Argos

Gijzelingsdrama in Irian Jaya (deel 1)

Argos

Gijzelingsdrama in Irian Jaya (deel 1)

Op 15 mei 1996 maakte het Indonesische leger na ruim vier maanden een eind aan een gijzelingsdrama in de jungle van Irian Jaya, het voormalig Nederlands Nieuw-Guinea. Onder de gijzelaars bevonden zich ook de Nederlands Mark van der Wal en hoogzwangere Martha Klein. BIj de militaire operatie kwamen behalve twee Indonesische gijzelaars ook acht Papoea's om. Dat zouden de guerrillastrijders van de Papoea-bevrijdingsleger zijn geweest, verantwoordelijk voor de gijzelingsactie. Dat is tot de dag van vandaag, de officiële lezing. Argos reconstrueert de ontknoping van die gijzelingszaak en komt een geheel andere versie van de gebeurtenissen. Luistert u naar een reportage van het team van Argos.


--------
Reconstructie van het gijzelingsdrama in de jungle van Irian Jaya, het voormalig Nederlands Nieuw-Guinea.
Op 15 mei 1996 maakte het Indonesische leger na ruim vier maanden een einde aan het gijzelingsdrama. Onder de dertien gijzelaars bevonden zich ook de Nederlanders Mark van der Wal en de hoogzwangere Martha Klein. Bij de militaire operatie kwamen behalve twee Indonesische gijzelaars ook acht Papoea's om het leven. Volgens de officiële lezing waren dit guerrillastrijders van de Papoeabevrijdingsbeweging OPM, verantwoordelijk voor de gijzelingsactie. Maar hoe kan het dat er onder de gedode Papoea's een meisje van vier jaar was?
Waren zij wel guerrillastrijders? Werden de blanke huurlingen die betrokken waren bij de militaire actie door de Nederlandse regering betaald? Gebruikten die militairen een helikopter met een embleem van het Rode Kruis als dekmantel en was het Rode Kruis hiervan op de hoogte? In hoeverre was Nederland bij dit militair ingrijpen betrokken?
Vraaggesprekken hierover met:
- ex-gijzelaar Mark van der Wal (telefonisch);
- de toenmalige Nederlandse ambassadeur in Indonesië, Brouwer (telefonisch);
- medewerker John Rumbiak van de mensenrechtenorganisatie van Irian Jaya (in het Engels met voice over-vertaling);
- pater Van den Broek.
De reconstructie bestaat verder uit fragmenten van een film van de Australische filmmaker Mark Davis met stemfragmenten van OPM-leider Kelly Kwalik (in het Indonesisch), het hoofd van het Indonesische Rode Kruis Henry Fournier (in het Engels met vertaling), voormalig Rode Kruis-medewerkster Sylvianne Bonadei (in het Engels met vertaling), ex-gijzelaar Mark van der Wal, een Britse ex-gijzelaar, de Britse militaire attaché Ivor Helberg en de leider van een Zuid-Afrikaanse huurlingenorganisatie die betrokken was bij de bevrijdingsactie.
Bevat verder een nagespeelde reactie van de Nederlandse militaire attaché in Indonesië, kolonel De Mars, op de bevindingen van Argos.


----------
Inleidende teksten, waarschijnlijk niet compleet:

Tekst 1
Ex-gijzelaar Mark van der Wal. Hij is verbijsterd over berichten dat drie jaar geleden de vlag van het Rode Kruis misbruikt zou zijn als dekmantel voor een bloedige militaire operatie.
Een bijna ongelooflijk verhaal. Een verhaal, dat tot nog toe slechts een gerucht was uit de jungle van Irian Jaya. Maar ook een verhaal, waarvoor steeds meer aanwijzingen komen.
Op 15 mei 1996 maakte het Indonesische leger na ruim vier maanden een eind aan een gijzelingsdrama in Irian Jaya, het voormalig Nederlands Nieuw-Guinea. Onder de dertien gijzelaars, leden van een wetenschappelijke expeditie, bevonden zich behalve 4 Indonesiërs en 4 Britten ook twee Nederlanders, Mark van der Wal en de hoogzwangere Martha Klein. Bij de operatie van het Indonesische leger kwamen twee Indonesische gijzelaars om, maar óók acht Papoea’s. Dat zouden guerrillastrijders van de Papoea bevrijdingsbeweging OPM zijn geweest, verantwoordelijk voor de gijzelingsactie.
Dat is, tot op de dag van vandaag, de officiële lezing.

