The Singing Detective

Dennis Potter Jon Amiel 1986BBC

The Singing Detective

Dennis Potter Jon Amiel 1986BBC

'The Singing Detective' is een BBC televisie miniserie uit 1986, geregisseerd door Jon Amiel naar het script van Dennis Potter. De serie bestaat uit 6 afleveringen: 'Skin', 'Heat', 'Lovely Days', 'Clues', 'Pitter Patter' en 'Who Done It'. In de serie ligt een zekere Philip Marlow (gespeeld door Michael Gambon), schrijver van goedkope detectives, in een ziekenhuisbed. Hij is geveld door de huidziekte psoriasis en is overgeleverd aan de zorgen van het verplegend personeel. Half versuft door de medicijnen laat Marlow zijn fantasie de vrije loop. Hij gaat terug naar zijn jeugd en haalt herinneringen op aan zijn vader, maar verbeeldt zich in zijn ijldromen ook dat hij de hoofdpersoon is uit een van zijn eerste romans 'The Singing Detective', een detective annex zanger. Muziek is het enige dat Marlow troost en houvast biedt, vooral de vertrouwde en kalmerende muziek uit zijn jeugd. In 2003 werd de serie bewerkt tot een film met Robert Downey jr. en Mel Gibson. Belangrijk kenmerk van de serie is dat op vele plaatsen normale dialogen overgaan in liedjes uit de jaren 40. In het fragment horen we het lied 'Dry Bones'. (Dennis Potter/Jon Amiel 1986, BBC)

Dit fragment is onderdeel van

Trudy Dehue

Trudy Dehue (Den Bosch, 1951) is hoogleraar wetenschapstheorie en wetenschapsgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Dehue won de NWO Eureka Boekenprijs 2009 voor haar boek 'De depressie-epidemie. Over de plicht het lot in eigen hand te nemen' (Augustus, 2008). Na eerst een aantal jaren werkzaam te zijn geweest in de kinder- en jeugdpsychiatrie studeerde Trudy Dehue af in de psychologie (1983) en de filosofie (1985). Meer nog dan de menselijke psyche die psychologen bestuderen, bestudeert Dehue juist die psychologen zelf. Ze promoveerde cum laude op 'De regels van het vak' (Van Gennep 1990), een kritische studie van het ‘meten en tellen’ en de vooronderstellingen die bepalend zijn geworden voor psychologisch onderzoek. In 'De depressie-epidemie' analyseert Dehue hoe het kan dat juist in rijke en welvarende landen steeds meer mensen lijden aan depressie. Dehue laat zien dat wat in de loop van de geschiedenis als melancholie, neerslachtigheid of depressie beschreven is, steeds sterk tijdsgebonden is geweest. Heeft depressie bijvoorbeeld te maken met levensomstandigheden en is het iets wat ‘op de sofa’ behandeld kan worden, of eerder iets biologisch, wat met pillen bestreden kan worden? Dehue neemt ook de invloed van de farmaceutische industrie kritisch onder de loep. Haar opinieartikel in NRC Handelsblad over de mogelijke bijwerkingen van antidepressiva deed recentelijk veel stof opwaaien. In haar werk laat Dehue zien hoe de ‘depressie-epidemie’ verbonden is met het huidige maatschappelijke ideaal van het maakbare individu: we zijn zelf verantwoordelijk geworden voor ons lot: schoonheid en succes zijn een keuze geworden, en het antidepressivum steeds meer een ‘prestatiepil’. Dehue laat zien hoe een samenleving ervaart en bepaalt wat ‘normaal’ is en geeft daarmee niet alleen een analyse van depressie, maar ook van onze tijd. Een avond over afwijken van de norm, wetenschap en vooroordelen, de vrouw als hoeder van de stemming en hoe grillig de grens tussen ‘goed’ en ‘kwaad’ zich kan tonen. Met o.a. fragmenten uit de scandinavische tragikomedie 'Kitchen Stories' (Bent Hamer 2003), beelden van o.a. Joni Mitchell, Bob Dylan en Neil Young tijdens het afscheidsconcert van The Band in 'The Last Waltz' (Martin Scorsese 1978) en de Britse serie 'The Singing Detective'. De keuzefilm van Trudy Dehue is 'Mephisto' (István Szabó, 1981). Een film over de relatie kunst en politiek, gebaseerd op de gelijknamige roman van Klaus Mann uit 1936. De jonge zeer ambitieuze Duitse acteur Hendrik Höfgen (Klaus Maria Brandauer) heeft er alles voor over dé grote ster te worden, zelfs als dit leidt tot een verregaande aanpassing aan een fascistisch regime. Met een Oscar bekroond als beste niet-Engelstalige film. (Cinema.nl)