Het Spoor Terug

De Loffelijcke Compagnie 6: Kaap de Goede Hoop

Het Spoor Terug

De Loffelijcke Compagnie 6: Kaap de Goede Hoop

Zesde deel van de veertiendelige serie 'De loffelycke compagnie' over de geschiedenis van de VOC.
De reis naar de Oost vergt, door de barre omstandigheden aan boord, veel slachtoffers. Daarom krijgt Jan van Riebeeck in 1652 de opdracht een verversingspost te stichten aan de zuidkust van Afrika. De eerste negen ‘vrijburghers’ die zich aan de Kaap vestigen zijn de voorouders van de huidige Afrikaners.
In deze aflevering gaat Kiki Amsberg op zoek naar overblijfselen van de VOC op Kaap de Goede Hoop. Vraaggesprekken met Bruno Wertz, onderwaterarcheoloog die duikt naar het VOC-schip 'De Oosterlandt' dat in 1697 voor de kust van Kaapstad verging; met historicus Hans Heese over de Compagniestuin en over de herkomst van slavenfamilies die daar te werk werden gesteld; met historicus Jattie Bredekamp over de verhouding tussen de oorspronkelijke bevolkingsgroepen en de nieuwkomers uit Europa.
De eerste uiting van de geest van Apartheid werd uitgevoerd door de V.O.C.beambte Jan van Riebeeck rondom de nederzetting van de eerste Hollandse kolonisten een ondoordringbare haag van bittere amandelen liet planten om de vijanden uit de buurt te houden.
Het was zondag, de zesde juli 1652 dat hij met zijn trotse zeilschip in de Tafelbaai vlak bij de Kaap de Goede Hoop voor anker ging. Zijn opdracht was het stichten van een verversingspost op de lange reis naar de Oost. De manschappen hadden onderweg teveel te lijden onder het gebrek aan vers water en voedsel en een gedecimeerde bemanning kostte de Heren Zeventien te veel geld. Ik probeer me de gebeurtenis voor te stellen. De brede afgeplatte Tafelberg komt in zicht. Om de berg hangt een deken van wolken, waarop de uitgehongerde bemanning grapt: de tafel is gedekt. Van Riebeeck roeit naar het land en zet een vierkant stuk grond uit: daar moet het Nederlandse fort. Zoals wij vroeger op het strand landje pik speelden, zo moet de zeventiende eeuwse commandant met pluimhoed en fluwelen cape, aan de rand van de branding zijn territorium hebben uitgezet. Een handjevol rondtrekkende Khoi, een herdersvolk dat in de Kaap haar kudden liet grazen, begon na enige tijd bij monde van zijn tolk Herry protest aan te tekenen. Het land was hier van iedereen en hoe dachten de Hollanders erover als zij zo in Nederland zouden handelen? De mannen van van Riebeeck kochten toen officieel het stuk land voor koperdraad, kralen en arak. De eerste grondtransactie was een feit. Vanuit de Tafelbaai hebben de V.O.C. dienaren en later de trekboeren zich over het land verspreid. Het was hun goddelijke opdracht. Een geschiedenis van vier en een halve eeuw noeste arbeid en heilig geloof, dat op een fatale ramp uitliep voor hen die een andere huidskleur droegen. Een ramp die nu in het Nieuwe Zuid-Afrika weer stapje voor stapje ongedaan wordt gemaakt.
Fragmenten uit dagboeken, brieven en VOC-archieven worden gelezen door Aad Bos.

Uitgebreidere documentatie aanwezig in VPRO archief
Productie tot stand gekomen met een subsidie van het Stimuleringsfonds Culturele Omroepproducties.