De Donderdag Documentaire

In mijn dromen loop ik

De Donderdag Documentaire

In mijn dromen loop ik

In de bloei van hun leven komen Kathinka, Marinus en Tony voor altijd in een rolstoel terecht. Direct na zo'n ernstig ongeluk is de behandeling gericht op lichamelijke revalidatie. Als op dat vlak alles is geprobeerd, komt het moeilijkste: hoe geef je een totaal verwoeste toekomst weer zin? Voor danseres Kathinka is het fatale ongeluk twaalf jaar geleden. Pas nu, na al die jaren, kan ze zonder al te veel hartenpijn video's bekijken van haar danscarrière. Langzaam maar zeker leert ze, met steun van haar partner en een 'hulphond', haar leven een nieuwe invulling te geven en de dingen te doen die ze kan én wil doen. Een andere manier van bewegen en dans krijgen voorzichtig een plek in haar leven. Marinus rijdt zichzelf tweeënhalf jaar geleden te pletter, kort na zijn huwelijksreis. Zijn vrouw, met wie hij veertien jaar samen is, verlaat hem na vier maanden. Hij is voor zijn gevoel alles kwijt wat het leven leuk maakt: feesten en beesten. 'In het revalidatiecentrum had ik nog wel vechtlust. Ik probeerde zoveel mogelijk zelf te doen. Maar eenmaal thuis komt daar niets van terecht. Het is veel efficiënter om je te láten verzorgen.' De nieuwe situatie thuis valt hem enorm zwaar, waardoor hij in een depressie raakt. In een confronterend gesprek houdt zijn psychiater uit zijn revalidatieperiode hem voor dat hij zijn grenzen al lang heeft verlegd. 'Jij wilt helemaal niet dood.' Langzamerhand kan Marinus zijn werk en zijn relaties met mensen weer oppakken. De talentvolle voetballer Tony is op de verkeerde tijd op de verkeerde plaats. Hij vangt een kogel op die niet voor hem bestemd is. De kogel gaat dwars door zijn rug. Hoewel de doktoren meteen duidelijk tegen hem zijn: 'Jij gaat nooit meer lopen jongen', denkt Tony zelf dat hij er met veel trainen weer bovenop zal komen. Zijn zus, steun en toeverlaat en vrijwel continu aan zijn zij, ziet de ernst van de situatie en is wanhopig. 'Ik doe alles voor hem, maar het is nooit genoeg. Want beter maken kan ik hem niet', herhaalt ze k