Argos

De kiem van de IRT-affaire

Argos

De kiem van de IRT-affaire

De kiem van de IRT-affaire. Het IRT-schandaal is niet ineens als een natuurramp over Nederland gekomen. Tien jaar geleden werd het licht op groen gezet voor allerlei nieuwe opsporingsmethoden tegen de georganiseerde misdaad. Hoe is het allemaal begonnen? Over waarschuwingen die in de wind werden geslagen.

Inleidende teksten:

Tekst 1
Maarten van Traa, gistermiddag bij de presentatie van het rapport van de parlementaire enquête-commissie opsporingsmethoden. Stuurloos, ongecontroleerd, wildgroei. Een keihard en vernietigend oordeel. Een oordeel over de manier waarop de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit door politie en justitie volledig uit de hand is gelopen.
Maar de IRT-affaire, de aanleiding voor de parlementaire enquête, is niet ineens als een natuurramp over Nederland heen gevallen. Als een boze droom, waardoor Nederland plots wakker schrok. Tien jaar geleden al werd het licht op groen gezet voor allerlei nieuwe opsporingsmethoden ter bestrijding van de georganiseerde misdaad. Infiltratie en criminele inlichtingendiensten kregen ruim baan. Maar een goede controle op dit soort 'geheim' opsporingswerk werd - bewust - niet geregeld.
Argos gaat vandaag over de kiem van het IRT-schandaal. Over hoe het allemaal is begonnen. En over waarschuwingen die tien jaar geleden in de wind werden geslagen. Waarschuwende woorden van de Amsterdamse ex-CID-rechercheur Jaap Groot bijvoorbeeld.

Tekst 2
Ex-CID-rechercheur Jaap Groot. Maar ook fervente voorstanders van de nieuwe opsporingsmethoden binnen de politie spraken 10 jaar geleden waarschuwende woorden. Luistert U naar de toenmalige Amsterdamse commissaris Kees Sietsma.

Tekst 3
De ontknoping van een in scene gezette undercover operatie die het AVRO-televisieprogramma Opsporing Verzocht in december 1985 uitzond. In nauwe samenwerking met de Amsterdamse politie had de AVRO een special gemaakt over 'politie-infiltratie in Nederland'. Met het tovermiddel infiltratie zou de aanpak van de drugshandel nog maar een fluitje van een cent zijn. Zo werd het op de televisie voorgesteld. Zelfs de grote drugsbaas uit Zuid-Amerika zou zo vriendelijk zijn om zich door zo'n infiltratie-actie naar Nederland te laten lokken. Om vervolgens simpelweg te worden gearresteerd.
Eind 1985, het was de periode dat de Nederlandse politiek de politie de officiële toestemming gaf om met infiltranten te gaan werken. Infiltratie door undercover agenten, politiemensen dus, maar ook door informanten, dat wil zeggen criminelen die voor de politie werken. En juist die zogenaamde burgerinfiltranten speelden zo'n cruciale rol in de IRT-affaire bij het uit de hand lopen van het IRT-drama.

Tekst 4
Commissievoorzitter Van Traa gistermiddag.
Tien jaar geleden was de toenmalige politiecommissaris Kees Sietsma hoofd van Ondersteunende Recherche van de Amsterdamse politie. Hij was een van de fanatiekste voorstanders van de infiltratie-methode en had de invoering ervan in feite afgedwongen door voldongen feiten te creeren. Namelijk door het middel gewoon in de praktijk uit te proberen.
En ook toen werkte de politie al met burgerinfiltranten, zo bevestigde Sietsma begin 1986 voor de VPRO-microfoon.

Tekst 5
Er kon niets misgaan met de burgerinfiltranten, aldus commissaris Sietsma begin 1986. Maar de ex-rechercheur van de Amsterdamse Criminele Inlichtingendienst Jaap Groot waarschuwde toen al voor het gevaar, dat de politie zich bij infiltratie te zeer afhankelijk maakt van informanten. Hij kende de rol van die tipgevers uit het criminele milieu uit eigen ervaring. Want hij had zelf in de zeventiger jaren als undercover-agent gewerkt.

Tekst 6
De recherche was volgens ex-rechercheur Groot met handen en voeten gebonden aan het gebruik van burgerinfiltranten, wilde een infiltratie-actie kans van slagen hebben.
Graaf van Randwijck, de Amsterdamse Procureur-generaal, die afgelopen oktober vanwege de IRT-affaire het veld moest ruimen, was in 1985 hoofdofficier van justitie in Den Haag. Hij adviseerde de toenmalige minister van Justitie Korthals Altes over de infiltratie-methode. Van Randwijck moest begin 1986 voor de VPRO-microfoon al erkennen dat die burgerinfiltranten moeilijk te controleren zijn.

