Het Spoor Terug

Afscheid van Indië 8, Het moreel van de troepen

Het Spoor Terug

Afscheid van Indië 8, Het moreel van de troepen

Deel acht van de tiendelige serie 'Afscheid van Indië', over de strijd van Nederland om het behoud van de kolonie Indië, een strijd die tussen 1945 en 1949 werd gevoerd.
In deze aflevering: over het moreel onder de militairen, de geestelijke verzorging, verstrooiing en liefde. En natuurlijk zedenverwildering, zoals in Nederland dan wordt beweerd. In 1948 zitten er meer dan honderdvijftigduizend Nederlandse militairen in Indië. Om de jongens te ontspannen wordt al vrij snel na hun vertrek in 1946 de Nationale Inspanning Welzijnsverzorging Nederlands-Indië (NIWIN), onder leiding van prins Bernhard, opgericht. Deze organisatie stuurt boeken, films, postpakketten en cabaretgroepjes naar Indië. Toch vervelen onze jongens zich nogal als er geen acties zijn en in 1946 verschijnen er berichten in de Nederlandse kranten over veelvuldig bezoek aan inheemse vrouwen en 'zalen vol geslachtsziekten'. Nederland is in rep en roer.
Interviews:
- over geslachtsziekten: Aalmoezenier Goossens en veldprediker Jalink (veldprediker). Geïllustreerd met historische fragmenten van legerleiding, een gelezen ingezonden brief uit 'De Waarheid' en gelezen dagboekcitaten uit het boek 'De Verzwegen Oorlog' van hospik A. Helvoort;
- over cabaret en NIWIN: zangeres Cobi Schreijer en voordrachtskunstenares Roosje Driessen;
- over het dagelijks leven: oorlogsvrijwilliger Jan Vink.

