Argos

Technolease - vervolg

Argos

Technolease - vervolg

Argos onthulde op 15-10-1993 de technolease-deal tussen Philips en de Rabobank. Een werkgroep uit de Tweede Kamer onder leiding van het CDA-Kamerlid Wolters onderzocht die technolease-deal de afgelopen weken en bracht dinsdag rapport uit. Belangrijkste conclusie: de Kamer is niet verkeerd voorgelicht. Argos maakt vandaag zijn eigen reconstructie van de technolease-deal. Argos duikt in de eigen archieven en komt tot heel andere conclusies dan de werkgroep-Wolters. Zijn Wolters en de zijnen om de tuin geleid?

Deze Argos een reportage over de 'technolease-constructie' van Philips, een constructie waarbij Philips zijn know-how verkocht aan de Rabobank, waarna deze weer van de bank werd geleased. Philips verstevigde door de verkoop haar liquiditeitspositie, terwijl de Rabobank een aanzienlijk belastingvoordeel opstreek. Later werd de constructie ook toegepast door de vliegtuigfabrikant Fokker.
Het programma is een vervolg op de Argos-uitzending van 15-10-1993 en spitst zich toe op de vraag wat de Tweede Kamer met de informatie over de technoleaseconstructie heeft gedaan. Het programma bestaat voornamelijk uit Oude geluidsfragmenten en fragmenten uit Tv-programma’s. Daarnaast bevat het extra materiaal met daarin vraaggesprekken over de technoleaseconstructie met:
- Tweede Kamerlid De Korte (VVD);
- Tweede Kamerlid Ybema (D66);
- voorzitter Wolters van de commissie die een parlementair onderzoek verrichtte naar de technoleaseconstructie.

------------
Persbericht:

Andere rol ex-minister Andriessen bij Technolease-deal

Ex-minister Andriessen van Economische Zaken heeft de afgelopen jaren over de technolease-zaak op verschillende punten een andere voorstelling van zaken gegeven dan tijdens het verhoor door de commissie-Wolters op 20 mei jl. Dat blijkt uit deze uitzending van Argos. Daarin is Andriessen o.a. te horen in een interview uit augustus 1994. Daarin zegt hij over de technolease: "Alle landen doen dit soort dingen. En alle landen zijn er af en toe ook toe geneigd om dat niet te veel te vertellen, want dat is je concurrentievoordeel. Nou, dan moeten wij dat ook doen."
De commissie uit de Tweede Kamer onder leiding van de CDA-er Wolters deed onderzoek naar de technolease-deal tussen Philips en de Rabobank en presenteerde afgelopen dinsdag haar rapport. Wolters geeft in Argos toe dat hij het waarheidsgehalte van de verklaringen van Andriessen en de drie andere bewindslieden uit het vorige kabinet die door zijn commissie zijn gehoord, niet kon toetsen door het ontbreken van notulen van hun onderlinge geheime overleg.