Tekst 7
Van Randwijcks vertrouwen in de politie was blijkbaar toen nog ongeschokt. Het Openbaar Ministerie kon het ontwikkelen van dit soort nieuwe recherchemethodes maar beter aan de politie overlaten, vond Van Randwijck tien jaar geleden.
De infiltratie werd in 1985 door minister Korthals Altes geregeld door een aantal richtlijnen uit vaardigen. De infiltratie werd willens en wetens niet vastgelegd in een solide wetsbepaling, vertelde Van Randwijck begin '86. Op die manier hield de politie meer bewegingsvrijheid. En het Openbaar Ministerie bleef op gepaste afstand.

Tekst 7
Verschillende onderzoekers hebben de afgelopen tien jaar alarm geslagen over de oncontroleerbaarheid van de infiltratie-methode. De jurist Frielink bijvoorbeeld, wetenschappelijk onderzoeker aan de Nijmeegse universiteit. Nadat de infiltratie-methode vijf jaar was toegestaan maakte hij in zijn proefschrift de balans op.

Tekst 8
Profetische woorden van onderzoeker Frielink in 1990. Maar ook naar hem werd toen niet geluisterd. Pas gisteren trok de commissie Van Traa duidelijke conclusies.

Tekst 9
De commissie Van Traa komt nu eindelijk met maatregelen. Pas tien jaar nadat de politie is begonnen met het zogenaamde proactief rechercheren; dat wil zeggen al onderzoek doen, nog voordat er een duidelijke verdachte is. Een criticus van het eerste uur was de criminoloog Cyrille Fijnaut. Nu wetenschappelijk adviseur van de commissie-Van Traa, maar tien jaar geleden nog werkzaam bij het ministerie van Justitie als Raadsadviseur van minister Korthals Altes. Luistert U naar welke analyse hij begin 1986 al maakte voor de VPRO-microfoon.

Tekst 10 - LIVE
Een alarmerende toekomstvisie van criminoloog Fijnaut, begin 1986, toen hij nog adviseur en onderzoeker was op het ministerie van Justitie. Nu, tien jaar later, heeft Fijnaut door het rapport van de commissie-Van Traa meer dan gelijk gekregen. Maar tien jaar geleden was hij een roepende in de woestijn. Zijn kritische analyses werden niet gewaardeerd op het ministerie en hij moest daar dan ook al weer snel vertrekken.
Nu even iets heel anders. We onderbreken Argos tien minuten voor schaatsen. We gaan over naar het Zuid Duitse Inzell, waar dit weekeinde de wereldkampioenschappen schaatsen worden gehouden. Ze beginnen zo direct met de 500 meter voor heren. In Inzell zit Jack Chapel.


BREAK
LIVE-TEKST
Afkondigen schaatsen.
We gaan verder met Argos. Vandaag over de kiem van de IRT-affaire. Tien jaar geleden al werd het licht op groen gezet voor allerlei nieuwe opsporingsmethoden ter bestrijding van de georganiseerde misdaad. Voor infiltratie bijvoorbeeld. En ook voor criminele inlichtingendiensten. De CID's, die in het IRT-schandaal zo'n cruciale rol hebben gespeeld. Tien jaar geleden werd al gewaarschuwd voor de gevaren van een grootschalige ontwikkeling van die CID's. Waarschuwingen van binnenuit. Jaap Groot bijvoorbeeld, die zelf bij de Amsterdamse CID had gewerkt. Hij zag de toekomst van de CID's begin 1986 met gemengde gevoelens tegemoet.

Tekst 11 - LIVE
Ex-CID-rechercheur Groot, begin 1986, over de criminele inlichtingendiensten.
Meer dan zes jaar later, in oktober 1992, spraken wij in Argos met de toenmalige hoofdofficier van justitie in Alkmaar, Josephus Jitta, een erkende hardliner binnen het OM en fervent voorstander van opsporingsmethoden, zoals infiltratie, criminele inlichtingendiensten en deals met criminelen. In 1986 was hij een van adviseurs geweest van de minister van justitie over de infiltratiemethode.
Hij maakte toen al duidelijk dat opsporingsautoriteiten, zoals hij zelf, bereid waren willens en wetens alle risico's te nemen.