Het Spoor Terug

George Oversteegen, 1: Van Haarlem naar Moskou

Het Spoor Terug

George Oversteegen, 1: Van Haarlem naar Moskou

Eerste deel van een tweeluik over anarchist George Oversteegen.
In 1925 richt George Oversteegen in 1925 de Anti-Stemdwang Partij op. Met ludieke acties ageert hij tegen de verplichte gang naar de stembus. Als in 1927 de Gemeenteraad van Haarlem wordt uitgebreid, blijken de 1012 stemmen van George net genoeg om de laatste restzetel in de wacht te slepen. Op klompen en met een hoge hoed op laat hij zich installeren.

Inleidende teksten:
George Oversteegen behoort tot een uitstervend ras, zoals hij zelf zegt. In de Utrechtse Mariastraat heeft hij al 56 jaar een winkeltje met Tweedehands boeken. Dagelijks is George Boekentoko, zoals iedereen hem kent, te vinden in het kantoortje achter in de winkel. Ondanks z'n 86 jaar wil hij de zaak niet opgeven. Ook al verkoopt hij niet meer dan drie boeken per dag. Geld heeft hij nooit gehad en wil hij ook niet hebben. Hij leeft van de paar vrienden, die hem zo af en toe nog komen opzoeken. Elke klant krijgt bij aankoop van George een portie goede raad. George is 80 jaar politiek actief. In 1910 loopt hij al achter een demonstratie van Domela Nieuwenhuis aan. Sindsdien sliep hij in heel wat politieke bedden. Maar of 't nou Domela, Troelstra of Stalin was die hij vereerde, altijd bleef hij de wat naïeve idealist, vechtend voor een betere maatschappij. Deze en de komende week laat Het Spoor Terug de hernieuwde kennismaking horen van George Oversteegen met Haarlem en Moskou: de plaatsen waar hij zich na de 1e Wereldoorlog politiek ontwikkelde.
Tekst 2 Hoe dichter de dag nadert, dat we met George naar Moskou zullen gaan, hoe zenuwachtiger hij wordt. "Eerst Moskou zien, en dan wil ik wel sterven", zegt hij, de cynische humor nog steeds niet verleerd. Tot op het uur van vertrek, ben ik er niet zeker van, of hij nou echt wel meewil. Uiteindelijk stapt hij toch het vliegveld in, en is er geen weg meer terug. Een weerzien met Moskou.
Tekst 3 De eerste dag Moskou zit erop. George zijn invalidenwagen is op het vliegveld spoorloos verdwenen. Een reservewagen is niet te krijgen. Het hotel waar we George met veel moeite heen gebracht hebben heeft er wel een, maar die staat met drie lekke banden onder een dikke laag stof. En de solidariteit in de socialistische staat gaat niet zover dat iemand bereid is de banden te plakken. George wil daarom liefst op zijn hotelkamer blijven. Uiteindelijk lukt het me om hem stapje voor stapje een Intourist-bus in te loodsen. Een rondleiding door de stad moet zijn geheugen wat opfrissen. Dat valt niet mee.

Uitgebreidere documentatie aanwezig in VPRO archief