Argos

Uitzetting asielzoekers

Argos

Uitzetting asielzoekers

De Immigratie- en Naturalisatie Dienst, de IND, heeft in de nacht van 7 op 8 september 2004 een groep van 35 uitgeprocedeerde Afrikaanse asielzoekers per speciaal gecharterd vliegtuig uitgezet. Het was de eerste ‘overheidsvlucht’ naar Guinee, samen met België uitgevoerd. Zo’n “gedwongen uitzetting per overheidsvlucht”, zoals de IND het noemt, gebeurt steeds vaker samen met andere landen. De uitgezette personen zaten allemaal vast in het Uitzetcentrum op het Rotterdamse vliegveld Zestienhoven en zijn vandaar uit afgevoerd.
De 35 Afrikanen behoren tot de 26.000 afgewezen asielzoekers die volgens minister Verdonk van Vreemdelingenzaken het land uit moeten, goedschiks dan wel kwaadschiks. Volgens de IND is alles gladjes verlopen. Maar wat gebeurde er werkelijk in de nacht van 7 op 8 september 2004? Wat gaat er schuil achter het strikte uitzettingsbeleid van minister Verdonk?
In Argos vandaag een proeve van uitzetting op zijn Nederlands anno 2004: ‘Operatiebevel nr ROA/2004/53154’. Een reconstructie aan de hand van tot nu toe vertrouwelijke documenten van de marechaussee.

Inleidende teksten:

AANKONDIGING ARGOS 11 februari 2005
Het uitzetbeleid van minister Verdonk ligt onder vuur. De IND zou bij uitzettingen naar Congo vertrouwelijke informatie van afgewezen asielzoekers aan de Congolese autoriteiten hebben overhandigd. Dat berichtte de tv-rubriek Netwerk gisterenavond.
Ook in Argos vandaag volop aandacht voor het beleid van de minister. Luistert u naar een proeve van uitzetting op zijn Nederlands anno 2004, ook in dit geval naar Afrika.

“Illegale Nigerianen en Guineeërs uitgezet
De Immigratie en Naturalisatie Dienst, IND heeft een groep van 25 illegale Nigerianen en 10 Guineeërs per overheidsvlucht laten uitzetten naar hun landen van herkomst. Het is de eerste overheidsvlucht op Guinee. De vlucht is samen met België uitgevoerd. België heeft via deze vlucht in totaal 5 Guineeërs laten uitzetten. De uitgezette personen zaten allen in vreemdelingenbewaring in het uitzetcentrum en zijn gisteren vanaf Rotterdam Airport vertrokken.”

Tekst 1
Met dit persbericht maakt de Nederlandse Immigratie- en Naturalisatie Dienst, de IND, op 9 september 2004 met gepaste trots bekend dat de dag ervoor 35 uitgeprocedeerde Afrikaanse asielzoekers zijn uitgezet. Voor het eerst – via Nigeria - naar Guinee en samen met België. Zo’n “gedwongen uitzetting per overheidsvlucht”, zoals de IND het noemt, gebeurt steeds vaker samen met andere landen. In Benelux-verband in 2004 al meerdere keren, zo wordt er nog aan toegevoegd.
De 35 Afrikanen behoren tot de 26.000 afgewezen asielzoekers die volgens minister Verdonk van Vreemdelingenzaken het land uit moeten, goedschiks dan wel kwaadschiks. Volgens het persbericht van de IND is alles gladjes verlopen. Maar wat gebeurde er werkelijk in de nacht van 7 op 8 september 2004? Wat gaat er schuil achter het strikte uitzettingsbeleid van minister Verdonk?
In Argos vandaag: ‘Operatiebevel “08 sep”’. Een reconstructie van een uitzetting, aan de hand van tot nu toe vertrouwelijke documenten van de marechaussee.

