OVT

OVT

Wekelijks geschiedenisprogramma met discussies, reportages en ooggetuigenverslagen.
In deze aflevering de volgende onderdelen:


10.07 In het weekend van 31 jan. op 1 februari van het jaar 1953 was Arie Kleijwegt in Hamar, om vandaar verslag te doen van de EK hardrijden op de schaats. Kees Broekman was de kampioen; dit feit werd echter geheel overschaduwd, "overspoeld" noemt Kleijwegt het, door de watersnoodramp die op dat moment plaatshad.
10.09 Vandaag om 11.25 het laatste deel van de Spoor Terug serie Wi egi sani over de geschiedenis van Suriname. Naar aanleiding hiervan een discussie o.l.v John Jansen van Galen over de geschiedschrijving van Suriname en het geschiedenisonderwijs in Suriname.
Gasten:
- de schrijver Albert Helman, pseudoniem voor Lou Lichtveld ( geboren in 1903 te Paramaribo), voormalig minister van onderwijs van Suriname en gevolmachtigd minister te Washington. Schreef onder meer: "De foltering van Eldorado", een naar zijn eigen zeggen ecologische geschiedenis van Suriname. Volgens Jansen van Galen geen koel objectief boek, maar een vol van woede en verbittering. Helman hierop: "Geschiedenis moet levend zijn";
- de historicus Hans Ramsoedh, voorzitter van het Instituut ter Bevordering van de Surinaamse taal- en letterkunde, en docent geschiedenis aan een PABO te Arnhem. Volgens Ramsoedh is het feit dat de Surinaamse geschiedenis veelal door Nederlanders wordt geschreven geen ramp: de jonge Nederlandse historici van dit moment zijn niet zozeer gericht op het moederland;
- Rosemarijn Hoefte, historica, wetenschappelijk medewerkster van de Caraïbische afdeling van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land-, en Volkenkunde te Leiden; promoveerde op een proefschrift over de Hindoestaanse en Javaanse contractarbeiders in Suriname tussen 1873 en 1940; vindt het Creoolse accent in de Surinaamse hist. opvallend, aangezien 50 % v.d. Surinaamse bevolking bestaat uit Javanen en Hindoestanen. Het probleem voor het geschiedkundig onderzoek in Suriname zelf, of dat nu door buitenlanders of door Surinamers zelf wordt verricht, is de slechte toestand, de ontoegankelijkheid van de archieven daar, waardoor men toch weer aangewezen is bronnenmateriaal in Nederland.
10.40 Marnix Koolhaas in gesprek met Eveline Bakker. Bakker heeft van eind 1980 tot en met 1992 in Paramaribo gewerkt als onderwijskundige en historica, en heeft meegewerkt aan de vernieuwing van het geschiedenisonderwijs in Suriname.
Enige door John Jansen van Galen aangeroerde punten:
-veel koloniale en antikoloniale geschiedenis: nadruk op de slaven, weggelopen slaven, veel "wit-zwart", op een ingewikkelde manier toch Eurocentrisch: de geschiedenis van de zwarte slaven versus de blanke overheersers;
-ook in de vanuit Nederland bedreven historiografie blijven de indianen en Aziaten buiten beeld;
-het overwicht van Hollanders in de geschiedschrijving van Suriname; in die zin is de geschiedschrijving van Suriname ook koloniaal; pas sinds het standaardwerk van de Nederlandse historicus Van Lier (1947) ook Surinaamse deelnemers. Over Van Lier vertelt Hoefte "Pionierswerk", hetgeen door Ramsoedh wordt beaamd, met de kanttekening dat Van Lier de blanke overheersing wel erg in de Freudiaanse sfeer trok.
Tenslotte een opmerking van Helman: "Suriname heeft op dit moment aan andere dan geschiedkundige wetenschappers behoefte: ingenieurs enz, die het land uit het slop kunnen trekken".
11.04 Herdenking van de Watersnoodramp, veertig jaar geleden. Kiki Amsberg citeert een passage uit "De Ramp, een reconstructie", van collega Kees Slager; in de door Gerard Leenders samengestelde agenda een greep uit de vele herdenkingstentoonstellingen, rondleidingen e.d. in Zuid-Holland, Zeeland en West-Brabant. Daarna een collage samengesteld door Kees Slager over de falende hulpverlening tijdens en na de stormramp, waarin o.a. een (door de zuster van Kees Slager voorgelezen) brief van een moeder aan haar zoon, veertig jaar geleden geschreven.
11.25 Laatste aflevering van de elfdelige Spoor-Terug-serie "Wi egi Sani", over de geschiedenis van Suriname.
In 1975 wordt Suriname onafhankelijk; Nederland en Suriname delen de verantwoordelijkheid voor de economische ontwikkeling van Suriname; Nederland zegt hiervoor 3,5 miljard toe. De uitkering van dit bedrag is echter gebonden aan allerlei voorwaarden, opgesteld door de Commissie Ontwikkelingssamenwerking Nederland Suriname, de CONS. Veel door Suriname ingediende voorstellen worden echter afgewezen, en als Nederland na de decembermoorden van 1982 eenzijdig de relatie opschort, is het grootste deel van het bedrag nog niet besteed.
Te horen in deze aflevering:
-George Pierre, behorend tot de (oorspronkelijke) bevolkingsgroep der indianen; spreekt over de grootscheepse plannen voor de opbouw van de Surinaamse economie;
-Dr.Ir. Frank Essed, in een fragment uit een door John Jansen van Galen in 1971 gemaakt interview; over de wenselijkheid van de politieke onafhankelijkheid naast die van de economische onafhankelijkheid;
-Prof. Ferdinand van Dam, voornaamste ambtenaar van minister Pronk tijdens het kabinet Den Uyl, lid van de CONS, nu Nederlands vertegenwoordiger bij de OESO te Parijs;
-Derk Ferrier, destijds, evenals tegenwoordig, directeur van een ontwikkelingsbureau in Paramaribo;
-Michael Cambridge, Surinaamse minister van Opbouw, in een interview met Ben Wamelink van de KRO, een fragment uit 1975.
Samenstelling: John Jansen van Galen. Presentatie Kees Slager.


Uitgebreidere documentatie aanwezig in VPRO archief
Tijden bij benadering
Presentatie: Kiki Amsberg