Argos

Waarom lukt het niet de wachtlijsten aan te pakken?

Argos

Waarom lukt het niet de wachtlijsten aan te pakken?

PERSBERICHT 24 mei 2002

“ALLE VORMEN VAN BURGEROORLOG ZIJN MOGELIJK TUSSEN ALLE PARTIJEN”

GEHEIM RAPPORT MINISTERIE VWS SCHETST DEPLORABEL BEELD OVER BESTRIJDING WACHTLIJSTEN IN ZIEKENHUIZEN

De zorgverzekeraars maken hun regierol niet waar. Ziekenhuizen, specialisten en zorgverzekeraars werken elkaar tegen door hun hokjesgeest. Voorbereiding op de vergrijzing gebeurt niet. Relaties van mensen die in het ziekenhuis werken, of mensen met een belangrijke maatschappelijke positie krijgen een voorkeursbehandeling.

Dat zijn maar een aantal van de onthullende conclusies uit een tot nu toe geheim onderzoek naar de wachtlijsten in de ziekenhuizen. Het is uitgevoerd in opdracht van minister Borst van Volksgezondheid door onderzoekers van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en van haar eigen ministerie. De onderzoekers schetsen een deplorabel beeld van de toestand van de ziekenhuissector.

Het Vpro-radioprogramma Argos maakt het onderzoeksrapport (“Wachttijden in ziekenhuizen. Een onderzoek naar de praktijk van ziekenhuizen en verzekeraars”) vandaag openbaar (vrijdag 24 mei 2002, Radio 1, 11.00–12.00 uur).



Wachtlijsten in de zorg. Dat was één van de voorbeelden van ‘de puinhopen van paars’ waarmee Pim Fortuyn furore maakte in de verkiezingsstrijd. Sinds 1997 is er door het tweede paarse kabinet veel extra geld beschikbaar gesteld maar toch zijn de wachtlijsten niet verdwenen. Waarom dat niet lukte, dat moesten de onderzoekers voor minister Borst uitzoeken.

De onderzoekers van het ministerie van Volksgezondheid en de Inspectie voor de Gezondheidszorg bezochten daarvoor in één regio acht ziekenhuizen. Daar spraken ze met alle geledingen, de raden van bestuur, de medisch specialisten en de verplegers. Ook bezochten ze de huisartsen in die regio en spraken ze met de zorgverzekeraars. In 95 gesprekken, die in de maanden juni en juli vorig jaar plaatsvonden, spraken de onderzoekers met in totaal 216 mensen. En dat allemaal met één centrale vraag: waarom zijn er nog steeds wachtlijsten in de Nederlandse ziekenhuizen?



In principe zijn wachtlijsten in de Nederlandse ziekenhuizen helemaal niet nódig, schrijven de onderzoekers: ”Er lijkt voldoende capaciteit aanwezig in de Nederlandse ziekenhuizen om de huidige zorgvraag in potentie aan te kunnen.”

Over de oorzaken schrijven de onderzoekers in diezelfde conclusie: ”Ongelijke werkbelasting, weinig ontwikkelde organisatie van de zorg, onnodig werk, slechte planning, weinig samenwerking, te hoog ziekteverzuim en teveel uitval vertroebelen de aanwezige mogelijkheden voor zorg van voldoende kwaliteit: tijdig en toegesneden op de behoeften van patiënten.”

Dat er van alles mis is in de organisatie van de gezondheidszorg is al langer bekend. Maar niet eerder werd de deplorabele stand van zaken in de ziekenhuizen, zo duidelijk beschreven als in dit onderzoek. En dat in een rapport van het ministerie zélf.



De meest recente informatie over hoe lang een patiënt op een operatie moet wachten is eenvoudig te vinden op Internet. Dat is een idee van minister Borst. Eén van de initiatieven van de minister in haar strijd tegen de wachtlijsten. Daarmee zijn patiënten in staat een ziekenhuis in een andere regio te zoeken, als daar de wachtlijst korter is. En de concurrentie tussen de ziekenhuizen zou ermee bevorderd worden. De onderzoekers schrijven daarover: ”Parate kennis over de wachttijden en de mate waarin deze problematisch zijn is in ziekenhuizen dun gezaaid. Het beschikbaar zijn van deze informatie heeft de motivatie om de wachttijden te verkorten niet bij iedereen bevorderd.”

De ziekenhuizen houden zich volgens het rapport niet zoveel met de wachtlijsten bezig:“De aanpak van wachttijdproblemen blijkt in de praktijk in zeven van de acht ziekenhuizen een zaak van in het ziekenhuis min of meer geïsoleerd opererende afdelingen of specialismen te zijn, meer dan beleid van het ziekenhuis.”



