Het Spoor Terug

Hélène Kröller-Muller

Het Spoor Terug

Hélène Kröller-Muller

Speurtocht naar het geheime leven van mevrouw Hélène Kröller-Muller.
Met interviews met
- achterkleinzoon Pek van Andel;
-kleindochter mevrouw Everwijn-Brückner;
-Noor van Andel;
-Troedie Schalkwijk.

Inhoud:
Rond de grote kunstverzamelaar mevrouw Kröller-Müller heeft altijd veel geheimzinnigheid geheerst. Allerlei verhalen doen de ronde, die zich voornamelijk afspelen rond het schitterende jachtslot St Hubertus op de Hoge Veluwe, gebouwd door Nederlands beroemdste architect Berlage.
Helene Müller groeide op in Düsseldorf in Duitsland als dochter van directeur Müller van de grote handelsonderneming Müller en Co. Op haar 19e trouwde ze met de Nederlander Anthony George Kröller, A.G.K. genoemd, die bij haar vader in dienst was.
Vanaf 1906 begon zij onder de bezielende leiding van kunstpedagoog Bremmer een verzameling aan te leggen; zij gold als één van de eersten die het meesterschap van van Gogh heeft erkend en veel van zijn schilderijen heeft gekocht.
De heer Kröller steunde financieel de passie van zijn vrouw.
Het echtpaar is begraven op het landgoed De Hoge Veluwe, op een nogal moeilijk te vinden plaats, onbereikbaar voor het grote publiek. Met Helene Kröllers achterkleinzoon Pek van Andel weten we de goed verborgen begraafplaats te vinden.
Het blijkt dat er niet alleen twee grafstenen zijn, maar ook een derde kleine steen, waaronder de as van de trouwe vriend en waarschijnlijk ook minnaar van mevrouw Kröller zich bevindt. Wat de rol van Sam van Deventer precies geweest is, is nog steeds een raadsel, omdat brieven van Hélène aan Sam ergens veilig bij een notaris opgeborgen zijn. Niemand mag ze lezen.
Mevrouw Everwijn-Brückman is een kleindochter van mevr. Kröller-Müller. Zij kan zich haar grootmoeder goed herinneren.
Ze beschrijft haar als een vrouw die de indruk maakte dat ze op een troon zat, afstandelijk en voornaam.
Door te grote risico's en onder invloed van de crisistijd gaat het slecht met het bedrijf van de Heer Kröller, Müller & Co. en moeten de kunstaankopen gestopt worden, vertelt Eleonoor van Andel, die getrouwd was met een dochter van mevrouw Kröller-Müller.
Op 13 juli 1938 werd het Kröller-Museum geopend. Het was niet het grote museum waar mevrouw Kröller-Müller van gedroomd had, want door gebrek aan geld kan dat niet gebouwd worden. De architect van dit museum was Henri van de Velde. Mevrouw Everwijn hielp haar grootmoeder bij de inrichting van het museum.
Troedie Schalkwijk kwam vlak voor de dood van mevrouw Kröller bij haar in dienst en verzorgde haar op haar ziekbed in december 1939. Aan het sterfbed bleek er een scheidslijn in de familie te lopen, één van de zoons heeft duidelijke NSB sympathieën. De heer Kröller overlijdt in 1941. Sam van Deventer is in de oorlog directeur van het museum. Na de oorlog bleek hij enkele kunstwerken aan hoge Duitse officieren verkocht te hebben. Hij werd dan ook door de zuiverings-commissie van zijn functie ontslagen.

Uitgebreidere documentatie aanwezig in VPRO archief