Tekst 2
Argos reconstrueert vandaag de ontknoping van die gijzelingszaak. En daarbij komen we, op grond van ooggetuigenverslagen van direct betrokkenen en van mensenrechtenonderzoekers, tot een geheel andere versie van de gebeurtenissen. Een versie die we ook voorleggen aan de toenmalige Nederlandse ambassadeur in Indonesië, Brouwer, en de toenmalige Nederlandse militaire attaché, kolonel De Mars.
Hoe kan dat één van de gedode Papoea’s een meisje van vier jaar was? Waren zij wel guerrillastrijders? Hoe kan het dat er blanke militairen betrokken waren bij de militaire actie?
Gebruikten die militairen een helikopter met het embleem van het Rode Kruis als dekmantel?
Wat wist het Rode Kruis daarvan? En wat is de betrokkenheid van Nederland bij dit militair ingrijpen?

Tekst 3
In 1969 werd het voormalige Nederlands Nieuw-Guinea door de Verenigde Naties definitief overgedragen aan Indonesië. Acht jaar later was er een serie incidenten in een aantal steden van Irian Yaja, waarbij de onafhankelijkheidsvlag werd gehesen. De Indonesische reactie was hard. Dorpen werden gebombardeerd, minstens 1000 mensen werden gedood en 5.000 anderen vluchtten in de jungle om daar tot de dag van vandaag verscholen te blijven.

Tekst 4
Onder de vluchtelingen bevond zich Kelly Kwalik, leider van het Amungme-volk en belangrijk leider van de OPM, de beweging voor een Vrij Papoea. Het Indonesische leger jaagt al meer dan 20 jaar op hem.
Op het gebied van het Amunge-volk ligt de enorme Freeport-mijn, de grootste goud- en kopermijn van de wereld. Het is een Brits-Amerikaanse onderneming, die de grondstoffen uit het gebied haalt en de bevolking achter laat met een gigantisch milieuprobleem. Het gebied staat onder strenge controle van het Indonesische leger. Want wie aan de Freeport-mijn komt, komt aan de nationale belangen van Indonesië.
In 1995, een jaar voor het begin van de gijzeling, verschijnt het ‘Munninkhof-rapport’, een onderzoek naar de schendingen van de mensenrechten in de streek rondom de Freeport-mijn door een onafhankelijke mensenrechtenorganisatie. Het rapport is vernoemd naar de Nederlandse bisschop van Irian Jaya, Munninkhof.
Theo van den Broek is een Nederlandse pater in Irian Jaya. Hij werkt daar samen met bisschop Munninkhof.

Tekst 5
Pater Van den Broek over het leven in angst van de Papoea’s in Irian Jaya. In de hoofden van de leiders van de bevrijdingsbeweging OPM zou er aan deze onderdrukking een einde kunnen komen, als de wereld er maar eens van zou horen. Hadden ze maar de middelen om hun boodschap de wereld in te sturen.
Dat was de setting waarin op 8 januari 1996 Kelly Kwalik, Daniel Kogoya en Silas Kogoya, drie leiders van de OPM besloten om een team van biologen te gijzelen die naar het land van de Nduga-stam kwamen kijken op zoek naar nog niet eerder in kaart gebrachte valleiën.

