Dood op het circuit

Dood op het circuit

Ben Huisman stapt in zijn gele Porsche 911. Het is vroeg in de ochtend, zondag 29 juli 1973. Hij rijdt vanaf het vakantiehuisje aan de zuidelijke boulevard van Zandvoort naar het circuit. Het is een ritje van nog geen twee kilometer. Zijn vrouw en zijn kinderen, de latere coureurs Patrick en Duncan Huisman, nemen bij aankomst plaats op de hoofdtribune. Huisman rijdt vervolgens onder de baan door en parkeert de Porsche. Hij zoekt circuitdirecteur Johan Beerepoot op. Dit moet hún dag worden. Met z’n tweeën hebben ze zich maanden lang ingezet om Zandvoort weer op de Grand Prix-kalender te krijgen. In 1972 reden er geen Formule 1-wagens door de duinen. Het circuit was verouderd, de struiken groeiden de baan op. De internationale autosportbond en de coureurs lieten de kustplaats in 1972 links liggen: te gevaarlijk. De gemeente Zandvoort wilde daarom het circuit maar meteen sluiten. Er was tegenstand van de PvdA, dertien bewoners hadden bezwaar aangetekend en populair was Formule 1 in die dagen toch al niet. Het waren de eerste schermutselingen rondom de Nederlandse Grand Prix – en er zouden er tot diep in de jaren negentig nog vele volgen. Beerepoot, op dat moment nog secretaris van de Nederlandse Autorensport Vereniging, en Huisman – de penningmeester - staken in 1972 de koppen bij elkaar. Geen Grand Prix in Zandvoort, dat kon om de donder eenvoudig niet. Er moest natuurlijk wel geracet worden. Ze richtten de CENAV op, de Circuit Exploitatie Nederlandse Autorensport Vereniging. Beerepoot is de directeur. Ze beginnen fondsen te werven (‘overal en nergens vandaan’), investeren naar verluidt 2,5 miljoen gulden en de firma Smallegange uit Aerdenhout knapt de boel op. Er is nieuw asfalt, de uitloopstroken zijn verbreed, waar geen vangrail is komt vangrail en de oude vangrails wordt vervangen door betere. Er worden nieuwe pitboxen neergezet en er komt een mooie wedstrijdtoren. Huisman heeft het in die dagen zo druk met allerlei vergaderingen en besprekingen dat hij in het voorjaar van 1973 besluit met het hele gezin te verkassen naar een zomerhuisje in Zandvoort. De papierhandel in Elburg ‘gaat bijna op z’n bek’, maar Huisman is nu eenmaal gedreven. Hij zet zich in voor een veilig circuit. De papierhandel moet maar even zonder hem. Als hij in augustus terugkeert is de zaak bijna failliet. Huisman en Beerepoot treffen elkaar in de buurt van de wedstrijdtoren. Ze besluiten nog even ‘op de motorfiets een blokje over het circuit te rijden’. Ze bestijgen de motor. Tijdens hun rondgang zien ze dat alles er mooi uitziet. Hoe keurig alles is aangeharkt. De vlaggen wapperen, de zon straalt en de muziek schalt al door de luidsprekers. Het publiek stroomt binnen en zoekt een de plaats op de hellingen en duintoppen. Tachtigduizend man. Het verkeer staat vanaf Heemstede vast. Vandaag zal de NOS de Grand Prix van Nederland voor het eerst rechtstreeks op televisie uitzenden. Henk ‘Apollo Henkie’ Terlingen en Frans Henrichs zijn vanuit Hilversum naar Zandvoort gereisd om de beelden van commentaar te voorzien. ,,En Gijssie reed natuurlijk mee’’, herinnert Huisman zich. ,,Een Nederlander. Er viel ’s ochtends dus geen onvertogen woord. Ik geloof dat er alleen een bord hing dat protesteerde tegen de junta in Argentinië, want Carlos Reutemann reed mee, een Argentijn. Maar verder: het was halleluja, glorie, daar gaan we weer met z’n allen.’’