Ziekenhuizen doen dus weinig aan hun wachtlijsten, maar bovendien blijken die wachtlijsten niet eerlijk te zijn. Het rapport constateert: “’VIP treatment’ blijkt alom voor te komen. In 23 van de 24 gesprekken (96%) waren de gesprekspartners unaniem in hun vaststelling dat voorrang voor relaties van mensen die in het ziekenhuis werken of voor mensen met een belangrijk geachte maatschappelijke positie aan de orde is. (..) De huisartsen waarmee is gesproken bleken eveneens van deze praktijk van voorkeursbehandelingen op de hoogte.”

Een van de interviewers is zelf ook arts. Eén medisch specialist verwoordde het tegenover hem zó: “Luxe geneeskunde: je kunt niemand tegenhouden en een collega al helemaal niet. U als collega kunt iedere operatie krijgen.”



Het Landelijk Platform Wachtlijsten bedacht in 2000 de zogenaamde ‘Treeknormen’. Dat zijn streefnormen voor aanvaardbare wachttijden per operatie. De zorgverzekeraars, de Vereniging van Ziekenhuizen en de medisch specialisten hebben zelfs een convenant getekend waarin ze vastleggen dat ze die normen in 2003 zullen halen. Maar ook daarover is het onderzoeksrapport somber: “De vijf bezochte verzekeraars waren unaniem van mening dat zij ziekenhuiszorg moeten contracteren zodanig dat wachttijden voor hun verzekerden binnen de Treeknorm blijven. Echter geen van hen achtte zich daartoe in staat.

Geen van de acht bezochte ziekenhuizen voldeden met hun wachttijden ten tijde van het onderzoek aan de Treeknorm.

Bij geen enkel ziekenhuis werd een plan van aanpak aangetroffen om in 2003 de zorg binnen de Treeknormen te leveren. Er is geen reden gevonden om te veronderstellen dat deze situatie in 2003 beter zal zijn.”



Een van de grootste donderwolken die boven de gezondheidszorg hangt, is de vergrijzing. Maar ook dat blijkt de meeste ziekenhuizen en zorgverzekeraars niet bezig te houden: “Geen van de verzekeraars was planmatig bezig of voelde zich in staat in “haar” ziekenhuizen de capaciteit af te stemmen op de door demografische ontwikkelingen toenemende vraag.

Van daadwerkelijke anticipatie op demografische ontwikkelingen was sprake in één van de 8 ziekenhuizen.”



Vanaf 1997 is er regelmatig veel extra geld gestopt in de bestrijding van de wachtlijsten. Geld is volgens minister Borst de oplossing voor de wachtlijsten. Extra geld, dat omgeven door een woud van regelgeving ervoor moet zorgen dat de wachtlijsten verdwijnen. Allerlei varianten van financiering zijn geprobeerd. Maar in het rapport van het ministerie staat dat eerdere financiële ingrepen juist de óórzaak zijn van de malaise. ”De in 1994 ingevoerde wijze van betaling van medisch specialisten heeft de productie prikkel bij hen weggenomen. Het remt het nemen van initiatieven tot noodzakelijke zorgvernieuwing om de kwaliteit van zorg te verbeteren en de wachttijden te verkorten.”

Maar niet alleen de betaling van medisch specialísten is veranderd. Op alle fronten is er voortdurend gesleuteld aan de wijze van financiering. En dat heeft vervelende gevolgen: “De aan de ene kant jaarlijks onvoorspelbare, maar financieel forse, aanpassingen van de bekostigingsregels en aan de andere kant trage invoering van, in de ogen van velen, constructieve verbeteringen, dragen bij aan een defensieve en passieve houding van sommige ziekenhuizen en medisch specialisten.”

De onderzoekers komen met een voor het beleid van minister Borst vernietigende conclusie: “Het is illusoir met algemeen geldende bekostigingsregels vanuit Den Haag het publieke belang in de perifere praktijk te dienen zonder zeer ongewenste effecten



In het onderzoek krijgen alle partijen in de ziekenhuissector een deel van de schuld. Er wordt een ontluisterend beeld geschetst van allerlei groeperingen die hun eigen belang nastreven. De minister heeft als uitgangspunt van haar beleid dat de wachtlijsten hét grote probleem van de zorg zijn. En dat iedereen al het mogelijke doet om daar een eind aan te maken. Het rapport schetst een ander beeld. Hoe slecht de sfeer in de ziekenhuizen soms is, blijkt uit wat de onderzoekers te horen krijgen over de rol van de medisch specialisten: ”Gedemotiveerde medisch specialisten hebben ook als minderheid een aanzienlijke “hindermacht”. Meest extreem afkerig van meewerken aan oplossingen leken ons de oogartsen in een ziekenhuis die vertelden de wachtlijsten zo weg te kunnen werken, maar niet van plan te zijn de reeds afgesproken extra productie te leveren, omdat ze het tarief eerst verdubbeld wilden zien. Dat er meer productie geleverd kon worden illustreerde een van deze oogartsen door te vertellen zijn reguliere productie (dus conform de productieafspraken) al te halen terwijl hij na iedere drie weken een week vrijaf nam, het hele jaar door.”

