Yo soy asi

Yo soy asi

Yo soy asi

Yo soy asi

De artiesten en bedrijfsleider Enrique Marti worden gevolgd
in hun dagelijks leven en in de nachtclub. Ze zingen hun
liederen thuis, bij de repetities en bij optredens. Mario del Valle loopt iedere dag zuchtend en steunend de vele trappen naar zijn kleine woonkamer op en af waar hij woont met zijn hospita. Als travestiet zingt hij hartverscheurende liederen en geeft hij avond aan avond het beste van zichzelf. Samen met een aantal andere bejaarde artiesten houdt hij de legende van Bodega Bohemia levend. De zaak wordt gerund door Enrique Marti, die als een vader voor zijn 'familie' zorgt. Hij heeft de zwakzinnige Juan José van 54 jaar, die elke avond als ascotte aanwezig is en zingt, in zijn eigen gezin opgenomen. Naast Del Valle kan het alsmaar verder slinkende publiek genieten van onder meer de zingende loodgieter en klusjesman Jordi Soler, travestieten op leeftijd zoals Gilda Love en Carmen de Mairena, en Manolo da Costa, een imitator van Antonio Machin, de legendarische Cubaanse zanger. De artiesten bereiden zich voor op hun laatste optreden in de club. Eigenaar Puga is overleden en het pand wordt verkocht.
Marti zou de zaak wel over willen nemen, maar het ontbreekt
hem aan de middelen.