Tekst 6
Indonesische militairen van de KOPASSUS-elitetroepen kregen de opdracht de gijzelaars te bevrijden. De leiding van de operatie was in handen van generaal Prabowo, een schoonzoon van toenmalig president van Indonesië, Soeharto. Omdat er ook Britten en Nederlanders onder de gijzelaars zaten werd er een internationaal crisisteam gevormd. Daarin zaten de militaire attachés van Nederland, kolonel De Mars, en van Engeland, Helberg, ex-officier van de S.A.S., de Special Air Services, de speciale commando-eenheid van het Britse leger. Binnen het crisisteam werd op voet van gelijkheid tussen de verschillende landen overlegd, zo vertelt de Nederlandse diplomaat Brouwer. Nu is Brouwer ambassadeur van Nederland in Athene, maar in 1996 was hij dat in Indonesië.

Tekst 7
Na vier maanden naderde de ontknoping van de gijzeling op 8 mei 1996. De onderhandelingen met de gijzelnemers werden toen al sinds enkele maanden gevoerd door mensen van het Internationale Rode Kruis. De achtste mei vierde het Rode Kruis haar verjaardag en mede daarom werd die dag uitgekozen voor de feestelijke vrijlating van de gijzelaars. Belangrijk onderdeel van de overeenkomst was dat het Rode Kruis die dag zou zorgen voor de aanwezigheid van internationale media en voor de aanwezigheid van hoge regeringsvertegenwoordigers van de betrokken landen. Dat wordt bevestigd door de Nederlandse ex-gijzelaar Mark van der Wal.

Tekst 8
John Rumbiak werkt bij de mensenrechtenorganisatie van Irian Jaya. Zijn organisatie publiceerde in augustus van dit jaar een uitgebreid onderzoek naar de afloop van de gijzeling. Voor dat rapport spraken de medewerkers van de mensenrechtenorganisatie met honderden ooggetuigen van de gebeurtenissen bij de ontknoping van de gijzeling. Rumbiak bevestigt dat de gijzelnemers oprecht van plan waren op die achtste mei alle gijzelaars vrij te laten. Het feest speelde zich af in het dorp Ngeselema. Voor de Papoea’s was het een ceremoniële gebeurtenis.

Tekst 9
Kelly Kwalik, één van de leiders van de OPM, de bevrijdingsbeweging van de Papoea’s, tijdens zijn toespraak op 8 mei 1996. De opnames van die toespraak ontlenen we aan een film van de Australische journalist Mark Davis. Een film, die in juli van dit jaar op de Australische televisie is uitgezonden.
Kwalik is woedend. Het Rode Kruis heeft zich niet aan haar afspraken gehouden, zegt hij. Er waren namelijk helemaal geen hoge vertegenwoordigers van Nederland, Engeland en Indonesië. Ex-gijzelaar Mark van der Wal bevestigt dat.

Tekst 10
Het feest in Geselema was grondig bedorven. Maar er heerste ook grote verwarring, want de meeste Papoea’s konden Kelly Kwalik helemaal niet verstaan. Kwalik hield zijn toespraak namelijk in het Indonesisch, waarschijnlijk met het oog op de vermeende aanwezigheid van de wereldpers. Mark van der Wal had het wel onmiddellijk in de gaten. Het ceremoniële eten van de varkens en de kippen ging, ondanks de verwarring, gewoon door.

Tekst 11
De teleurgestelde gijzelaars werden door een deel van de gijzelnemers meegenomen naar een kampement voor de nacht. Dat was ongeveer twee kilometer verwijderd van Geselima. De volgende ochtend, negen mei dus, hoorden ze weer helicoptergeluid, vertelt Mark van der Wal:

Tekst 12
Over de onderhandelingen tussen het Rode Kruis en de Papoea’s op die ochtend na het mislukte feest lopen de versies uiteen. Henri Fournier, hoofd van de Rode Kruis-delegatie in Indonesië, vertelt daarover in de film van de Australische journalist Mark Davis het volgende:

Tekst 13
Henri Fournier, het hoofd van de Rode Kruis-delegatie, beweert dus dat op de ochtend van die negende mei, om ongeveer half twaalf locale tijd, het Rode Kruis niet meer onderhandelde, en dat alle partijen daarvan op de hoogte waren. Dit punt zal later nog cruciale betekenis krijgen. Het klopt niet volgens een van de andere Rode Kruis-onderhandelaars, Sylvianne Bonadi, die er toch ook bij was op die ochtend van de negende.

