Radio à la Carte

Ingmar Heytze: Het heelal

Radio à la Carte

Ingmar Heytze: Het heelal

Ingmar Heytze is dichter, performer, columnist, oud-huisfilosoof en oud-stadsdichter van Utrecht. Veel radioherinneringen heeft hij aan de Ko de Boswachtershow, het Pandemonium, Een uur Ischa... Thuis luistert hij podcasts, onderweg nieuwsradio.

Het Heelal - Door Ingmar Heytze

Op woord.nl is veel te vinden. Maar niet alles. En toch is alles nog ergens; het drijft verder en verder bij ons vandaan door het breinbrekend grote, inktzwarte vacuüm dat ons omgeeft. Elk ethersignaal dat ooit is uitgezonden, beweegt zich nog altijd van de aarde af, onderweg naar wie weet wat voor vreemde oren.

Toen de radio werd uitgevonden, gooide de mens een steen in de vijver van de kosmos. Het resultaat is een doorlopende, veeltalige stroom van zwaar geouwehoer en lichte muziek die in kringen naar alle kanten golft.
Toen we zelf de dampkring nog niet eens uitkwamen, waren onze radiostemmen al decennia lang op reis door de ruimte. De wereldgeschiedenis van het grootste deel van de vorige eeuw dobbert door het heelal. Oorlog en vrede, liefde en verlies, de speeches van Churchill, de gitaar van Jimi Hendrix, de trompet van Chet Baker, de stem van Callas, de grindbak van de hoorspelkern. ‘Er is alles in de wereld het is alles’ dichtte Lucebert. En dat alles, zelfs de afgemeten stem van Lucebert die dat alles benoemt, zeilt maar zo’n beetje rond door het grote niets, het oor van het universum zelf.

Of al dat geluid nog eens ergens aankomt weet niemand, laat staan of er ooit een ander antwoord komt dan de echo van onze eigen berichten. Totdat we een onverklaarbaar signaal opvangen, kunnen we niet weten of er buitenaards leven is – of was – dat zoiets als de radio heeft uitgevonden. Op zichzelf kan het elk moment gebeuren dat er zo’n signaal binnenkomt. Misschien is het al miljoenen jaren naar ons onderweg. Misschien is het ons al weer voorbij, en hebben we het niet gemerkt. Misschien is het er nu, maar luisteren we domweg niet op de juiste frequentie. Het is waarschijnlijker dat er vanuit de ruimte weinig meer komt dan kosmische ruis met hier en daar een Mexicaanse hond. Maar wie de kennis en de apparatuur bezit, kan het heelal zelf uit die ruis destilleren.

Op de een of andere manier hebben de radio en de ruimte iets met elkaar te maken. Het onvoorstelbare, grote onbekende laat zich geweldig vertalen in ruisend geluid. Een astronoom hoort daar informatie in, de leek gaat onherroepelijk in die ruis op zoek naar een teken van leven, ritme, een signaal dat meer is dan louter pulserende straling uit een ster die we nooit zullen bezoeken – een oude zon die misschien al is overleden en alleen in onze oren nog een beetje natikt, steeds langzamer, als een hart op weg naar de onvermijdelijke stilstand. Dat horen we. Maar het is niet zo. Het is wat het is. We zijn de enige wezens in het heelal die in alles steeds maar onszelf zoeken in de duisternis, met onze oor tegen de radio gedrukt.