Bij die technolease-deal uit juli 1993 - toen nog 'sale-and-lease-back'-constructie genoemd - verkocht Philips zijn know how aan de Rabobank om die vervolgens van de bank weer terug te huren. De deal leverde Philips heel veel geld op en de bank een groot belastingvoordeel. Een jaar later werd de deal ook nog een keer toegepast tussen Fokker en de Rabobank.
De technolease-constructie was geheim. Het bestaan ervan werd in oktober 1993 onthuld in dit programma, Argos. De commissie-Wolters komt nu, bijna vier jaar later, tot de conclusie dat de Tweede Kamer destijds door het toenmalige kabinet Lubbers-Kok niet verkeerd is voorgelicht.
Het onderzoek van de commissie-Wolters spitste zich vooral toe op de rol van ex-staatssecretaris Van Amelsvoort van Financiën. Er was twijfel ontstaan of hij de Tweede Kamer wel juist had geinformeerd. Op 14 oktober 1993 had Van Amelsvoort in een besloten commissievergadering gezegd dat technolease voor alle bedrijven toegankelijk was. Dat zou op 9 juli 1993 zijn afgesproken tijdens een geheim overleg in het torentje van Lubbers over de technolease-deal tussen Philips en de Rabobank. Maar enkele maanden geleden lekte in NRC/Handelsblad een vertrouwelijke brief van Van Amelsvoort uit; een brief, die in juli 1993 een paar dagen na dat 'torentje-overleg' is verstuurd. Daarin schrijft de staatssecretaris aan de toenmalige collega-bewindslieden, premier Lubbers en de ministers Kok van Financiën en Andriessen van Economische Zaken, dat het met de technolease-deal tussen Philips en de Rabobank "eens maar nooit weer" was.
Hoe viel dat met elkaar te rijmen, zo moest de commissie-Wolters uitzoeken. Haar onderzoek beperkte zich tot het horen van vier betrokken bewindslieden uit het vorige kabinet. Het meest opvallende daarbij is de unanieme eensgezindheid van de gehoorde bewindslieden: alle vier beweren ze dat het van begin af aan de bedoeling is geweest dat technolease voor alle bedrijven toegankelijk was. De commissie-Wolters neemt die bewering van de vier bewindslieden dat de technolease geen exclusieve constructie was, in haar conclusies over. Dat is vooral van belang vanwege een onderzoek dat de Europese Commissaris Van Miert voor Mededinging is begonnen naar de technolease. Als de deal namelijk eenmalig was, dus alleen toegankelijk voor Philips - en later voor Fokker - dan is dat in strijd met de Europese concurrentieregels. Dat onderzoek van Van Miert hangt als een dreiging over deze hele affaire. Daarom is de zaak zo precair.
In het rapport van de commissie-Wolters krijgt ex-staatssecretaris Van Amelsvoort de zwarte piet toegespeeld. Weliswaar heeft hij de Kamer niet verkeerd voorgelicht, aldus de commissie. Maar wel zou hij in 1993 er op zijn departement onvoldoende voor hebben gezorgd dat er een 'ordentelijke regeling' kwam voor de technolease. Ook de drie andere bewindslieden die door de commissie zijn gehoord, Lubbers, Kok en met name Andriessen, speelden tijdens die verhoren Van Amelsvoort de zwarte piet toe.
Tijdens het verhoor door de commissie-Wolters zei Andriessen dat hij en het departement van Economische Zaken zich bij het opstellen van de spelregels en voorwaarden voor technolease helemaal afzijdig hebben gehouden. En daarmee schoof hij Financiën ook de verantwoordelijkheid voor de grote vertraging bij die regelgeving in de schoenen. Ook zou Financiën verantwoordelijk zijn voor de pogingen om de toepassing van technolease in te perken. Maar Andriessen zei in augustus 1994 voor de VPRO-radio dat hij juist een actieve rol heeft gespeeld bij het opstellen van de voorwaarden: "Dat is juist wat EZ heeft zitten doen." En: "Er moet een regeling worden getroffen dat het in exceptionele gevallen wel kan, maar niet zo over de toonbank worden verhandeld. De bedoeling is hoog technologische bedrijven, die echt in diepe nood zitten, om die te helpen. En niet jan en alleman die ook eens een wissewasje heeft."
Ook geeft Andriessen tijdens dit interview in augustus 1994 toe dat het niet de bedoeling was dat de technolease-deal in de openbaarheid kwam. Hij beaamt dat de constructie "tegen zijn zin" naar buiten kwam door de onthulling door Argos in oktober 1993. Andriessen in augustus 1994: "Alle landen doen dit soort dingen. En alle landen zijn er af en toe ook toe geneigd om dat niet te veel te vertellen, want dat is je concurrentievoordeel. Nou, dan moeten wij dat ook doen."
Allemaal munitie voor Europees Commissaris Van Miert, zo lijkt het.
Ook blijkt uit de Argos-uitzending dat er de nodige vraagtekens zijn te zetten bij uitlatingen die bewindslieden uit het huidige kabinet doen over de technolease. Om maatregelen van Brussel te voorkomen vertelden de huidige ministers Zalm van Financiën en Weijers van Economische Zaken in april aan de Kamer dat er naast Philips en Fokker nog drie andere bedrijven gebruik hebben gemaakt van technolease. Een bedrijf zelfs ver voor de Philips-deal uit 1993. Maar dat is in tegenspraak met wat de bewindslieden uit het vorige kabinet in oktober 1993 achter gesloten deuren aan diezelfde Kamer hebben verteld. Argos sprak in 1993 al daarover met het toenmalige VVD-Kamerlid De Korte, direct na het besloten overleg. De Philips-deal was de eerste keer, zo hadden de bewindslieden verteld, aldus De Korte: "In Nederland was het nog niet voorgekomen dat zo'n constructie werd gehanteerd voor immateriële zaken en met name voor know how."
En dan is er nog de bewering van minister Zalm dat Financiën in het verleden nooit berekeningen heeft gemaakt van hoeveel de technolease het departement zou gaan kosten. Maar tijdens het VPRO-interview met ex-minister Andriessen in augustus 1994 werd al duidelijk dat Financiën dat wel degelijk heeft gedaan.
Andriessen bevestigt daarin dat Financiën een berekening had gemaakt van in totaal drie miljard verlies aan belastinginkomsten door technolease.