Tekst 14
“Nee, ik was me daar niet van bewust”, zegt Sylvianne Bonnadi, “Ik herinner me duidelijk dat we afspraken dat we zouden proberen om zondag weer terug te komen”.
John Rumbiak, de mensenrechtenonderzoeker, ondersteunt in zijn rapport de verklaring van Sylvianne Bonnadi:

Tekst 15
De gijzelnemers verkeerden dus nog in de veronderstelling dat er verder onderhandeld werd. Maar het Rode Kruis rapporteerde aan de militairen dat ze ermee stopte. Dat was het teken voor de militairen om in te grijpen.

Tekst 16
Daniel Start, één van de Britse gijzelaars. Hij hoorde op de middag van de negende voor de tweede keer die dag de Rode Kruis helikopter aankomen in Geselema.
Ook Mark van der Wal hoorde helicopters naderen.

Tekst 17
De militaire aanval was begonnen. Maar hoe kon het dat de gijzelaars daarbij het geluid van een Rode Kruis helikopter hoorden. Mensenrechtenonderzoeker John Rumbiak tekende een ongelooflijk verhaal op uit de mond van ooggetuigen, die op een tiental meters van de helikopter stonden.

"Ze zagen een witte helikopter met een rood kruis komen aanvliegen, er werd met een vlag van het Rode Kruis gezwaaid. De mensen kwamen op de helikopter af. Er sprongen vier blanken uit de helikopter, waaronder een vrouw, die als Sylviana Bonadei werd herkend. Ze begonnen meteen op de mensen te schieten. Daarna kwamen er nog eens 8 helikopters aanvliegen die het dorp bombardeerden en alles in brand zetten, 12 mensen kwamen om.
De mensen vertrouwden erg op het Internationale Rode Kruis en Sylviana Bonadei beschouwden zij als een dochter, maar met het schietincident veranderde dit in een nachtmerrie."

Tekst 19
Toen de kruitdampen in Geselima waren opgetrokken, vielen er twaalf doden te betreuren. Dorpsbewoners van Geselima. Bewoners uit de omgeving, die voor het feest van de dag ervoor naar het dorp waren gekomen en nog niet waren vertrokken. De gijzelaars en hun gijzelnemers zaten op twee kilometer afstand. Maar het zou nog zes dagen en vele helikopteraanvallen duren voordat de bevrijding van de gijzelaars een feit was.

Tekst 20
Hebben de militairen gebruik gemaakt van een helikopter met het Rode Kruis-embleem? Wie wie waren die blanke mannen die in de helikopter zaten? En zat Sylvianne Bonadi in de helikopter?
Eerst de helikopter zelf. De Engelse militaire attachee Helberg sluit niet uit dat het Rode Kruis en het Indonesische leger dezelfde helikopter hebben gebruikt.

Tekst 21
“Ja, er was een witte helikopter die eigendom was van Freeport. Maar voor zover ik weet werd het Rode Kruis-embleem er meteen vanaf gehaald nadat het Rode Kruis was vertrokken”, aldus Helberg. Het zou dus kunnen dat diezelfde witte helicopter van Freeport die eerst door het Rode Kruis is gebruikt ook door het Indonesische leger is gebruikt.
Mark van der Wal zat tijdens de aanval van het Indonesische leger, samen met de andere gijzelaars, op twee kilometer afstand, in de jungle. Ook hij hoorde vrij snel na de militaire operatie het verhaal over de Rode Kruis helikopter.

Tekst 22
Nog steeds geloven sommige Papoea’s dat Rode Kruis-medewerkster Sylvianne Bonadi daadwerkelijk deelgenomen heeft aan de militaire aktie.

