Argos

Het grotestedenbeleid van staatssecretaris Kohnstamm

Argos

Het grotestedenbeleid van staatssecretaris Kohnstamm

Argos over het grotestedenbeleid (GSB) van het Kabinet-Kok.
Onlangs gaf D66-staatssecretaris Kohnstamm van Binnenlandse Zaken het startsein voor een aantal projecten in 25 grote steden. Deze zgn. GSB-projecten moeten de tweedeling in de samenleving tegengaan door de economische perspectieven in achterstandswijken te verbeteren. De vraag is echter of er sprake is van bestrijding van achterstanden of dat het GSB-beleid prestigeobjecten van de gemeentebesturen financiert, zoals bijvoorbeeld in Nijmegen, waar de binnenstad werd opgeknapt.
Een bijkomend probleem van het gevoerde grotestedenbeleid is dat er pas in een zeer laat stadium door de regering geld voor de achterstandsprojecten is vrijgemaakt en dat gemeenten binnen enkele weken een bestemming voor dit geld moesten zoeken.
De reportage bevat vraaggesprekken hierover met:
- staatssecretaris Kohnstamm van Binnenlandse Zaken;
- secretaris Van de Laar van de bewonersraad binnenstad Nijmegen;
- PvdA-wethouder Hompe uit Nijmegen;
- bewoner Hesseling (?) van achterstandswijk het Waterkwartier in Nijmegen;
- voorzitter Zuring van het wijkcomité Waterkwartier;
- wethouder Cremers uit Maastricht (telefonisch);
- hoogleraar Verzorgingsstaat en Sociale Ongelijkheid Engbersen van de Universiteit van Utrecht.
Bevat tevens een toespraak van staatssecretaris Kohnstamm tijdens de start van het grotestedenbeleid in Tilburg en voorgelezen fragmenten uit het 'Convenant grotestedenbeleid'.


------------
Persbericht:

Staatssecretaris Kohnstamm van Binnenlandse Zaken uit forse kritiek op het in 1994 afgesloten regeerakkoord. Het Grote Stedenbeleid, een van de speerpunten van het huidige kabinetsbeleid, is volgens Kohnstamm uiterst moeizaam van de grond gekomen omdat er in het regeerakkoord geen geld voor is gereserveerd. Het heeft Kohnstamm twee jaar gekost voordat hij het geld bij elkaar had 'gebedeld’ waarmee problemen in de achterstandswijken van de grote steden kunnen worden aangepakt. In Argos zegt Kohnstamm het "zegenrijk" te hebben gevonden als hij bij het begin van deze regeringsperiode naast mooie woorden ook eigen geld had gekregen. Gisteren ging in vijfentwintig steden het Grote Stedenbeleid (GSB) officieel van start.

Argos onderzocht waar de vijfentwintig steden de GSB-gelden feitelijk aan besteden. Ook al zijn er steden waar het geld wel degelijk ten goede komt aan achterstandswijken, toch heeft een aantal steden projecten ingediend die daar niets mee te maken hebben. Deze projecten werden desondanks door Staatssecretaris Kohnstamm goedgekeurd.
In Maastricht bijvoorbeeld gaat de totale 4,5 miljoen die de stad in het kader van het GSB-beleid krijgt naar de uitbreiding van het prestigieuze congrescentrum MECC.
In Nijmegen wordt vooral het winkelgebied in de binnenstad opgeknapt en sierbestrating aangelegd. Voor beide steden geldt dat er geen enkele garantie is dat de besteding van het geld zal leiden tot extra arbeidsplaatsen in probleemgebieden, terwijl Kohnstamm dat wel als voorwaarde voor de projecten heeft gesteld.
Godfried Engbersen, hoogleraar Sociale Wetenschappen aan de Universiteit van Utrecht zegt in reactie hierop dat veel gemeentes geneigd zijn de GSB-gelden en andere achterstandsgelden uit te geven aan plannen die ze toch al wilden uitvoeren.
Engbersen geeft aan dat het een tendens is dat de midden en hogere inkomensgroepen meer profiteren van overheidsgelden dan de lagere inkomensgroepen, zelfs als deze gelden speciaal voor de lagere inkomens bedoeld zijn. De Utrechtse hoogleraar pleit ervoor het Grote Stedenbeleid en het Armoedebeleid beter te richten op de echte probleemgroepen. Engbersen:”Ik vind dat als je die gelden besteedt aan deze groepen, je de politieke plicht hebt om hard te maken dat het een positief effect heeft op de sociale samenhang in de stad of op de werkgelegenheidssituatie. Als je die garantie niet hebt kan bij achterstandsgroepen een toenemend wantrouwen ontstaan in de goede bedoelingen. Zeker als na een paar jaar blijkt dat het hen niets heeft opgeleverd.”