Tekst 2
Peter Johnson. Hij is een van de 35 Afrikanen die met de vlucht van 8 september vorig jaar werden uitgezet. Johnson belt met ons vanuit Nigeria. In dat land werd hij door Nederland gedropt, hoewel hij naar eigen zeggen afkomstig is uit Sierra Leone.
We zijn Johnson op het spoor gekomen via Alfred Krans, medewerker van de Vereniging Vluchtelingenwerk in Assen. Die leerde Johnson kennen toen hij in Nederland verbleef, in een asielzoekerscentrum. Krans ontfermde zich over de Sierra Leonees.
Op een gegeven moment was Johnson als asielzoeker uitgeprocedeerd, vertelt Krans:

Tekst 3
Het eindstation in Nederland voor Johnson bleek dus te worden het Uitzetcentrum Zestienhoven in Rotterdam:

Tekst 4
Het tv-programma Nova van 22 april 2004.
In dit uitzetcentrum Zestienhoven kreeg Peter Johnson op dinsdag 7 september 2004 te horen dat hij Nederland werd uitgezet, vertelt Alfred Krans:

Tekst 5
Een charter naar Lagos, de hoofdstad van Nigeria.
Krans belde vervolgens een goede vriend, Bob Coppes, in het dagelijks leven toezichthouder bij de Nederlandse Bank. Die was toevallig in de buurt van Rotterdam.
Coppes vertelt hoe hij op dinsdagavond 7 september 2004 zijn auto bij het uitzetcentrum Zestienhoven in Rotterdam heeft geparkeerd. Hij wilde Peter Johnson voor zijn vertrek nog wat meegeven: geld en zijn eigen reserve-kleding, die hij in zijn auto bij zich had.

Tekst 6
Het vliegtuig is pas heel laat, diep in de nacht, opgestegen volgens Coppes, omdat er ‘toestanden’ waren.
Maar wat voor ‘toestanden’?
Andere getuigen zijn niet te vinden. Daarom besluiten we een beroep te doen op de Wet Openbaarheid Bestuur om inzage te krijgen in de vertrouwelijke verslagen, die de Koninklijke Marechaussee moet hebben gemaakt van de gebeurtenissen in die nacht. Want de marechaussee is de instantie die dit soort uitzettingen uitvoert.
Het eerste document dat we zo boven tafel krijgen, is een rapport van het ‘District Zuid-Holland/Zeeland’ van de marechaussee, gedateerd op 4 november 2004. Daarin doet een van de betrokken marechaussees verslag van die gebeurtenissen op 8 september. Hij was coördinator van een zogeheten ‘IBT’-groep. Binnen de marechaussee staat IBT voor ‘Integrale Beroepsvaardigheids Training’. De instructeurs van de IBT geven training in benaderingstechniek, gevaarsbeheersing en het gebruik van geweldsmiddelen. Ze zijn zeg maar de specialisten geweldstoepassing bij de marechaussee.
De IBT-coördinator was op 8 september samen met drie andere IBT-collega’s ingedeeld bij de uitzetting in Rotterdam, zo vertelt hij:

Tekst 7
De ‘Dienst Vervoer en Ondersteuning’, DVO, is niet een onderdeel van de marechaussee, maar valt onder het ministerie van Justitie. Met busjes waarin cellen zitten, vervoert de dienst alle gedetineerden in Nederland; en ook mensen die uitgezet worden.
Zolang die uit te zetten vreemdelingen in de bussen zitten, vallen ze dus onder de verantwoordelijkheid van DVO. Pas als ze uit de bus zijn, neemt de marechaussee het roer over.
Bij het hoofdkantoor van de ‘Dienst Vervoer en Ondersteuning’ in Assen maakt een medewerker van DVO voor verslaggever Lejo Siepe een kleine cellenbus open:

Tekst 8
In 99 procent van de gevallen gaat het goed, zegt deze medewerker van de ‘Dienst Vervoer en Ondersteuning’. Maar in Rotterdam leek het in de nacht van 7 op 8 september wél mis te gaan. De uitgeprocedeerde asielzoekers in de vijf persoonscel van de bus wilden er niet uit komen.
Het rapport van de marechaussee van 4 november, waarin de IBT-coördinator zijn verhaal doet, vervolgt:

Tekst 9
Er waren dus problemen. Maar die werden door de Dienst Vervoer en Ondersteuning snel opgelost; althans volgens het marechaussee-rapport van 4 november:

Tekst 10
Aldus het marechaussee-rapport van 4 november.
Maar is het ook werkelijk zo gemakkelijk gegaan? Waar komen die geruchten over ‘toestanden’ dan vandaan?
Op 15 november 2004 komt de IBT-coordinator van de marechaussee opeens met een aanvulling op zijn relaas van 4 november. Hij vertelt dat het uit de bus komen van de vreemdelingen helemaal niet zo gemakkelijk en zonder slag of stoot is gegaan. Omdat het de ‘Dienst Vervoer en Ondersteuning’, - die daar eigenlijk verantwoordelijk voor was – niet lukte om de vreemdelingen uit hun cel te krijgen, kreeg de IBT-coordinator van zijn marechaussee-commandant de opdracht dat hij het dan maar samen met zijn IBT-ploeg moest proberen:

Tekst 11-A
Vervolgens is er urenlang met allerlei middelen tevergeefs gepoogd de vijf man uit de cel te krijgen, aldus het aanvullende verhaal van de IBT-coordinator op 15 november.
Op dat moment blijkt er zelfs al een uitgebreid evaluatierapport te bestaan over de uitzetting van 8 september, dat is opgemaakt door de marechaussee-officier die in die nacht als algemeen commandant de leiding had. Een rapport over wat er gebeurde bij het uitvoeren van ‘Operatiebevel “08 sep”’.

Tekst 11-B
Het verhaal begint met hoe rustig alles verloopt. De operatie begint als enkele uren na middernacht de uit te zetten vreemdelingen vanuit het Uitzetcentrum in twee bussen worden gezet, Bus 1 en Bus 2. De een moet naar de voortrap van het vliegtuig rijden, de ander naar de achtertrap:

Tekst 12
Het lukt de ‘Dienst Vervoer en Ondersteuning’ dus niet om de vreemdelingen uit de cel te krijgen. Er volgt koortsachtig overleg tussen DVO en de verschillende groepen van de marechaussee, die bij de uitzetting zijn betrokken. Aan dat overleg doet ook een ambtenaar mee van de IND, die bij de hele operatie aanwezig is. De IND-er speelt op de achtergrond een heel belangrijke rol in de loop van de gebeurtenissen. De IND is immers de opdrachtgever van de uitzetting, waarvoor de dienst een speciaal vliegtuig heeft gecharterd in nauwe samenwerking met haar Belgische collega’s:

Tekst 13
De gecombineerde Nederlands-Belgische vlucht is ook nog eens de éérste overheidsvlucht op Guinee. Reden te meer voor de IND-ambtenaar om flink druk op de ketel te houden. Dat blijkt ook uit een ander document van de marechaussee, gedateerd 16 november 2004. Daarin wordt benadrukt dat de IND-ambtenaar voortdurend hamert op de “grote politieke gevolgen” als de vijf niet met de overheidsvlucht zouden meegaan. Dat is de reden, zo valt uit dit document op te maken, dat de betrokken diensten niet even een afkoelingsperiode inlassen, maar blijven proberen de vreemdelingen de bus uit te krijgen.
Om aan te geven waarom dat maar niet lukt, geeft de algemeen commandant van de marechaussee in zijn evaluatierapport nog eens een uitgebreide schets van de situatie in de bus. Midden door de bus loopt een heel smal gangpad. Zo smal, dat je alleen maar achter en niet naast elkaar kunt lopen. De vijfpersoonscel zit achterin, over de volle breedte van de bus. De deur, die op de gang uitkomt, zit middenin de celwand.

Tekst 14
Na een nieuwe mislukte poging geeft de buscommandant van de ‘Dienst Vervoer en Ondersteuning’, de dienst die eigenlijk verantwoordelijk is, het op. Op zijn verzoek gaan de IBT-geweldsspecialisten van de marechaussee nu aan de slag:

Tekst 15-A
De IBT-ploeg van de marechaussee doet dus drie mislukte pogingen; en niet één – zoals de IBT-coördinator eerder in dit programma.vertelde.
Een van de betrokken IBT-ers vertelt dat het er daarbij hard aan toegaat:

Tekst 15-B
Dit vertelt deze marechaussee in antwoord op vragenlijsten, die alle 27 betrokken marechaussees achteraf hebben moeten invullen.
Na de drie mislukte pogingen door de IBT-ers van de marechaussee wordt er opnieuw overlegd met de ambtenaar van de IND. Vanuit de marechaussee komt de suggestie om pepperspray te gebruiken:

Tekst 16
De bus is dus terug bij af. Op de binnenplaats van het Uitzetcentrum doen zowel de buscommandant als de commandant van de marechaussee hernieuwde pogingen om de vijf vreemdelingen de bus uit te praten. Dat levert niets op, maar wel vragen de vijf om een gesprek met de ambtenaar van de IND – ze hebben blijkbaar goed in de gaten wie de drijvende kracht achter de uitzetting is.