Tekst 23
“Ik vond het ellendig. Ik werd beschuldigd en was niet in staat om de mensen te laten weten, ‘Nee ik was niet op die plaats.” Aldus Sylvianne Bonadi, in de film van Mark Davis.
Sylvianne gelooft dat de mensen in Geselima de waarheid spreken maar dat een witte soldaat zich vermomd had zodat hij op háár leek.
Ook de Nederlandse pater Van den Broek hoorde het bizarre verhaal van de Papoea’s.
Hij wilde daarover zo snel mogelijk overleggen met het hoofd van de Rode Kruis-delegatie, Henri Fournier

Tekst 24
De Australische journalist Davis vroeg Fournier wanneer hij het verhaal van de witte helikopter voor het eerst hoorde.

Tekst 25
“Ik kan het mij niet precies herinneren, maar ik kan u vertellen dat ik dat verhaal over die witte helikopter waarschijnlijk, laten we zeggen, ten minste twee maanden na afloop pas hoorde.” Aldus Henri Fournier. Pater Van den Broek snapt daar niks van.

Tekst 25
Ook Mark van der Wal twijfelt aan de oprechtheid van het hoofd van het Rode kruis in Indonesië

Tekst 26.
Het Rode Kruis heeft het moeilijk met de ernstige beschuldigingen die tegen haar geuit worden. De Australische journalist Mark Davis verklaarde tegenover ons dat het Rode Kruis ook tegenover hem gelogen heeft.

"Het Rode Kruis heeft steeds gezegd dat zij zich uiterlijk op de vroege morgen van 9 mei 1996 hadden teruggetrokken van de onderhandelingen en dat ze iedereen daarvan op de hoogte hadden gesteld. Zij zouden dus op geen enkele wijze betrokken zijn geweest bij de gebeurtenissen daarna. Om 3 uur 's middags op die 9 mei begon de militaire aanval tegen de Papua's. Het Rode Kruis heeft mij en ook andere journalisten een hele tijd aan het lijntje kunnen houden door te stellen dat zij voor de militaire aanval begon wereldkundig hadden gemaakt dat ze zich hadden teruggetrokken. Er werd gewezen op een persbericht dat was uitgegeven en op een persconferentie. Ik ben dat op een gegeven moment gewoon eens gaan checken. En wat bleek? In tegenstelling tot wat het Rode Kruis beweerde, is het persbericht pas uitgegeven een uur nadat de Papua’s in Geselema waren doodgeschoten. En de persconferentie in Irian Jaya, die Henry Fournier tegenover mij tot drie keer toe als argument had aangehaald, bleek in werkelijkheid nooit te hebben plaatsgevonden. Het Rode Kruis heeft tot de dag van vandaag geen enkel bewijs kunnen tonen dat zij zich voor het begin van de aanval hadden teruggetrokken. Niet alleen de Papua's wisten dit niet. Zelfs Rode Kruis-onderhandelaar Sylvianne Bonadei, die naar eigen zeggen in de ochtend van 9 mei in Geselema nog twee uur heeft gesproken met de Papua’s, was hiervan niet op de hoogte.

Tekst 27
Behalve de rol van het Rode Kruis zijn er nog veel meer vragen te stellen bij de militaire operatie waarmee de gijzelaars uiteindelijk bevrijd werden.
Ex-gijzelaar Mark van der Wal hoorde dat er de speciale elitetroepen van het Engelse leger bij de aktie betrokken zouden zijn.

Tekst 28
Mark Davis vroeg Ivor Helberg, de Britse militaire attachee, of het klopt dat er blanke militairen betrokken waren bij de operatie.

Tekst 29
“Wij hadden adviseurs, zoals je zou verwachten. Niet alleen adviseurs voor de operationele procedures, maar ook voor de uitrusting die we misschien zouden gaan gebruiken. En waren vele mensen, zoals je je kunt voorstellen in een situatie die maar doorgaat en doorgaat, die advies boden- en daar flink aan verdienden, zoals je je kunt voorstellen- huurlingen en anderen met verschillende achtergronden.” Aldus de Britse militaire attachee.
Waren de blanke soldaten in de witte helicopter dan misschien huurlingen? Die ervoor betaald werden? Als daar iemand van gedood wordt worden er geen lastige vragen gesteld. Maar wie heeft die huurlingen dan betaald?
Mark Davis wist door te dringen tot de leider van één van de betrokken huurlingenorganisaties en vroeg wie hen betalld had.