---------
Inleidende teksten (niet compleet):
Tekst 1
CDA-Tweede Kamerlid Wolters. Als voorzitter van een commissie uit de Kamer, die de zogenaamde technolease-constructie tussen Philips en de Rabobank onderzocht, bracht hij afgelopen dinsdag rapport uit. Bij die zogenaamde technolease-deal uit juli 1993 - toen nog 'sale-and-lease-back'-constructie genoemd - verkocht Philips zijn know how aan de Rabobank om die vervolgens van de bank weer terug te huren. De deal leverde Philips heel veel geld op en de bank een groot belastingvoordeel. Een jaar later werd de deal ook nog een keer toegepast tussen Fokker en de Rabobank.
De technolease-constructie was geheim. Het bestaan ervan werd in oktober 1993 onthuld in dit programma, Argos. De commissie-Wolters komt nu, bijna vier jaar later, tot de conclusie dat de Tweede Kamer destijds door het toenmalige kabinet Lubbers-Kok niet verkeerd is voorgelicht. Kritiek heeft de commissie wel op de rol van de voormalige staatssecretaris van Financiën Van Amelsvoort als manager van zijn ambtenaren. Die zouden wel heel traag hebben gewerkt aan het opstellen van een 'ordentelijke regeling' voor de technolease.

Tekst 1-B
Voorzitter Wolters van de onderzoekscommissie. De commissie baseert zich vooral op de verhalen van vier betrokken bewindslieden uit het vorige kabinet, die de afgelopen weken in het openbaar werden gehoord. Argos doet vandaag een eigen onderzoek naar de technolease-deal. We maken een reconstructie door een duik in onze eigen archieven en komen tot heel andere conclusies dan de Kamercommissie.
Zijn Wolters en de zijnen om de tuin geleid? En krijgt Van Amelsvoort terecht de zwarte piet toebedeeld?
Wolters behield dinsdag zelf al enige reserve bij zijn conclusies.

Tekst 2
Het onderzoek van de commissie-Wolters spitste zich vooral toe op de rol van staatssecretaris Van Amelsvoort, omdat er twijfel was ontstaan of hij de Tweede Kamer wel juist had geïnformeerd. Op 14 oktober 1993 had Van Amelsvoort in een besloten commissievergadering gezegd dat technolease voor alle bedrijven toegankelijk was. Dat zou op 9 juli 1993 zijn afgesproken tijdens een geheim overleg op het torentje van Lubbers. Maar enkele maanden geleden lekte in NRC/Handelsblad een vertrouwelijke brief van Van Amelsvoort uit; een brief, die in juli 1993 een paar dagen na dat 'torentje-overleg' is verstuurd. Daarin schrijft de staatssecretaris aan de toenmalige collega-bewindslieden, premier Lubbers, minister Kok van Financiën en minister Andriessen van Economische Zaken, dat het inzake de technolease-deal tussen Philips en de Rabobank "eens maar nooit weer" was. Hoe viel dat met elkaar te rijmen, zo moest de commissie-Wolters uitzoeken. Haar onderzoek beperkte zich tot het horen van vier betrokken bewindslieden uit het vorige kabinet. Dat gebeurde de afgelopen twee weken.

Tekst 3
Voormalig premier Lubbers, die op 26 mei door de commissie-Wolters werd gehoord. Met de motivatie die u net hoorde weigerde hij een aantal vertrouwelijke brieven openbaar te maken. De achterliggende centrale vraag bij de hele zaak is namelijk: was de technolease-deal wel of niet eenmalig? En dat is weer van belang vanwege een onderzoek dat de Europese Commissie is begonnen naar de technolease. Als de deal namelijk eenmalig was, dus alleen toegankelijk voor Philips - en later voor Fokker - dan is dat in strijd met de Europese concurrentieregels, zo legde de Europese Commissaris voor Mededinging Van Miert in februari van dit jaar uit in het Radio 1-Journaal.