Tekst 17-A
Ten einde raad doet het personeel van de ´Dienst Vervoer en Ondersteuning’ toch zelf nog maar een poging. Deze keer gebruiken ze daarbij een rieten ME-schild. Maar ook nu gaat het mis:

Tekst 17-B
Ook de IBT-groep van de marechaussee onderneemt nog enkele pogingen om de vreemdelingen uit de bus te krijgen, maar eveneens zonder resultaat. De marechaussee-commandant besluit dan geen verdere actie meer te ondernemen.
Er komt een nieuwe impuls, als de vanwege pepperspray te hulp geroepen politie Rotterdam-Rijnmond ten tonele verschijnt, met twee auto’s, inclusief hond. De chef van de politieploeg neemt de zaak in ogenschouw.

Tekst 18
Maar alvorens over te gaan tot het gebruik van dit middel, neemt de commandant van de marechaussee voor de zekerheid toch nog eerst even contact op met de dienstdoende Officier van Justitie in Rotterdam:

Tekst 19
Dus ook het inzetten van een hond en pepperspray gaan niet door.
Er volgt opnieuw koortsachtig overleg tussen de commandanten van de marechaussee, de Dienst Vervoer en Ondersteuning en de regiopolitie Rijnmond. De situatie mag niet langer duren. Het vliegtuig moet weg.
De stemming wordt steeds grimmiger. Dat blijkt ondermeer uit de antwoorden op vragenlijsten die de betrokken marechaussees achteraf allemaal hebben ingevuld.
Een van hen verklaart over de sfeer, die op dat moment is ontstaan:

Tekst 20
En een collega verklaart dat zij opdrachten kregen als:

Tekst 21
Tijdens het gezamenlijke overleg komt de buscommandant ineens op een lumineus idee:

Tekst 22
Maar, zo blijkt uit de verklaring van een van de betrokken marechaussees, er is een nieuw probleempje: de brandslang is te kort. Daarom wordt de bus eerst dichterbij de deur van het Uitzetcentrum gereden. Zo kunnen een aantal marechaussees met de brandslang tot in de bus komen.
En dat lijkt effectief. Verschillende betrokken marechaussees verklaren in antwoord op de hun voorgelegde vragenlijst:

Tekst 23
Een ander vertelt:

Tekst 24
Toch levert al dit water niet het gewenste resultaat op, vertelt weer een andere marechaussee:

Tekst 25
De algemeen commandant van de marechaussee legt in zijn evaluatierapport uit waarom niet:

Breaktekst
U luistert naar De Ochtenden op Radio 1, de Vpro met het programma Argos. Met vandaag: ‘Operatiebevel “08 sep”’. Een reconstructie van de gebeurtenissen in de nacht van 7 op 8 september 2004, waarbij 35 uitgeprocedeerde Afrikaanse asielzoekers per overheidsvlucht zijn uitgezet naar Nigeria en Guinee; een reconstructie aan de hand van tot nu toe vertrouwelijke documenten van de marechaussee.

Tekst 26
Het pleit lijkt beslecht. Het vliegtuig moet vertrekken. Dat moet dan maar zonder de vijf uit de bus. Zodra de IND-ambtenaar naar het vliegtuig is vertrokken, geeft de marechaussee-commandant zijn personeel de opdracht niet meer de bus binnen te gaan. Wel neemt hij nog contact op met zijn superieur met de vraag of mogelijk de BSB ingezet kan worden om de vreemdelingen uit de bus te krijgen. De BSB, de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten, is een heel bijzondere commando-eenheid binnen de marechaussee, speciaal in het leven om terrorisme te bestrijden.
Het antwoord dat de commandant van zijn superieur krijgt, laat niets aan duidelijkheid te wensen over:

Tekst 27
“Inrukken!” Dat is dus de boodschap die de marechaussee-commandant van hogerhand krijgt.
Intussen is hij zijn greep op de situatie rond bus helemaal kwijt. De toestand wordt steeds chaotischer. Want buiten de marechaussee om hebben de mensen van de Rotterdamse politie nog maar eens een poging gewaagd. Eigenlijk heeft de politie met de uitzetting helemaal niets te maken, maar, zo lijkt die te hebben geredeneerd, “nu we toch eenmaal aanwezig zijn”:

