De bevalling

De bevalling

Er is een Prins geboren. Donderdagavond 27 april 1967 denderde het nieuws door het land. Eindelijk was het dan zover. Na 116 jaar weer een toekomstige Koning. Twee weken te laat geboren maar hij was gezond, een halve meter lang en 3850 gram zwaar. Met een operatieve ingreep van professor Plate en onder narcose ter wereld gekomen, dat wel. Zijn naam bleef nog een paar dagen geheim. Nederland vierde feest. Op 24 oktober 1966 maakte de Rijksvoorlichtingsdienst het officieel bekend. Prinses Beatrix is in verwachting. De geboorte kan “omstreeks april” verwacht worden. Zoals wel vaker als het om nieuws over de koninklijke familie ging had een buitenlandse krant, dit keer The Observer, al op 8 oktober geschreven dat binnenkort officieel bekend gemaakt zou worden dat Beatrix een baby verwachtte. Een welkome boodschap na een tumultueuze periode met als hoogtepunt het memorabele huwelijk op 10 maart 1966. Nederland bleek nog niet klaar voor een huwelijk met een Duitser en liet dat merken ook. Een mooi feest was ze niet gegund, wel opstand, rellen en rookbommen. Binnen een jaar verdween de scepsis, er was geen mens meer die bezwaar had tegen de Duitse gemaal, zelfs de progressieven sloten hem in de armen. Er was geen oog meer voor kritiek, het wachten was nu op mooi nieuws. De Oranjeverenigingen maakten zich op voor vreugdefeesten. Fotografen lagen maanden in de bosjes rond kasteel Drakensteyn om maar niets van het babynieuws te missen. De RVD bereidde zich voor op een grootscheepse operatie. De beschuitenfabrieken draaiden overuren. De Gele Rijders van de 11de afdeling Rijdende Veldartillerie uit Schaarsbergen oefenden de saluutschoten die afgevuurd zouden worden bij de geboorte. De kinderrijke Amsterdamse familie van Dijk oefende op het lied “Wat brengt de ooievaar op Drakensteyn”. Vader, moeder en negen kinderen togen naar Drakensteyn en zongen het daar temidden van mensen die hun eigen cadeaus brachten, gehaakte babykleren, zelfgemaakte miniaturen en zelfs een kinderwagen. Professor dr. W.P. Plate, de grote man van de afdeling verloskunde van het Academisch Ziekenhuis Utrecht stond inmiddels op scherp.