Inleidende teksten:
Tekst 1 In een radiorede van veertien september 1946 kondigt minister-president Beel de oprichting van Het NIWIN aan. Een nationaal thuisfront onder voorzitterschap van Prins Bernhard, dat onze jongens overzee met boeken, films en cabaret voor zedelijk verval moet behoeden. In de serie Afscheid van Indië vandaag het Spoor en het moreel van de troepen. Over de geestelijke verzorging, de verstrooiing en de liefde. Een van de eersten die bij het NIWIN auditie doen is de voordrachtskunstenares Rosita Driessen. Ze wordt goed genoeg bevonden om onze jongens haar culturele boodschap ter plekke te brengen. Juni 1947 komt ze in Indië aan.
Tekst 2 Jan Vink zit als 17-jarige jongen bij de BS, de Binnenlandse Strijdkrachten. Vanuit het ministerie komt men daar eens vragen wie er voor voelt om naar Indië te gaan. Als ze terug komen is er voor hen als vrijwilligers voorrang bij alle rijksbanen, zo wordt beloofd. Daar is later bitter weinig van terecht gekomen. Maar Indië lokt wel, want de oorlog is net achter de rug en de gereformeerde banden beginnen weer meer en meer te knellen. Nu is er dan eindelijk een gelegenheid om uit die benauwdheid te breken. Vink meldt zich als oorlogsvrijwilliger. Hij wordt ingedeeld bij de Landmacht, Stoottroepers Twente en hij vertrekt.
Tekst 3 De oorlog heeft de verzuiling niet uitgeroeid. Ondanks de eenheidsgedachte wordt de zorg voor het welzijn van onze jongens door de verschillende zuilen opgeëist. De Limburgers zijn er het eerst bij en richten een Limburgs thuisfront op, dat maar liefst 220 blaadjes in eigen beheer uitgeeft en overzee stuurt. Daarnaast zijn er een landelijk katholiek, een protestant en later ook een humanistisch thuisfront actief. Het NIWIN - officieel niet gebonden - is de koepelorganisatie. Aalmoezenier Goossens zit als vertegenwoordiger van de katholieken in het bestuur. Later zal hij zijn functie neerleggen, als hem verweten wordt dat hij in het NIWIN de roomse identiteit verloochent. Maar als de eerste afgekeurde soldaten in 46 in Nederland aankomen zit hij nog volop in het welzijnswerk.
Tekst 4 Niet alleen aalmoezenier Goossens ontvangt de verontrustende berichten; ook zijn confrère pater de Greeve, die wekelijks bij de KRO zijn mening geeft over morele kwesties in die dagen, omvangt brieven over ontucht en zedelijk verval. In de radio-uitzending Het Lichtbaken van twintig juli 46 zwijgt hij niet.
Tekst 5 Ook in de kranten verschijnen steeds meer berichten over de kwestie. Uit de Waarheid van 7 september een brief van een soldaat aan zijn vader:
Tekst 6 De storm is nog lang niet geluwd. En het resultaat van al dat praten is niet dat de landmachtsoldaten nu net als het KNIL, het leger ter plaatse, condooms van overheidswege verstrekt krijgen. Integendeel, op twee oktober 1946 spreekt generaal majoor H.F.H.M.A. Von Freytag Drabbe de volgende woorden:
Tekst 7 Voor de geestelijke verzorging zenden de kerken zoveel mogelijk dominees en aalmoezeniers. Dominee Jalink brengt vier jaar door bij de mariniers op Oost-Java. Het elitekorps beschikt over een uitstekende uitrusting naar Amerikaans model en zijn goed getraind.
Tekst 8 Met een opvouwbaar katheder en een klein orgeltje trekt de dominee mee met zijn mannen. Waar nodig is vertegenwoordigt hij ook de katholieke kerk. Berichten uit Holland sijpelen door en regelmatig krijgt Jalink te maken met jongens wiens verloving op staande voet is verbroken.
Tekst 9 Er zijn veldpredikers en aalmoezeniers die altijd op patrouille meegaan, die zich midden in het strijdgewoel storten en die bereid zijn dezelfde gevaren te lopen als de militairen die aan hun geestelijke zorgen zijn toevertrouwd. De oecumene is daar trouwens al lang uitgevonden, jaren voor de kerk er in Holland mee begint, want als er geen aalmoezenier is, geldt de dienst van de veldprediker ook voor de katholieken, en omgekeerd. Er zijn namelijk niet zo erg veel geestelijken en dominees te vinden voor dit gevaarlijke werk. Jan Vink heeft met de clerus goede en minder goede ervaringen opgedaan.
Tekst 10 De initiatieven van dominee Jalink beperken zich niet tot de mariniers alleen. Hij volgt zijn mannen tot in de rosse buurten om ze van het zondige pad af te houden.
Tekst 11 en 12 zijn vervallen.
Tekst 13 Voor veel militairen betekende de ontmoeting met een vrouwelijke artiest ook een gelegenheid je hart eens uit te storten. Bij de veldprediker of de aalmoezenier ging dat toch wat stroever. Roosje Driessen fungeerde vaak als praatpaal, moeder, sociaal werkster. Menig soldaat kwam z'n hart uitstorten, boos om z'n meisje dat niet meer schreef, de verloren liefde die het uitgemaakt had omdat het wachten te lang duurde. Werd er wel eens een militair verliefd?
Tekst 14 Dat in de tropen het bloed anders gaat werken en dat seks bij de koorts van de oorlog hoort, daar wil met in Holland weinig van weten. Het woord seks wordt daar trouwens nog lang niet in de mond genomen. Toch moet het duidelijk zijn dat er meer gebeurt dan het uitvechten van een zinloze strijd om de tijd te doden met pingpongen en sporten, souvenirs verzamelen voor thuis en schrijven naar de correspondentieadressen. Voor hij in Indië komt heeft Vink nog nooit iemand uit Indië gezien, vertelt hij. Wel eens een Chinees. Hoe vinden al die jonge jongens die meisjes in sarong, die baboe's die voor hen wassen en strijken?
Tekst 15 Hoe stel je als voordrachtskunstenares een programma samen, dat iedereen kan boeien. Hoe hou je een rumoerige zaal van militairen die soms al twee, drie jaar van huis zijn, die in een volkomen vreemd land leven, door het oerwoud moeten lopen terwijl ze plotseling beschoten kunnen worden, hoe houd je die met gedichten en teksten bezig? Roosje Driessen probeer haar publiek telkens opnieuw weer in te schatten en haar programma aan te passen.

Uitgebreidere documentatie aanwezig in VPRO archief