worden? Iedere dag komen er weer vervuilde terreinen bij, maar er is steeds minder geld om iets aan die vervuiling te doen. Er is eigenlijk 100 miljard nodig en er is slechts een fractie hiervan beschikbaar. En het idee; 'de vervuiler betaalt' werkt in de praktijk vaak niet. Grote vervuilers als Philips-Duphar en Akzo hoeven al niet eens meer mee te betalen.
In ieder geval moeten sinds 1 januari 1995, toen de nieuwe wet op de bodemsanering inging, de grondeigenaren zelf de schoonmaakkosten van hun vervuilde grond betalen. Ook wanneer ze zelf helemaal geen schuld hebben aan de vervuiling.
Gevolg van deze nieuwe financiering is dat 'de kleintjes' vaak de dupe worden van de rommel die 'de groten' achter hebben gelaten.

-------
Inleidende teksten:

Tekst 1
Een gebed zonder eind, concludeert D'66 Tweede Kamerlid Augusteijn: Hoe gaan we de schoonmaak van al die verontreinigde grond in Nederland betalen? De Kamer sprak er twee weken geleden urenlang over met minister De Boer van Milieu. En urenlang ging het uitsluitend over geld.
De schoonmaak van alle vervuilde grond in Nederland kost nu al honderd miljard gulden. En gisteren nog, werd bekend dat de schoonmaak van vervuilde stadsvernieuwingsgebieden 400 miljoen gulden meer gaat kosten dan voorzien. En iedere dag worden er weer nieuwe verontreinigde terreinen ontdekt.
Wie moet dat astronomische bedrag ophoesten, nu de Hoge Raad vorig jaar heeft beslist dat grote vervuilende bedrijven zoals Shell en Philips-Duphar niet hoeven mee te betalen. Bij het ministerie van VROM zitten ze met de handen in het haar. Het bedrag dat daar voor bodemsanering is gereserveerd, is een lachertje vergeleken met de 100 miljard die nodig is.
Het rijk gooit het nu over een andere boeg. In Argos vandaag de 'nieuwe' financiering van de bodemsanering. Over willekeur en rechtsongelijkheid. Over de groten die erdoor glippen en de kleintjes die blijven hangen.

Tekst 2
Het vervuilde Omval-terrein in Amsterdam wordt in 1994 gesaneerd. Niet op kosten van de overheid, maar op kosten van een projectontwikkelaar die het terrein heeft aangekocht. In ruil daarvoor mag de projectontwikkelaar een ambitieus plan voor kantoren en woningen uitvoeren. Het lijkt een aantrekkelijke deal. Want het Omval-terrein is een toplocatie. Maar al snel krijgt de projectontwikkelaar een teleurstelling te verwerken. De sanering van de grond is veel duurder dan gepland: dertig in plaats van acht miljoen.
Annejet Ruumke woont in een woonboot naast het vervuilde terrein. Met stijgende verbazing ziet ze dat de schoonmaak steeds onnauwkeuriger wordt uitgevoerd.

Tekst 3
Voor Annejet Ruumke en andere woonbootbewoners wordt het meer en meer duidelijk: omdat de kosten voor de projectontwikkelaar uit de hand lopen, worden de normen voor de sanering steeds verder afgezwakt. En de gemeentelijke milieudienst van Amsterdam, die toezicht houdt op de schoonmaak, gaat daarmee akkoord. Sterker nog de milieudienst kondigt aan dat ze "een schone-grond-verklaring" voor het Omval-terrein gaat afgeven, zodat er gebouwd kan worden. Maar de bewoners vinden dat het terrein nog lang niet schoon is. Ze eisen een onafhankelijk onderzoek. Uiteindelijk komt dat er ook, uitgevoerd door ingenieursbureau IWACO. Annejet Ruumke.

Tekst 4
Mark Min, bodeminspecteur van de milieudienst in Amsterdam, bevestigt de uitkomsten van het onderzoek van ingenieursbureau IWACO. Hij geeft toe dat de sanering van de Omval onvolledig is.

Tekst 5
De Amsterdamse milieudienst staat ineens helemaal achter de bevindingen van IWACO. Annejet Ruumke verbaast dat niets. Het is natuurlijk niet niks wanneer je als milieudienst door zo'n onafhankelijk bureau op de vingers wordt getikt.

Tekst 6
We vragen wethouder Ernst Bakker om commentaar. Bakker is in Amsterdam verantwoordelijk voor milieuzaken. Helaas, de wethouder heeft een overvolle agenda, zo laat zijn voorlichtster weten. Maar na enig aandringen geeft ze toe dat wethouder Bakker ook niet zoveel zin heeft in vragen over dit onderwerp.

Tekst 7
Ton Game kwam er na twee jaar intensief speurwerk achter dat zijn huurwoning is gebouwd op het terrein van een voormalige gasfabriek. Een terrein dat niet goed is gesaneerd. In de Tilburgse gemeenteraad had dat een politieke rel tot gevolg.

Tekst 8
Wethouder Van Gurp uit Tilburg. Hij ontkent dat de zaak om financiƫle redenen wordt stilgehouden. Toch draait het bij de oplossing van de problemen in Tilburg wel degelijk om geld. Alleen al zo'n 675 duizend gulden voor onderzoek naar de werkelijke omvang van de verontreiniging. En vervolgens geld om de bodem opnieuw te saneren. Deze kosten kunnen niet op een particuliere eigenaar worden verhaald, zoals bij de Omval in Amsterdam, want de grond is van de gemeente Tilburg. Dus moet het geld uiteindelijk van het milieuministerie in Den Haag komen. Maar dat wil geen enkele toezegging doen. En zo duurt de onzekerheid van Tilburgenaar Ton Game voort.

Tekst 9
Maas Stoffer heeft zijn hoop gevestigd op de Groningse advocaat Dirk Boon. Een advocaat die een groot aantal mensen en bedrijven ondersteunt die in dezelfde situatie als Stoffer zijn terecht gekomen. Speciaal voor deze zogenaamde "knelgevallen", richtte Dirk Boon de Stichting Steunpunt Milieurecht op. Een stichting die pleit voor het instellen van een schadefonds. Een fonds voor de naar schatting 10 duizend gedupeerden van de bodemvervuiling.