Het Spoor Terug

De Duitse inval 5: Zeeland vecht door

Het Spoor Terug

De Duitse inval 5: Zeeland vecht door

Als op 14 mei Nederland capituleert, geldt dat niet voor Zeeland. Daar hoopt men met de hulp van Franse en Belgische bondgenoten de Duitsers nog tegen te kunnen houden. Snel blijkt dat ijdele hoop te zijn. Op 30 mei 1940 capituleert ook Zeeland. Een reconstructie met interviews met betrokkenen.

---
Presentatieteksten van Duitse Inval 5:

Tekst 1
Op 10 mei 1940 komt de voorspelling van de vader van André Paridaen uit: de Duitsers vallen Nederland binnen en het oorlogsgeweld is al meteen tot in het verre vredige Zeeuwsvlaamse dorpje Sint Kruis hoorbaar. Messcherschmits en Heinkels van de Luftwaffe ronken door het Zeeuwse luchtruim. Boven de Westerschelde gooien ze hun magnetische mijnen uit en op de rede van Vlissingen bestoken ze schepen met bommen en mitrailleurvuur. Sergeant Gerard Dekker van de Kustartillerie zit op 10 mei al achter een stuk luchtafweergeschut op het dak van de ‘bomvrije kazerne’ van Vlissingen. Tot zijn verbijstering ziet hij dat de burgers van Vlissingen nog amper in de gaten hebben dat het echt oorlog is.
tekst 2
André Paridaen zit op 10 mei vlakbij huis. Hij is gemobiliseerd bij de Grenscompagnie. Maar over de grens met België komen geen vijandelijke troepen. In tegendeel.
tekst 3
Terwijl André Paridaen, weggedoken in een heg bij Breskens aan de Westerschelde voor het eerst “de oorlog ziet”, wordt zijn naamgenoot Jules Paridaen (gemeentesecretaris van Sint Kruis) op een minstens zo gruwelijke manier geconfronteerd met het fenomeen oorlog.
tekst 4
Al vanaf de eerste oorlogsdag stromen duizenden Franse soldaten Zeeland binnen. Ze trekken door Zeeuws-Vlaanderen naar de Westerschelde, waar ze worden overgezet naar Walcheren en Zuid-Beveland. In Vlissingen arriveren intussen ook Franse oorlogsschepen,die troepen aan wal zetten.
Sergeant Dekker ziet ze komen.
tekst 5
Niet alleen sergeant Dekker krijgt een kick van de aanwezigheid van de Franse bondgenoten. Ook de regering doet dat kennelijk. Want als in de avond van 14 mei de vesting Holland capituleert, geldt dat niet voor Zeeland. “Zeeland vecht door”, zo kondigt koningin Wilhelmina via de radio aan.
tekst 6
Op de dag dat Holland capituleert zijn Duitse SS-eenheden via Brabant de Zeeuwse grens genaderd. De eerste verdedigingslinie is de zogenaamde Bath-stelling op het smalste stukje van Zuid-Beveland. Hier moeten de Duitsers staande worden gehouden. Achteraf een belachelijke onderneming, vinden de soldaten Robert Claasens en Johan de Caluwé. Ze zijn immers nergens op voorbereid.
tekst 7
De Bath-stelling wordt verlaten nog vóór de Duitsers echt met de aanval beginnen. Want als een Duitse onderhandelaar met witte vlag op de ochtend van de 15e mei een ultimatum komt aanbieden, vindt hij de stellingen totaal verlaten. De Duitsers kunnen dus ongehinderd oprukken naar het westen. Daar ligt, even voorbij Kruiningen, de Zanddijk-stelling. De polder vóór de Zanddijk is door de Zeeuwen onder water gezet. Laat dus de vijand maar komen; als hij niet verzuipt, krijgt hij in elk geval de volle laag van de compagnieën, die achter de dijk liggen te wachten. Sergeant Jacq. Janssen ziet ze nog diezelfde ochtend naderen.
tekst 8
Zeven maanden hebben Nederlandse soldaten gewerkt aan de Zanddijkstelling. Toch kan ‘n kind zien dat hij niet berekend is op een moderne oorlog. Zo’n kind is Stoffel Berrevoets uit het naburige Kruiningen. Als bakkersknechtje heeft hij vergunning om in de maanden voor de oorlog met zijn broodkar over de dijk te fietsen.