Het komt dus voor dat patiënten op de wachtlijst staan en de artsen vakantie nemen. Klachten over die onwillige houding van de medisch specialisten, troffen de onderzoekers ook op het hoogste niveau binnen de ziekenhuizen, bij de Raden van Bestuur: ”In de raden van bestuur werd twee maal er op gewezen dat de specialisten niet meer in beweging waren te krijgen door de onzekerheden over de effecten van veranderingen op hun inkomen, anderen hadden het over gebrek aan motivatie, aan visie, aan bereidheid tot samenwerken en over de fusieperikelen die hen meer bezig zouden houden. Al met al was men dus in tenminste de helft van de onderzochte ziekenhuizen weinig optimistisch en positief gestemd.”



Het kabinet presenteerde in november 2000 het 'Actieplan Zorg Verzekerd'. Het zoveelste plan om de wachtlijsten weg te werken. Minister Borst nam daarin een belangrijk initiatief. Ze maakte de rol van de zorgverzekeraars bij het terugdringen van de wachtlijsten cruciaal. De verzekeraars, die de grote financiers zijn van de gezondheidszorg, krijgen een regierol. Zij krijgen in feite de leiding in de strijd tegen de wachtlijsten. Zij moeten zodanige contracten afsluiten met ziekenhuizen dat die gestimuleerd worden wachtlijsten te verminderen. Maar uit de gesprekken die de onderzoekers in de acht ziekenhuizen hebben gevoerd, blijkt dat iedereen, alle partijen in de sector, ontevreden zijn over die rol van de verzekeraars. Allereerst de medisch specialisten en de lagere managers: “De medische specialisten die zich uitten waren unaniem tegen een regie van de verzekeraars. Het middel management zag in vijf van de zeven gesprekken niks in de regierol van de verzekeraars.”

Ook bij de Raden van Bestuur troffen de onderzoekers grote weerstand aan tegen de rol van de verzekeraars: “De raden van bestuur vinden unaniem dat de verzekeraar onvoldoende in staat is inhoudelijk invulling te geven aan haar taak als regisseur. De verzekeraar zou daarvoor niet de juiste mensen hebben met voldoende knowhow, interesse in de gang van zaken in het ziekenhuis. De negatieve beeldvorming van de verzekeraars bij de raden van bestuur was in twee ziekenhuizen zo ernstig dat er emotionele uitingen werden gedaan waarbij doorgaans geen samenwerking denkbaar is.”

Zorgverzekeraars zijn commerciële partijen, gericht op het maken van winst dus. De onderzoekers schrijven in hun slotconclusies dat dat de reden is dat de ziekenhuizen verzekeraars wantrouwen. Kan een commerciële partij het publieke belang wel goed dienen, zo vraagt men zich af bij de ziekenhuizen.

De onderzoekers spraken ook met vijf verzekeraars. Deze vijf verzekeren ruim de helft van alle Nederlanders tegen ziektekosten.

Zelfs bij deze zorgverzekeraars bestaat ernstige kritiek aan op de eigen rol: “Vier van de vijf verzekeraars waren het oneens met de verdeling van de verantwoordelijkheid zoals deze is geschetst in “Zorg verzekerd” en waarin zij als verzekeraars de regierol toebedeeld kregen. Met de delegatie van de regie die voorheen aan de overheid werd toegedacht is vooral onmacht gedelegeerd en naar hun idee niet de mogelijkheid om voldoende invloed op ziekenhuizen uit te oefenen.”



Het onderzoeksrapport van het Ministerie beschrijft de sfeer in de ziekenhuizen als een die wordt overheerst door hokjesgeest. Alle partijen strijden voor hun eigen belangen en zijn maar al te graag bereid tegenover de onderzoekers kritiek op de ander te leveren.

Zo zeggen de verzekeraars het volgende over de Raden van Bestuur van de ziekenhuizen: “Vier van de vijf verzekeraars lieten zich uit over hun beeld van het ziekenhuis management. Geen van de verzekeraars was daar positief over. Raden van Bestuur zouden prikkels missen om in beweging te komen.”

Over de verhouding tussen de Raden van Bestuur, de verzekeraars en de specialisten schrijven de onderzoekers: “Er is alle reden voor zorg over de onderlinge verhoudingen tussen de belangrijkste samenwerkingspartners in de ziekenhuissector: raden van bestuur, verzekeraars en medisch specialisten.”

De onderzoekers vatten de sfeer samen in één vernietigende zin: “Alle vormen van burgeroorlog zijn mogelijk tussen alle partijen.”