Tekst 4
Het onderzoek van Europees Commissaris Van Miert hangt dus als een dreiging over deze hele affaire. Daarom is de zaak zo precair.

Tekst 5
Eigenlijk was het al jaren stil rond de technolease. De zaak kwam weer in de belangstelling, toen de Algemene Rekenkamer in oktober van vorig jaar een rapport uitbracht over staatssteun aan grote bedrijven. De Rekenkamer haalde daarin flink uit naar het gebruik van de technolease-constructie. Saskia Stuiveling, lid van het College van de Algemene Rekenkamer, legde afgelopen februari in Argos uit waarom.

Tekst 6
Het rapport van de Rekenkamer was het sein voor verschillende journalisten om zich opnieuw op de technolease te storten. Met name in NRC/Handelsblad verscheen er vanaf begin dit jaar een serie artikelen waarin nieuwe details over de technolease werden onthuld.
Uiteindelijk resulteerde deze nieuwe publiciteitsgolf vorige maand in de verhoren door de commissie Wolters. Het meest opvallende daarbij is de unanieme eensgezindheid van de gehoorde bewindslieden: alle vier beweren ze dat het van begin af aan de bedoeling is geweest dat technolease voor alle bedrijven toegankelijk was. Premier Kok, bijvoorbeeld, in 1993 minister van Financiën.

Tekst 6-A
En voormalig premier Lubbers:

Tekst 7
Ook voormalig staatssecretaris Van Amelsvoort verklaart tegenover de commissie-Wolters dat voor hem van begin af aan het principe 'gelijke monniken, gelijke kappen' heeft gegolden. Maar waarom schreef hij dan in juli 1993 dat het "eens, maar nooit weer" was. Ach, dat sloeg slechts op de procedure, aldus Van Amelsvoort. Maar desondanks erkent hij elders tijdens het verhoor ineens dat hij zelfs een jaar na de Philips-deal de technolease nog steeds niet zag zitten.

Tekst 8
Vervolgens vlucht Van Amelsvoort weer in de pose dat hij zich nog maar weinig uit die periode kan herinneren.

Tekst 9
Ex-staatssecretaris Van Amelsvoort. Tijdens de verhoren door de commissie-Wolters lijken de andere drie bewindslieden lijken ervoor te hebben gekozen voor de strategie om hem tot gekke Henkie te verklaren. Dat gebeurt met name door ex-minister Andriessen van Economische Zaken.

Tekst 10
De commissie Wolters neemt de bewering van de vier bewindslieden dat de technolease geen exclusieve constructie was en altijd voor alle bedrijven heeft opgestaan, in haar conclusies over. En daarmee lijkt de hele affaire gesloten en hoeft Nederland ook niet meer te vrezen voor een negatief oordeel door de Europese Commissie in Brussel.
Maar een ding wordt daarbij over het hoofd gezien. Namelijk de manier waarop de hele technolease-deal in 1993 in de openbaarheid kwam. Dat lijkt de sleutel tot de hele technolease-zaak.

Tekst 11
Argos-redacteur Max van Weezel op 8 oktober 1993, toen hij samen met Argos-redacteur Hans Simonse de toenmalige minister Andriessen van Economische Zaken interviewde over verschillende onderdelen van zijn beleidsterrein. Deze vraag was de opmaat tot de onthulling over de technolease-deal tussen Philips en de Rabobank.
Nu, anno 1997, wordt zowel door NRC/Handelsblad als door de commissie Wolters gesuggereerd dat op deze ene vraag en het daarop volgende antwoord van Andriessen bijna vanzelfsprekend een besloten overleg van de Kamer over de technolease volgde.
Omdat iedereen lijkt te zijn vergeten hoe de technolease-deal in 1993 in de openbaarheid kwam, laten we U nog eens precies horen hoe in die Argos-uitzending van 8 oktober 1993 de technolease werd onthuld - toen nog sale-and-lease-back genoemd. Tijdens de voorbereiding van die uitzending hadden wij een tip gekregen, die vervolgens tijdens het interview aan Andriessen werd voorgelegd.

