Ongehoord

Vechtende heiligen

Ongehoord

Vechtende heiligen

Met z'n vieren hangen ze in stille verwondering over de brugleuning en kijken naar het water van de Ganges, dat kolkend onder hen doorstroomt. Dat de twee al wat oudere echtparen uit de bergen komen is evident: knoestige koppen, dikke wollen truien en ogen vol verbazing. Ze zijn vanuit hun dorpje ergens hoog in de Himalaya naar het stadje Haridwar gekomen om met miljoenen geloofsgenoten het grote Hindoe-festival Kumbh Mela bij te wonen en stappen in één klap een sprookjeswereld binnen: winkels vol spullen die ze niet eens kunnen bedenken, het doordringende aroma van de Indiase keuken op elke straathoek, slangenbezweerders met geheimzinnige rieten mandjes, voor een dubbeltje gaat het deksel eraf en wordt de slaperige, tandeloze cobra ruw wakker gepord. En dan natuurlijk de hoofdrolspelers van het festijn, de sadhu's, Hindoeheiligen die geacht worden alle wereldlijke zaken te hebben afgezworen maar bij voorkeur de verzengende middaghitte ontvluchten in speciaal voor hen gebouwde tenten waar ze, zich suf blowend, koelte zoeken bij zoemende ventilatoren en de muziekzender MTV via draagbare zwart-wit tv's hun benevelde wereld binnendendert. De bergbewoners zullen de komende nachten waarschijnlijk op straat doorbrengen, of ergens in een van de uitgestrekte tentenkampen die rond de stad zijn opgetrokken: tijdens het festival groeit de bevolking van Haridwar in een paar weken van krap zeventigduizend naar ruim twaalf miljoen. Van heinde en verre komen de afgematte pelgrims toegestroomd.