Tegenlicht: De race om de auto van de toekomst

waarin de toekomst van onze energie wordt geschetst. Tegenlicht speelt met de vraag Wat te doen als olie en gas ontbetaalbaar worden.

Tegenlicht: De race om de auto van de toekomst

waarin de toekomst van onze energie wordt geschetst. Tegenlicht speelt met de vraag Wat te doen als olie en gas ontbetaalbaar worden.

In Amerika is het een verkiezingsthema; op de Kaukasus speelt het een belangrijke rol bij Ruslands inval in Georgië en in Europa is het de veroorzaker van het nieuwe fenomeen ’brandstofprotest’. Tegenlicht pakt de draad van het thema Energie weer op en speelt met de vraag ‘wat te doen als olie en gas onbetaalbaar worden?’ In vier uitzendingen schetst Tegenlicht de toekomst van onze energie. De mythes, dilemma’s en gevaren, maar vooral ook de mogelijkheden. Een nieuwe tijd met andere winnaars. Er is namelijk geen energieprobleem maar een transitieprobleem. De hoge kosten voor ons persoonlijk vervoer komen niet zozeer door de hoge brandstofprijzen, als wel door het enorme verbruikt van onze auto’s. Terwijl de wagen die we rijden al lang met veel minder kan. Zo ondervond bijvoorbeeld Evan McMullen, een autodealer uit Seattle die bij toeval op een Opel uit 1970 stuitte. Wat bleek? Het oudje reed ruim tien keer zuiniger dan de gemiddelde auto die wij nu kunnen kopen. In Tegenlicht de vraag hoe het mogelijk is dat de auto-industrie nooit iets deed met deze technologie. Steeds minder mensen wachten tot de grote autofabrikanten eindelijk met flink zuiniger auto’s komen. Zij zorgen er zelf voor dat ze minder afhankelijk worden van de onbetaalbare benzine. Zoals Illuminati Motors Works, een groepje enthousiaste hobbyisten dat zich inschreef voor de X-prize, een Amerikaans non-profit initiatief dat volgend jaar uitmondt in een race voor zuinigste auto. In een eigen garage bouwen zij een auto die met gemak 1 op 40 kan rijden. General Motors, een van de grootste autofabrikanten ter wereld en onder meer verantwoordelijk voor de automerken Opel en Chevrolet, denkt niet dat dergelijke auto’s op korte termijn mogelijk zijn of verkocht gaan worden. Op de lange duur zullen er alternatieven komen voor de verbrandingsmotor, maar deze zal in zijn huidige vorm nog decennia voor ons vervoer moeten zorgen. En dan gaan we over op waterstof, aldus General Motors. Maar waarom zo lang wachten en zoveel geld betalen als de alternatieven nu al beschikbaar zijn? Dat vraagt ook Elon Musk zich af, directeur van Tesla Motors, een bedrijf in Silicon Valley dat elektrische auto’s produceert. “De grote auto fabrikanten zeggen altijd dat het waterstof wordt. Over tien jaar… Maar het is altíjd over tien jaar, en het zal altijd over tien jaar blijven. Waterstof is onzin. Het is een marketingtruc, om de critici tevreden te houden.” Moeten we wachten op de alternatieven van de grote autofabrikanten, of komt innovatie uit andere hoeken? Volgens Vijay Vaitheeswaran, verslaggever voor The Economist en schrijver van Zoom, the race to fuel the car of the future, is het maar de vraag of de grote autofabrikanten van nu gaan zorgen voor de auto van morgen. “Ze innoveren bijna niet omdat ze dat nooit hoefden. Ze verdienden veel geld met grote auto’s, en de aandeelhouders vonden dat voldoende.” Maar de huidige olieprijzen, de afhankelijkheid van bedenkelijke olieproducerende staten en de toegenomen aandacht voor het milieu, dwingen de grote autofabrikanten eindelijk om naar het brandstofverbruik van hun auto’s te kijken. De vraag is echter of de oplossingen van de grote merken op tijd zullen zijn, of komt de auto van de toekomst uit een hele andere hoek? Regie/research: Martijn Kieft Eindredactie: Jos de Putter/ Doke Romeijn