Het Spoor Terug

Taghya el Dzezeir, voor een vrij Algerije 1: In Algiers

Het Spoor Terug

Taghya el Dzezeir, voor een vrij Algerije 1: In Algiers

Eerste aflevering van tweeluik over de Algerijnse Malika Hadhoume, die als kind de Algerijnse bevrijdingsoorlog (1954-1962, anderhalf miljoen mensen kwamen om) meemaakte, haar familie verloor en nu, voor het eerst na 26 jaar - weer terugkeerde naar haar vaderland.
Pas een paar maanden geleden gingen de grenzen tussen Algerije en Marokko open en kwam er iets meer Algerijnse belangstelling voor de buitenwereld. Na de onafhankelijkheid in 1962 (van Frankrijk) voerde het land een sterk afgesloten beleid om zo in eigen beheer en op eigen kracht het land weer op te bouwen. Westerse journalisten waren daarbij niet erg welkom. Het Spoor Terug kreeg toestemming om met Malika, een Algerijnse vrouw die als kind de zeven jaar lange oorlog meemaakte, terug te reizen naar haar geboorteland, een reis die ze 26 jaar uitstelde. Voor zover ze kan nagaan heeft ze geen verwanten meer: haar ouders werden vermoord, haar oma is overleden en een oom en broer pleegden zelfmoord.
In deze aflevering komen we aan in Algiers, waar geen water is. Grote teleurstelling. We reizen door naar de havenstad Oran, 500 km westelijker. Ook daar is de teleurstelling van het weerzien heel groot. Malika had zich een socialistisch paradijs voorgesteld, maar treft er de armoede en chaos aan van een grote stad in een derde wereldland. Ze wil en kan niet verder. "Mijn ouders zouden zich in hun graf omdraaien als ze dit zouden zien. Zijn daarvoor zoveel mensen vermoord?"
Gaan we door of keren we terug naar Nederland? Volgens onze plannen moeten we door naar Tlemcen, waar ze na de dood van haar ouders bij haar oma woonde, en naar Marnia, waar ze samen met haar broertje en haar oom heentrok en de oorlog aan den lijve ondervond.

Inleidende teksten:
Tekst 1 Ze zegt direct ja als ik haar vraag of ze met me terug wil gaan naar haar geboorteland. Een reis die ze 26 jaar uitstelde. We ontmoeten elkaar. Een volwassen vrouw met twee gezichten, dat van een oud mens die veel geleden heeft en tegelijkertijd van een klein meisje als ze me over vroeger vertelt. Haar jeugd speelde zich af in een decor van kapotgeschoten dorpen. Haar speelkameraad was de dood. Zeven lange jaren duurde de Algerijnse strijd tegen de Franse kolonialen. Anderhalf miljoen doden waren het resultaat. Ook Malika's ouders. Een generatie werd vermoord. Als ze de rode aarde van Algerije achter zich laat is het 1962. Een klein meisje, mager, doodziek, met lang zwart haar en hele grote ogen. Wat rest van toen zijn een foto, een armband, een gescheurde handdoek en een geest vol mistige herinneringen. Een week voor het vertrek staat alles ingepakt. De tijd gaat onverbiddelijk voort en 's nachts spookt het in haar dromen.
Tekst 2 Algiers. Stinkstad. Geen water. Een badkamer met parketvloer maar geen water. Malika is over haar toeren en wil een ander hotel. We rijden drie uur door de warme nacht maar nergens is water, behalve in de paleizen voor de rijken en die zijn allemaal vol. Wanhoop drijft ons naar de hotelbar. Met twee Berbers op leeftijd, rijkelijk besproeid met eau de cologne, verdrinken we ons verdriet in een nachtclub. De volgende dag kunnen we met hen mee rijden naar de havenstad Oran. Vijfhonderd kilometer naar het westen. De stad vanwaar Malika na de wapenstilstand in 1962 naar Marseille vertrok.
Tekst 3 Oran. Een stad met de vergane glorie van een koloniaal verleden. Aan de cornische, de boulevard, de statige gevels van monumentale gebouwen die aan de achterzijde uitkijken over de krotten van de stad. Ik zit op een bankje en de stad trekt aan me voorbij. Een bonte stoet van kinderen, gesluierde vrouwen, oude moudjahediens met af gerukte ledematen en bedelaars. En jonge mannen die rusteloos zoekende door de straten dolen. Malika is ziek geworden en verlaat haar hotelkamer niet meer. Ik wil hier weg.
Tekst 4 Eindelijk aan de slag. We zijn al drie dagen in Oran. We rijden met een taxi door de stad op zoek naar bekende plekken. Hier maakte Malika het einde van de strijd mee: De fransen vertrokken met alles wat ze dragen konden en de FLN; het bevrijdingsleger, durfde zich eindelijk openlijk te vertonen. Taghia El Dzezeir klonk het door de straten: Leve Algerije. En overal wapperde de groen-rode Algerijnse vlag. 19 maart 1962 bracht Lucas Kleijn voor de Nederlandse radio een verslag uit Parijs:
Tekst 5 Vier dagen Oran nu. We moeten weg, want Malika wordt hier gek. Bij het minste of geringste overvalt haar een Arabische razernij die haar helemaal uitput. Ze eet niet meer en na de opnames deze week is ze helemaal teruggevallen. Ze hoest en spuugt, klaagt en steunt en slikt alles wat ze van huis heeft meegenomen. Ik weet niet hoe het verder moet.
Tekst 6 Tlemcen. Hotel Les Zianides. Een oase met palmen, mozaïek, marmeren pilaren en een zwembad. Het is de hemel hier.

Uitgebreidere documentatie aanwezig in VPRO archief