Rwanda

Rwanda

“Het moet ongeveer half negen ’s avonds zijn geweest,” zegt kapitein Robert van Putten, VN militair in de Rwandese hoofdstad Kigali, “dat het bericht binnenkomt dat het regeringsvliegtuig vlak boven het vliegveld is neergeschoten.” “We hoorden een explosie en we keken elkaar aan, en zeiden: Dit is niet iets wat wij gewend zijn, dit is wat anders. En dan denk je van: Dit is niet goed.” Zo herinnert zich de Nederlandse familie Muizebelt het moment dat niet alleen hun leven maar dat van honderdduizenden anderen in Rwanda voorgoed zal veranderen. Ook de Nederlandse expats Paul en Joyce de Roo, die op die avond bij hun Belgische vrienden op bezoek zijn, horen de explosies. “Ineens ging de telefoon en dat was de Belgische ambassadeur, en het gerucht ging dat de president vermoord was. Maar het was een gerucht, dus niemand wist het zeker.” Aan boord van het toestel bevonden zich de Rwandese president Habyarimana samen met zijn collega Ntaryamira uit het buurland Burundi. Direct na het incident verschijnen er soldaten in de straten van Kigali en worden de eerste mensen vermoord. “Op dat moment was al duidelijk dat het echt uit de hand ging lopen. Want in de tussentijd hadden we al gezien dat er groepen mensen met de handen omhoog of met de handen op het hoofd, apart werden genomen. We konden ook niet meer het centrum in, want een verschrikkelijk dronken soldaat maakte duidelijk dat wij geen meter verder konden rijden. En daarbij prikte hij met zijn loop zo’n beetje tegen mijn neus aan,” aldus kapitein Van Putten. Hij is als persoonlijk adjudant van de VN bevelhebber generaal Dallaire getuige van de gebeurtenissen rond die zesde april 1994. Samen met het 2000 man tellende contingent VN militairen lopen zij vanaf dat moment achter de feiten aan en kunnen de volkerenmoord op ruim 900.000 Tutsi’s en gematigde Hutu’s niet meer tegenhouden.