Argos

Inspraak of placebo? Medezeggenschap in zorginstellingen

Argos

Inspraak of placebo? Medezeggenschap in zorginstellingen

Inleidende teksten:

AANKONDIGINGSTEKST
Inspraak van bewoners van psychiatrische ziekenhuizen, jeugdinrichtingen en andere zogeheten zorginstellingen in Nederland is bij wet geregeld. Elke instelling moet een cliëntenraad hebben die de directie adviseert over zaken die voor de bewoners van belang zijn. Deze week maakte demissionair staatssecretaris Clemence Ross bekend dat ze de verplichting voor het instellen van een dergelijke raad uit wil breiden naar particuliere instellingen.
Voordat je dat doet is het handig om te weten of de wet die die inspraak regelt in de praktijk wel werkt. Dat werk doet Argos vandaag voor de staatssecretaris. Luistert u naar een reportage van Ellen van den Berg en Kees van den Bosch.


Tekst bij fragment in presentatie tekst.
In Argos vandaag een onderzoek naar het functioneren van inspraak in bejaardenhuizen, psychiatrische ziekenhuizen en jeugdinstellingen. Daarvoor moet elke instelling een clientenraad hebben. Marcel Wiegman is 38 jaar en woont al twintig jaar in het Zeehospitium, een verpleegtehuis in Katwijk. Al jaren is hij daar voorzitter van de cliëntenraad.


Tekst 1
“Je moet een beetje gek zijn om in een cliëntenraad te gaan zitten”, dat zegt Marcel Wiegman, een 38-jarige verpleeghuisbewoner.
Mensen die noodgedwongen in een psychiatrisch ziekenhuis, een instelling voor gehandicapten, een kindertehuis of een bejaardenhuis verblijven, willen niet meteen alle zeggenschap over hun eigen leven inleveren.
Afhankelijk zijn van hulp is al vervelend genoeg. Waarom moet die afhankelijkheid zich ook uitstrekken tot vrijwel elk aspect van het dagelijks bestaan? Waarom wordt er niet geklopt op de deur voordat het personeel binnen komt? Waarom kun je alleen telefoneren op de gang en niet op je eigen kamer?
Om bewoners inspraak te geven in deze voor hen belangrijke zaken bestaat er, vanaf 1996, de Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen. In die wet worden instellingen verplicht tot het instellen van een clientenraad. Vandaag in Argos een onderzoek naar het functioneren van deze wet.
Geeft zo’n medezeggenschapsraad de bewoners van instellingen ook echt invloed? Is de wet meer dan een zoethoudertje? En, is er enige controle op naleving van de wet?
Argos over clientenraden, inspraak of placebo?

Tekst 2
Op het balkon van de vierde etage van de RIBW Rijnmond in Rotterdam staan enkele bewoners en een directeur te genieten van hun sigaret. De RIBW Rijnmond is een van de grootste psychiatrische instellingen van Nederland.
Vandaag vergadert de clientenraad. In de afgelopen maanden werden hier felle diskussies gevoerd over een aantal benoemingen van leidinggevenden. De raad was daar niet in gekend door de directie. Directeur Gerda van Lieburg, legt na de rookpauze uit waarom volgens haar in dit geval inspraak niet nodig was.

Tekst 3.
Directeur Gerda van Lieburg van de RIBW Rijnmond. Ze krijgt van haar clientenraad op haar kop omdat ze acht divisiemanagers benoemd heeft zonder vooraf met de raad te overleggen.
Een voorbeeld van hoe de wet Medezeggenschap Clienten Zorginstellingen, de WMCZ op heel verschillende manieren uitgelegd kan worden.
Na afloop van de vergadering spreken we met Teus, Jos en Henk.