tekst 9
Afgezien van de zwakte van de stelling en het gebrek aan munitie en goede wapens, is er toch al geen redden aan. Laag overscherende Duitse vliegtuigen nemen de dijk onder vuur en zorgen voor een wilde paniek onder de soldaten. Zo doet Arie Steenpoorte een vreemde ontdekking als hij terugkeert bij zijn stelling nadat hij op patrouille is geweest.
tekst 10
Steenpoorte heeft geen schot gelost. Precies hetzelfde geldt voor sergeant Janssen, die wat zuidelijker aan de Zanddijk ligt.
tekst 11
Janssen wordt naar een ziekenhuis in Goes gebracht terwijl zijn collega’s in ongeordende groepen op de vlucht gaan naar Noord-Beveland en Walcheren. De strijd op Zuid-Beveland is er nu een geworden tussen Duitsers en Fransen. Die Fransen hebben zich verschanst achter het Kanaal door Zuid-Beveland. Zij lijken wat minder snel geïntimideerd dan de Nederlanders. Nog voor hij gewond raakt, ziet sergeant Janssen ze bezig.
tekst 12
De Fransen vechten fel langs het kanaal. Het kost hen veel slachtoffers. Op de erebegraafplaats van Kapelle-Biezelinge worden later 229 Fransen begraven. (ter vergelijking:de Nederlandse landmacht verloor in Zeeland maar 33 man). De Fransen kampen overigens met een bijna even krakkemikkige uitrusting als de Nederlanders. Dat blijkt uit het verhaal dat sergeant Dekker later hoort van een Franse militair met wie hij contact houdt. Een paar citaten uit dienst verhaal.
tekst 13
Terwijl de Fransen manmoedig proberen om de Duitsers tegen te houden bij het Kanaal en later bij de Sloe-dam, raakt Walcheren, dat steeds voller loopt met vluchtelingen, in de ban van de geruchten.
Bijvoorbeeld het “Persil-gerucht”.
tekst 14
En het gaat mis op Walcheren. Op 17 mei besluiten de Duitsers om ‘het bombardement van Rotterdam’ nog eens te herhalen. Deze keer is Middelburg het doelwit. Met kanonnen en vliegtuigen wordt de historische stad volkomen in puin geschoten en Walcheren capituleert. De Fransen trekken intussen overhaast richting Vlissingen. Sergeant Dekker, die drie dagen met de Fransen is meegetrokken als gids, komt die middag in Vlissingen aan.
tekst 15
Terwijl de Fransen de Westerschelde oversteken worden ze bestookt door Duitse vliegtuigen. Het enige afweergeschut komt van Franse marineschepen, want Nederlandse oorlogsschepen zijn er niet meer. Die zijn of naar Holland gedirigeerd in de eerste oorlogsdagen óf op eigen houtje uitgeweken naar Frankrijk of Engeland. Het verhaal van matroos Jan Provoost.
tekst 16
Het is intussen eind mei geworden en nog steeds is één stukje Nederland niet door de Duitsers bezet. Dat is West-Zeeuwsvlaanderen, waar springcommando’s uit Wallonië enorme ravages aanrichten door bruggen wegen, kerken en andere grote gebouwen op te blazen om zo de opmars der Duitsers te remmen. Maar…de Duitsers komen helemaal niet. Die trekken naar het zuiden, de Franse en Belgische legers achterna en ze laten West-Zeeuwsvlaanderen voorlopig ongemoeid. “Er viel een vreemde stilte”, herinnert Jules Paridaen zich, “de Fransen en Hollanders waren vertrokken, maar er kwam niets voor in de plaats”. Pas op 29 mei ziet hij het Duitse leger naderen….
tekst 17
Eén dag daarna - op 30 mei en vandaag dus precies 49 jaar geleden - trekken de Duitsers ook Oostburg binnen en bezetten daarmee het laatste stukje Vrij Nederland.