Het Spoor Terug

Afscheid van Indië 1, Pakaan in Indië

Het Spoor Terug

Afscheid van Indië 1, Pakaan in Indië

Afscheid van Indië 1, pakaan in Indië
Deel één van de tiendelige serie 'Afscheid van Indië', over de strijd van Nederland om het behoud van de kolonie Indië, een strijd die tussen 1945 en 1949 werd gevoerd.
In deze aflevering over werving en uitzending van vrijwilligers naar Nederlands-Indië om de kolonie te bevrijden van de Japanse bezetters. Onmiddellijk na de bevrijding van Nederland besluiten tienduizenden vrijwilligers, vaak afkomstig uit het verzet, om nu Indië te gaan bevrijden van de Jappen. Maar nog voor het eerste troepentransportschip de Indische archipel bereikt heeft, heeft Japan gecapituleerd. De Nederlanders, die als bevrijders dachten te worden ingehaald, ontdekken snel dat ze door een groeiend deel van de bevolking als bezetters worden gezien.
Interviews met o.a.:
- Jacob Zwaan, destijds vrijwilliger;
- de heer De Jonge, destijds dienstplichtig soldaat;
- voormalig reserve-officier Hamel uit Enschede;
- destijds dienstplichtig soldaat J. Hollander. Genre