Tekst 4.
Een fragment uit VPRO-vrijdag van 27 maart 1970

Tekst 5
Psychotherapeutisch centrum de Oosthoek in Limmen was in 1970 een grote uitzondering met de instelling van de groepsraad, zoals het inspraakorgaan voor cliënten toen heette.
De voorgeschiedenis van de huidige medezeggenschapswet begint in die jaren zeventig. De felle acties van bewoners van zwakzinnigeninrichting Dennendal bijvoorbeeld, en acties in kindertehuizen en andere instellingen gaven aan dat bewoners de betutteling van hulpverleners niet langer pikten. Toch duurde het tot 1996 voordat die inspraak wettelijk geregeld werd. In 1996 pas werd de Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen ingevoerd.
Die wet verplicht zorginstellingen een cliëntenraad in het leven te roepen. Deze raden hebben een aantal rechten: adviesrecht, informatierecht en ook het recht om een bestuurslid voor te dragen. Paul Francissen is beleidsambtenaar op het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport. Francissen is een van de makers van de wet.

Tekst 6.
Beleidsambtenaar Paul Francissen. Hij hoort enthousiaste geluiden over het functioneren van clientenraden. Voornaamste doel, zegt Francissen, is dat clienten hun onvrede kunnen uiten. Hans Akveld, bijzonder hoogleraar ondernemingsrecht in de gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, is kritisch over de wet.

Tekst 7
Marcel Wiegman is 38 jaar en woont al twintig jaar in het Zeehospitium, een verpleegtehuis in Katwijk. Wiegman is lichamelijk gehandicapt. Al jaren is hij daar voorzitter van de cliëntenraad. Hij vertelt over hoe zijn medezeggenschapscarrière begon in een gezinsvervangend tehuis, een GVT.

Tekst 8
In het begeleidend voorlichtingsboekje uit 1996 over de medezeggenschapswet staat: "Elke instelling verleent op haar eigen manier zorg. Daarom biedt de wet de ruimte om de invulling van de clientenraad op elke specifieke situatie toe te spitsen".
Het ministerie van VWS heeft dus bewust gekozen voor een Kaderwet. Dat betekent een erg korte wet die het aan de instellingen zelf over laat hoe ze er invulling aangeven. De enige verplichting die in de wet staat is het instellen van de clientenraad. Paul Francissen, maker van de wet, legt uit waarom daarvoor gekozen is.

Tekst 9
Hoogleraar Hans Akfeld is voorzitter van de landelijke geschillencommissie cliëntenraden. Vanuit die positie heeft hij inzicht in hoe de wet in de praktijk werkt. Akfeld vindt het een gemiste kans dat de Medezeggenschapswet zo weinig regelt over hoe een cliëntenraad moet functioneren.

Tekst 10.
Hans Akveld ziet nog een ander probleem met de medezeggenschapswet. Een cliëntenraad goed laten functioneren, kost geld. Een secretariaat, werkruimte, kopieerapparaat en dergelijke. Maar de wet voorziet daar niet in. Ook op dit punt zijn de bewoners dus overgeleverd aan de bereidwilligheid van directies.
Hoogleraar Hans Akveld:

Tekst 11.
Marcel Wiegman, voorzitter van de cliëntenraad van verpleeghuis Zeehospitium in Katwijk.

Tekst 12.
Paul Francissen van het ministerie van VWS en maker van de wet legt uit waarom de financiering van de cliëntenraden niet in de wet geregeld is.

Tekst 13.
Met de koepel wordt bedoelt de LPR, de overkoepelende organisatie van cliëntenraden in de geestelijke gezondheidszorg.
Dat de inspraak nu wettelijk geregeld is, is natuurlijk mooi, maar feit is dat 7 jaar na invoering van de wet nog maar ongeveer driekwart van de instellingen een cliëntenraad heeft en slechts een deel van die raden goed functioneert. Vooral in ziekenhuizen en instellingen in de jeugdzorg komt het niet van de grond. Cliënten van deze instellingen hebben geen daadwerkelijke invloed. Volgens prof. Hans Akveld komt dat omdat er geen of weinig controle is op naleving van de wet. Elke twee jaar moet een zorginstelling proberen een raad samen te stellen, als dat niet lukt zijn ze weer twee jaar van deze verplichting af.

