Argos

Nederlandse wapens en de oorlog in Atjeh

Argos

Nederlandse wapens en de oorlog in Atjeh

In Argos vandaag ook het verhaal over een gruwelijk incident vijf jaar geleden in een andere provincie van Indonesië, Papua, waarbij juist de marine een cruciale rol speelde. Ondanks aandringen van de officiële Indonesische mensenrechtencommissie is dat incident nooit onderzocht door de Indonesische regering.
Hoe geloofwaardig is het onderscheid dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken maakt tussen de drie krijgsmachtonderdelen in Indonesie?
In een brief over Indonesie van de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken Bot wordt dat onderscheid toegelicht. Een citaat uit deze brief van 16 januari

"De betrokkenheid van de Indonesische marine bij het militair optreden in Atjeh is tweeledig. Ten eerste is sprake van het vervoer van troepen en materieel. Ten tweede voert de marine patrouilles uit voor de kust van Atjeh.
Ook is er sprake van inzet van eenheden van het Indonesische korps mariniers naast landmachteenheden. Het korps mariniers maakt weliswaar formeel deel uit van de Indonesische marine, maar de eenheden (bataljons) die ingezet worden in Atjeh zijn onder bevel gesteld van de lokale landmachtcommandant."

De mariniers voeren een belangrijk deel van operaties in Atjeh uit, maar dat laat minister Bot voor het gemak even buiten beschouwing omdat ze onder het commando van een landmachtcommandant zijn geplaatst. Bot geeft nu ook toe dat de marine betrokken is bij het vervoer van troepen en materieel naar Atjeh maar dat vindt Bot kennelijk geen probleem. Dit is opmerkelijk omdat transport van troepen en materieel naar Atjeh voor Jaap de Hoop Scheffer in november vorig juist wel een probleem was. Minister Bot van Buitenlandse Zaken schrijft verder in zijn brief van 16 januari:

"Voor zover mij bekend, is de marine niet direct betrokken bij offensieve militaire operaties in Atjeh."

Bot kan kennelijk niet meer ontkennen dat de marine een rol speelt in Atjeh, maar het transport van troepen en materieel naar de opstandige provincie heeft volgens hem niets te maken met de offensieve militaire operatie die het leger daar op dit moment uitvoert. Toch heeft heeft de marine wel degelijk een rol gespeeld bij offensieve operaties. Dat blijkt uit een reconstructie van een gruwelijke militaire actie in Biak.
Uit een fragment van de Australische ABC televisie:

"Een aantal lichamen met gebroken armen en de handen geboeid zijn later aangespoeld. Maar de meeste mensen die op de schepen zijn vastgehouden zijn nooit meer teruggezien. Mogelijk 150 mensen werden bij deze aktie vermoord"

Dat zegt de Australische tv-verslaggever Evan Williams in een documentaire die de Australische tv uitzond op 9 februari 1999. Williams reconstrueerde een militaire operatie op het eiland Biak in het noordwesten van de Indonesische provincie Papua. Een bloedbad dat plaatsvond in juli 1998 en dat de Indonesische autoriteiten tot op de dag van vandaag weigeren te onderzoeken.

De Indonesische mensenrechtenorganisatie Elsham deed een eigen onderzoek naar de gebeurtenissen in Biak. Zij spraken onder andere met een jongen die toen 12 jaar oud was. Hij is een van de weinige getuigen die alles meegemaakt heeft en de aktie overleefde. Wij belden deze week met die jongen, die uit angst voor represailles anoniem wil blijven. Hij vertelt het volgende:
"Het was erg druk die avond. Het was druk omdat er een vlag werd gehesen. Dus ik ging erheen. Later, tegen de ochtend, om 3 uur, werd er aangevallen. Veel mensen werden naar het schip gedreven. Ik was alleen, niet met mijn ouders. De aanvallers waren gewapend met geweren, geen pistolen. Er waren twee schepen die even groot waren."

Mensenrechtenonderzoeker John Rumbiak van Elsam, vertelt:

"Honderden mensen werden naar een kade in de haven gedreven. En mishandeld. Ze werden geslagen. Sommige officieren sprongen op hun lichamen. Schopten tegen hun hoofd. Een aantal mensen werd aan boord van de marine-fregatten gebracht. Ze werden afgevoerd."

De jongen die ooggetuige was vertelt:

"Ik leunde tegen iemand aan en hield me schuil achter hem. Op het dek van het schip werd geselecteerd. Grote sterke mensen werden naar boven gebracht. Er werd geschoten, verkracht en gemoord. Er lagen heel veel doden
Ik was toen klein, pas 12 jaar Ik werd door de kok overboord gegooid. Die kok had medelijden met me. Ik begon te zwemmen."

Op 16 juli 1998, tien dagen na het begin van de militaire operatie in Biak, werd de noordkust van Papua Nieuw Guinea, de oostelijke helft van het eiland Nieuw-Guinea, op zo'n 800 kilometer afstand van Biak een grote vloedgolf plaats. Daarbij kwamen vel mensen om het leven. Het Indonesische leger verklaarde dat de lijken die in Biak aanspoelden, slachtoffers van die vloedgolf waren.

Van Indonesie 1998 naar Indonesie nu. En van Biak op Papua terug naar de opstandige provincie Atjeh. We leggen het standpunt van de Nederlandse regering dat de marine geen belangrijke rol speelt in de militaire operatie in Atjeh voor aan een van ’s werelds best geïnformeerde defensiedeskundigen als het gaat om de Indonesische krijgsmacht: de Australiër Robert Lowry. Hij is luitenant-kolenel buiten dienst van het Australische leger en was onder meer directeur van het Australische Instituut voor Internationale Betrekkingen. In Indonesië volgde Lowry de opleiding voor hogere officieren aan het Indonesian Army Command and Staff College in Bandung. Ook is hij de auteur van het standaardwerk ‘The Armed Forces of Indonesia’. Lowry vertelt:

"Het is een operatie die gezamenlijk wordt uitgevoerd door leger en politie. Wat het leger betreft zijn alle krijgsmachtdelen betrokken: de landmacht, de marine, de luchtmacht en het corps mariniers. De krijgsmachtdelen vormen gezamenlijk de Indonesische krijgsmacht en zij gebruiken alle beschikbare middelen die nodig zijn om de operatie uit te voeren. In Indonesië worden grote aantallen troepen op een groot aantal plaatsen op de archipel ingezet. Een groot deel van de troepenverplaatsingen en van de bevoorrading vindt plaats per schip. Een klein deel gaat per vliegtuig. Ik weet niet precies hoe de percentages liggen, maar een groot percentage gaat per schip. Dat is makkelijker en goedkoper. Kennelijk is de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken verkeerd geïnformeerd. Het gaat ook helemaal niet om iets dat de Indonesische regering of het Indonesische leger probeert te verdoezelen. De marine is onderdeel van de krijgsmacht en heeft uiteraard een rol bij dit soort operaties. Ik ben er zeker van dat de defensiestaf in Den Haag goed op de hoogte is van wat er gebeurt in Indonesië en ook weet welke krijgsmachtonderdelen zijn ingezet in Atjeh.
De Nederlandse ambassade in Jakarta heeft toegang tot de Indonesische media en dit soort kwesties worden daar vrij openlijk behandeld. Het is helemaal niet zo dat de betrokkenheid van de marine bij de operatie in Atjeh verdoezeld wordt.
Het gaat hier kennelijk om een economisch belang. Maar als ze de levering van die twee korvetten willen rechtvaardigen, dan moeten ze toch een betere manier kunnen vinden dan te proberen te ontkennen wat gewoonweg niet te ontkennen valt."