Tekst 28
Het is inmiddels vroeg in de ochtend. Op het vliegveld staat ondanks het aangekondigde vertrek het vliegtuig nog steeds te wachten. En bij het Uitzetcentrum staat nog steeds de bus net de vijf die hun cel niet uit willen. De directeur van het Uitzetcentrum heeft er genoeg van. Hij wil rust in zijn centrum. Het normale dagprogramma moet weer gaan draaien:

Tekst 29
De marechaussee-commandant is het hiermee eens en roept de commandanten van alle aanwezige diensten en eenheden bij elkaar:

Tekst 30
Vervolgens komen de vijf ook inderdaad de bus uit en worden ze door mensen van de marechaussee onmiddellijk “geboeid en gefixeerd” en alsnog afgevoerd naar het nog steeds wachtende vliegtuig.
Zo lijkt de al uren slepende zaak heel plotseling en heel simpel tot een oplossing te zijn gekomen, namelijk door een goed gesprek. Maar uit het verslag van een van de betrokken marechaussees wordt duidelijk wat er werkelijk is gebeurd: de vijf zijn onder valse voorwendselen naar buiten gelokt:

Tekst 31
Ook bij het afvoeren van de vijf naar het vliegtuig is er wel iets meer gebeurd dan alleen “boeien en fixeren”. Verschillende marechaussees maken melding van het gebruik van handboeien, klitteband en transportboeien. Slechts een enkeling geeft ook nadere details: over het geweld dat is toegepast; door hem omschreven als “fysieke kracht uitoefenen”:

Tekst 32
En anderen vertellen:

Tekst 33
Eén persoon is heel blij met de uiteindelijke afloop, zo valt in het evaluatieverslag van de marechaussee-commandant te lezen:

Tekst 34
Maar de marechaussee zelf is minder gelukkig met de hele gang van zaken en afloop.
Dat blijkt uit de brief die de commandant van de ‘Brigade Rotterdam Airport’ van de marechaussee op 16 november 2004 schrijft aan zijn superieur, de districtscommandant Zuid-Holland/Zeeland van de marechaussee, zich baserend op de uitvoerige interne evaluatie die heeft plaatsgevonden. Zijn conclusies liegen er niet om: dit was eens maar nooit meer:

Tekst 35
In het vervolg moet er een heel andere taktiek worden gevolgd :

Tekst 36
En de oplossing moet veel minder worden gezocht in het gebruik van geweld. Behalve de pepperspray en de inzet van honden gaan wat de brigadecommandant betreft – opmerkelijk genoeg – ook veel conventionelere middelen in de ban:

Tekst 37
Ook chaotische situaties waarin allerlei diensten zich met de zaak gaan bemoeien, mogen niet meer voorkomen, aldus de brigade-commandant:

Tekst 38
Tot slot leggen we gang van zaken voor aan professor Van Kalmthout, hoogleraar strafrecht aan de universiteit van Tilburg. Hij vindt dat er een onafhankelijk toezicht op dit soort uitzettingen moet komen en deed daar aanbevelingen voor:

Tekst 39
De brigade-commandant ‘Rotterdam Airport’ van de marechaussee komt tot een slotconclusie over ‘Operatiebevel “08 sep”’, waar geen speld tussen te krijgen is:

AFKONDIGING ARGOS 11 februari 2005
Ook de Nationale Ombudsman beveelt de minister aan de Vervoersinstructie van de Dienst Vervoer en Ondersteuning beter aan te passen.
In 2004 deed de Nationale Ombudsman uitspraak in een zaak tegen de Dienst Vervoer en Ondersteuning naar aanleiding van een gewelddadige uitzetting van een Nigeriaan. Tijdens het vervoer van Ter Apel naar Schiphol zou hij zijn geslagen, geschopt, geduwd, aan handen en voeten vastgebonden en is er een kussensloop over zijn hoofd getrokken.
De Nationale Ombudsman achtte zijn klachten gegrond.

Argos werd deze week gemaakt door Willem de Haan, Gerard Legebeke en Lejo Siepe.