Tekst 14
Clientenraden in de jeugdzorg worden ook wel jongerenraden genoemd. Bij De Jutter in Den Haag, een centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie loopt dit goed. Tijdens een vergadering van de jongerenraad ondervragen de jongeren Directeur Leo Bedaux over een op handen zijnde fusie.

Tekst 15
De jongerenraad van De Jutter in Den Haag, een centrum voor kinder en jeugdpsychiatrie. De Jutter gaat uitbreiden, er komen tien lokale afdelingen bij, maar, directeur Bedaux gaf het al aan in antwoord op een vraag van een jongere, er komt maar een centrale jongerenraad. Dat is een probleem dat veel vaker voorkomt bij fusies of uitbreiding van instellingen. De wet schrijft voor dat een cliëntenraad op een zo lokaal mogelijk niveau ingesteld moet worden maar laat de interpretatie daarvan over aan de directie van de instelling.
Tachtig procent van de jeugdinstellingen heeft geen cliëntenraad. Sip Stulp, van de overkoepelende organisatie van cliëntenraden legt uit hoe dat komt.

Tekst 16
Marcel Wiegman geeft nog een voorbeeld uit de praktijk. Hij komt speciaal op voor jongeren in verpleeghuizen.

Tekst 17
Sip Stulp, van de overkoepelende organisatie van cliëntenraden in de psychiatrie, krijgt veel klachten over het niet goed functioneren van jongerenraden.

Tekst 18
Professor Akfeld kent de klacht dat cliëntenraden niet serieus genomen worden. Wat zou hij in de medezeggenschapswet willen wijzigen. Hans Akveld.

Tekst 19
Hans Akveld, deskundige op het terrein van cliëntenraden. Een goede wet maakt onderscheid tussen instellingen, vindt Akveld. In een ziekenhuis, waar mensen meestal kort verblijven heb je niet zo hard een cliëntenraad nodig en zeker niet dezelfde raad als in een verpleeghuis, waar mensen jaren wonen. In de wet worden al die instellingen over een kam geschoren.
De problemen met het functioneren van de clientenraden zijn in december vorig jaar in de Tweede Kamer aan de orde geweest. Khadija Arib, Tweede kamerlid voor de Partij van de Arbeid heeft daar een aantal moties ingediend om de medezeggenschapswet te wijzigen. Met name wil ze de invloed van de clientenraad vergroten en ze wil dat de financiering beter geregeld wordt. Khadija Arib

Tekst 20
Tot slot Marcel Wiegman, de voorzitter van de clientenraad van verpleeghuis het Zeehospitium in Katwijk.

Breaktekst
U luistert t naar De Ochtenden op Radio 1, de Vpro met het programma Argos.
Vandaag met een onderzoek naar het functioneren van inspraak in bejaardenhuizen, psychiatrische ziekenhuizen en jeugdinstellingen. Daarvoor bestaat sinds 1996 de Wet Medezeggenschap Clientenraden Zorginstellingen. Op papier is elke instelling verplicht een clientenraad in te stellen maar dat gebeurt lang niet altijd en als er wel een clientenraad is dan functioneert die vaak niet naar tevredenheid van de bewoners.


AFKONDIGING
We hebben gevraagd aan staatssecretaris Ross of ze wilde reageren op deze uitzending maar helaas moest ze vandaag aanwezig zijn bij het kabinetsberaad. Verder hebben we gisteren ook nog commentaar gevraagd aan het CDA over de reden dat ze de moties van mevrouw Arib van de PvdA eerst wel mee hebben ondertekend en later toch niet in de Kamer wilden steunen. Maar de woordvoerder van het CDA over dit onderwerp, Siem Buys was gisteren helaas onbereikbaar.