Tekst 12
Tot zover de Argos-uitzending van 8 oktober 1993. Op de uitzending volgde een golf van publiciteit het gevolg. De handel in Philips-aandelen op de beurs werd een tijdlang stilgelegd. En toen de deal eenmaal was uitgelekt, was de regering gedwongen onmiddellijk over te gaan tot de operatie 'hoe laten we geloven dat het geen eenmalige constructie was'. Minister Andriessen haastte zich om bagatelliserende verklaringen af te leggen. Er zou niets bijzonders aan de hand zijn. Het zou veel vaker voorkomen, zo vertelde hij nog diezelfde avond in het televisieprogramma NOVA. Tegen Paul Witteman legde hij uit hoe hij wel vaker in dit soort belastingconstructies bemiddelde.

Tekst 13
De Tweede Kamer eiste onmiddellijk uitleg van deze geheime deal. Daarom werd er op 14 oktober 1993 was een vergadering ingelast van de vaste Kamercommissies van Financiën en Economische Zaken, een bijeenkomst achter gesloten deuren plaats. Argos sprak destijds onmiddellijk na afloop van die vergadering met het toenmalige VVD-Kamerlid De Korte. Hij maakte duidelijk dat de Kamer onmiddellijk 'gelijke monniken, gelijke kappen' had geëist.

Tekst 14
Het 'gelijke monniken, gelijke kappen' kwam dus pas in de Kamer ter sprake, nadat de technolease-constructie was onthuld. Was dat niet gebeurd, dan had de Kamer er geen weet van gehad en er nooit over gesproken. Dat realiseerde ook het D'66-Kamerlid Ybema zich maar al te goed, toen we Argos hem direct na het besloten overleg sprak.

Tekst 15
Een klein jaar na het Argos-interview met Andriessen, waarin de technolease-deal werd onthuld, spreekt Argos-redacteur Hans Simonse in een zogenaamd marathon-interview opnieuw uitvoerig met Andriessen. Dat is op 26 augustus 1994, het paarse kabinet is net aangetreden en Andriessen is sinds een paar dagen minister af. Daardoor lijkt hij meer vrijuit te kunnen spreken. Bovendien staat de technolease-constructie op dat moment absoluut niet ter discussie. En tijdens dit gesprek moet Andriessen gewoon toegeven het nooit de bedoeling was dat de technolease-deal in de openbaarheid kwam.
Luistert U naar een fragment uit dit marathon-interview.

Tekst 16
Munitie voor Europees Commissaris Van Miert, zo lijkt het. En in tegenspraak met het beeld dat Andriessen op twee weken geleden opriep tijdens het gehoor door de commissie Wolters. Dat roept de vraag op hoe waarheidsgetrouw de verklaringen van Andriessen zijn. Zo beweerde hij tegenover de commissie Wolters ook dat hij zich bij hij zich bij het opstellen van voorwaarden voor de technolease volledig afzijdig heeft gehouden. Dat was een zaak van het departement van Financiën, aldus Andriessen. Daarmee kreeg Financiën ook de verantwoordelijkheid voor de grote vertraging bij die regelgeving in de schoenen geschoven. Ook zou Financiën verantwoordelijk zijn voor de pogingen om de toepassing van technolease in te perken.
Maar tijdens het interview in augustus 1994 vertelde hij daarover een heel ander verhaal. Hij had juist een actieve rol gespeeld, zo vertelde hij.

Tekst 17
We bellen met CDA-Kamerlid Wolters, voorzitter van de onderzoekscommissie uit de Kamer.

Tekst
Ja, commissievoorzitter Wolters over de verklaringen van de ministers uit het vorige kabinet. En dan hebben we het nog niet eens gehad over het waarheidsgehalte van uitlatingen die bewindslieden uit het huidige kabinet vertellen over de technolease, want dat rekende de commissie niet tot haar taak. Een voorbeeld. Om maatregelen van Brussel te voorkomen vertelden de huidige ministers Zalm van Financiën en Weijers van Economische Zaken in april aan de Kamer dat er naast Philips en Fokker nog drie andere bedrijven gebruik hebben gemaakt van technolease. Een bedrijf zelfs ver voor de Philips-deal uit 1993. Maar dat is in tegenspraak met wat de bewindslieden uit het vorige kabinet in oktober 1993 achter gesloten deuren aan diezelfde Kamer vertelden. Wij spraken in '93 daarover met het toenmalige VVD-Kamerlid De Korte.

Tekst
En dan is er nog de bewering van minister Zalm dat Financiën in het verleden nooit berekeningen heeft gemaakt van hoeveel de technolease het departement zou gaan kosten. Maar tijdens het marathon-interview met ex-minister Andriessen in augustus 1994 werd al duidelijk dat Financiën dat wel degelijk heeft gedaan.