Davis: "De leider van het team van de Zuidafrikaanse huurlingenorganisatie Executive Outcomes wilde in het interview dat ik met hem had daarover alleen kwijt dat het niet de Britten waren. Het lijkt mij uiterst onwaarschijnlijk dat het de Indonesiërs waren. Waarom zouden zij blanke huurlingen inzetten? Zij hadden hun eigen troepen klaarstaan, die niets liever wilden dan korte metten maken met dat groepje Papua's. De vraag rijst dus of dit de Nederlandse bijdrage geweest kan zijn aan de militaire actie. Hoewel ik er geen direct bewijs hiervoor heb, denk ik dat dit zeer wel mogelijk is. Nederland moet onder grote druk hebben gestaan ook een bijdrage te leveren. Het wilde immers gelijkwaardig betrokken worden bij de besluitvorming en dat zal toch niet geheel gratis zijn geweest. De Indonesiërs hadden hun troepen, de Britten stuurden onder meer SAS-commando's zoals ze inmiddels hebben toegegeven. Dus: wat deden de Hollanders? Als ze geen militairen stuurden, en dat is wat ik van mijn bronnen heb begrepen, wat droegen zij dan bij? "

Tekst 30
Dat er vreemde dingen gebeurd zijn bij de militaire operatie staat wel vast. SAS-mensen en huurlingen werkten samen met het Indonesische leger. En misschien werd het symbool van het Rode Kruis – met of zonder medeweten van het Rode Kruis – misbruikt. Maar wat wisten de Nederlandse autoriteiten hiervan? Nederland zat toch in het crisisteam dat vanaf het begin van de gijzeling alle opties doornam? We ontdekten deze week dat zowel de militaire attachee van Engeland als die van Nederland op de dag van het militair ingrijpen hun post hebben verlaten. Op de dag dat de gijzeling haar ontknoping naderde, een gijzeling waar Kolonel De Mars vier maanden intensief bij betrokken was, vertrok hij naar Jakarta. Dus toen de gijzelingszaak na vier maanden haar ontknoping naderde gingen de buit
We belden deze week met militair attachee kolonel De Mars.Hij wilde niet voor de microfoon reageren. U hoort een letterlijke weergave van een deel van het gesprek waarbij de stem van De Mars wordt nagespeeld.

Tekst 32
De Mars was toevallig net aan de beurt om afgelost te worden. Net als de Britsee militaire attachee. Toeval? Of moets op die manier voorkomen worden dat Nederland en Engeland achteraf met lastige vragen geconfronteerd zouden worden?
Later in het gesprek dat wij met De Mars hadden blijkt dat hij wel degelijk vermoedde dat de militairen op het punt stonden aan te vallen.

Tekst 33
De Mars spreekt zichzelf tegen. Hij wist nieyt dat de militairen zouden gaan ingrijpen maar je hoefde geen groot denker te zijn om dat te kunnen weten, aldus de kolonel.
Toenmalig ambassadeur in Indonesië, de heer Brouwer, is minder terughoudend. We belden hem deze week in Athene, waar Brouwer sinds een jaar ambassadeur is.

Tekst 34
Toeval, houdt ambassadeur Brouwer vol. Brouwer geeft schoorvoetend toe dat er SAS-mensen hebben geadviseerd in Indonesië.
We vroegen ook het ministerie Van Buitenlandse Zaken om een reactie. Het ministerie is niet op de hoogte van het feit dat er huurlingen bij de militaire operatie betrokken waren. Of er SAS-mensen uit Engeland waren? Dat moeten we maar in Engeland vragen. Het ministerie heeft kennis genomen van het rapport van het Institute for human Rights in Indonesië, het onderzoek van John Rumbiak, maar heeft daar geen reaktie op.
Dan maar weer ambassadeur Brouwer, die indertijd in Jakarta zat. We zijn met name benieuwd naar de mate van betrokkenheid van Nederland bij de bloedige oplossing van de gijzeling.