Inleidende teksten
Vandaag start Het Spoor met een nieuwe serie van tien afleveringen.
Onderwerp is de strijd van Nederland om het behoud van de kolonie Indië, een strijd die tussen 1945 en 1949 werd gevoerd. Minstens 200.000 Nederlanders zijn lijfelijk betrokken geweest bij die - uiteindelijk verloren - strijd; ruim 2500 van hen sneuvelden er.
Maar aan verliezen denkt nog niemand in het najaar van 1944 als in het bevrijde zuiden de eerste vrijwilligers zich al melden. Bij duizenden komen ze naar de aanmeldingsbureaus en na de bevrijding van de rest van het land worden het er tienduizenden. Propagandafilmpjes in de bioscopen, affiches met als slogan "Zie de wereld - Pak aan in Indië" en de bezwerende stem van A. den Doolaard tot in de allerlaatste uitzending van Radio Oranje, verwoorden de stemming, die er toch al heerst: nu ons land is bevrijd door de geallieerden, willen we zelf ook wel eens meedoen met een leger dat gaat winnen. En winnen van de 'Jap', zullen we, dat is zeker.
tekst 2 Verreweg de meeste oorlogsvrijwilligers komen rechtstreeks uit de BS, de Binnenlandse Strijdkrachten, Ietwat gefrustreerd omdat het Militair Gezag hun taak in het bevrijde land vrijwel meteen overbodig heeft gemaakt, krijgen ze nu een voorkeursbehandeling als lid van de nieuw te vormen Expeditionaire Macht. Of ze nou allemaal bezeten zijn van een groot democratisch ideaal, is de vraag. Een psychiater van de keuringsraad komt via een onderzoekje tot de ontdekking, dat ruim de helft zich meldt uit zin voor avontuur of voorkeur voor het militaire leven. Jacob Zwaan, een jonge tuinderszoon uit de geïnundeerde Wieringermeer, kan zich de sfeer van toen nog goed herinneren.
tekst 3 Ook de heer De Jonge, die zich al in oktober 1944 in Breda als vrijwilliger heeft gemeld en als lid van de Stoottroepen op een schoen en een slof zelfs heeft geholpen om een stukje van Zeeland mee te bevrijden, komt na een kaderopleiding in Engeland ook terug naar Nederland om er dienstplichtigen te gaan trainen. Maar eerst krijgt hij zelf een jungle—training...
tekst 4 Sarina, kind uit de dessa, dat was de tijd van voor de oorlog, de tijd van 'ons mooie Indië'. Als de eerste zogeheten 'gezagstroepen' Nederland verlaten, heeft generaal Bongers die hen toespreekt, het nog over dat 'mooie Indië'. Maar op de treincoupés, waarmee de soldaten naar de troepentransportschepen in de havens worden vervoerd, staan andere teksten.
tekst 5 Nog voor de eerste troepentransportschepen vertrekken, is al duidelijk geworden, dat Nederland niet alleen zal moeten vechten tegen dat zootje ongeregeld van Soekarno, maar ook tegen de zich snel tegen ons kerende wereld-opinie. Zo hoeven de gezagstroepen, die via Australië naar Indië zouden varen, er niet op te rekenen, dat ze daar kunnen bunkeren, want de Australische havenarbeiders voelen er niets voor om Nederland te helpen in een - zoals zij het zien - koloniaal conflict. En de vijfduizend vrijwilligers,die in oktober met de Oranje naar Indië varen, stranden op Malakka, omdat de geallieerden - die op dat moment het gezag voeren in Indië - geen toestemming geven om in Batavia aan land te gaan. Een van de duizenden die op Malakka aan land wordt gezet is de reserve-officier Hamel uit Enschede.
tekst 6 Eind 1946 is het aantal Nederlandse soldaten in Indië overigens met tienduizenden toegenomen. De enclaves op Java en Sumatra,waar de Nederlanders de zaak in handen hebben, zitten nu stamvol. Want de complete 7-december divisie (bestaande uit de eerste dienstplichtigen) is sinds september vanaf de kades van Rotterdam en Amsterdam met het ene na het andere troepentransportschip vertrokken. Schepen met voor velen bijna legendarische namen als De Willem Ruysch, de Volendam, de Johan de Witt, de Klipfontein, de Indrapoera, de Sibajak en de Kota Inten. Niet zonder problemen is dat vertrek soms. Want het protest tegen het sturen van troepen groeit ook in Nederland. Er breken stakingen uit,linkse activisten dreigen mijnen te leggen in de Nieuwe Waterweg en tientallen jongens komen niet naar de kazerne terug na hun laatste verlof thuis. Maar daarover meldt een enthousiaste radio—reporter niets. Zoals er ook geen reportages worden uitgezonden over het meer dan erbarmelijke, 4 weken durende verblijf aan boord van die schepen, die de soldaten De Jonge en Hollander nog helder voor de geest staat.
tekst 7 Marsmuziek en stoere front—reportages in de vaderlandse kranten kunnen niet voorkomen dat in Nederland de vragen naar de zin van de troepenzendingen toenemen. Niet alleen omdat de wereldopinie zich steeds meer tegen Nederland keert, maar ook omdat er bijna geen dag voorbij gaat of op de voorpagina's van de dagbladen staat een zwart omrand kader met de namen van de jongens die gesneuveld zijn in Indië. Chef—staf generaal Kruis probeert via een praatje voor de radio de familieleden van de soldaten gerust te stellen.
tekst 8 De familie kan dus rustig gaan slapen, er is niets aan de hand in Indië om over wakker te liggen. In de opleiding is de voorlichting al niet veel beter, zo herinnert mr. J. Hollander zich. En dan praat hij toch al over 1947, want dan krijgt hij — als dienstplichtige — zijn opleiding in Nederland.
tekst 9 Tot de soldaten begint het langzaam door te dringen dat ze méér tegenover zich hebben dan plunderende benden. Naast die losgeslagen groepen staat een republikeins leger, dat zich langzaam aan het bekwamen is in een guerrillaoorlog die de Nederlanders (ondanks succesvol verlopende politionele acties) op de lange duur zullen moeten verliezen. Maar de legerleiding is nog lang niet zover om dat te erkennen. Daar gaat men nog uit van het oude ideaal, dat koningin Wilhelmina op 7 december 1942 ontvouwde: één koninkrijk met als gelijke partners: Nederland, Indonesië, Suriname en de Antillen. Dát is het waarom al die soldaten in Indië zijn, zo vertellen de generaals Kruls en Spoor tijdens een merkwaardige samenspraak voor de Nederlandse radio.
tekst 10 "Vrede brengen met gematigdheid en humor". Dat doen de soldaten in Indië volgens de generaals. En de soldaten zelf zingen: "Wij werden geroepen van huis en van haard, Te dienen ons volk en ons land Wij zijn jong en krachtig, vol moed, onvervaard En houden ons woord steeds gestand!" De werkelijkheid is iets anders, zo herinnert soldaat Hollander zich.
Tekst 11 "Excessen", het woord is gevallen. Daarover zullen wij het overigens pas in de vierde uitzending hebben. Volgende week aandacht aan de belevenissen van de vele deserteurs en dienstweigeraars.

Uitgebreidere documentatie aanwezig in VPRO archief