Radio à la Carte

Ingmar Heytze: De stem

Radio à la Carte

Ingmar Heytze: De stem

Ingmar Heytze is dichter, performer, columnist, oud-huisfilosoof en oud-stadsdichter van Utrecht. Veel radioherinneringen heeft hij aan de Ko de Boswachtershow, het Pandemonium, Een uur Ischa... Thuis luistert hij podcasts, onderweg nieuwsradio.

De stem - door Ingmar Heytze

In den beginne was er niet het woord, maar de Stem. U kunt tegenwerpen dat een stem niets te zeggen heeft zonder woorden. Maar dat zult u niet doen. U weet immers ook wel dat u ongelijk heeft. Als het om radio gaat, is het precies andersom: de stem komt eerst. De Stem, met hoofdletter S, om precies te zijn, van niemand minder Cor Galis, vele jaren de Stem der VPRO. Een raspende bariton met zoveel karakter, dat ik er een hoop woorden uit de Nederlandse taal voor altijd mee heb verbonden. ‘Enfin’. ‘Bolide’. ‘Gódsámme.’ ‘Tsja ja…’

De Stem van Cor Galis was – of is, want dat is de natuurlijk de kracht van een website als deze, dat de dingen ergens blijven – even iconisch als ironisch. Het is een bijna karikaturale stem, die je toch gelooft, omdat hij je de waarheid toeblaft, of iets wat daarvoor door moet gaan. In ieder geval voel je aan het wapperen van je speakerkarton dat het recht uit het vurig kloppende hart in dat machtige lijf komt.

Later, veel later, leer je dat al die tirades, scheldkanonnades en ontboezemingen door anderen werden geschreven; Ischa Meijer, Rogier Proper en wie al niet. Nog later kom je erachter hoe Cor Galis, die je op grond van die Stem een Anton Geesink-achtig postuur toedichtte, er in werkelijkheid uitzag – een kleine, enigszins kromme verschijning, die waarschijnlijk ook niet in een Lamborghini rondreed, maar in een Daf-achtige autootje. En je begrijpt opnieuw de kracht van het woord en van die ontzagwekkende Stem, waar de werkelijkheid nooit tegenop zal kunnen.

Hij zou zijn Stem natuurlijk nooit aan dergelijke onzin hebben geleend. Toch stel ik me af en toe voor hoe het zou zijn om met Cor Galis op de tomtom in de auto te zitten.

‘Wát? Tsja ja, een afslag. Nog een stukkie verder nu. Aan het einde moet u bij de rotonde driekwart rond. Verdomme. Driekwart, zei ik. Kut! Volkomen kut. Dat is geen chaufferen, tuthola, dat is willekeur op vier wielen wat u daar doet, waarde automobilist. Godverdomme, wat een ellende. Enfin, nu moeten we dus weer een heel eind verder rijden, teneinde op zo’n rottig bouwterrein met een halsbrekende taxidraai wederom op ramkoers met diezelfde klote-rotonde uit te komen. U kunt het krijgen zoals u het hebben wilt! (Bulderend gelach dat overgaat in gehoest). Jezus Christus, wat een treurnis in zo’n koekblik (Lange stilte). Het is even zo goed nog een ellendig lange weg. Wordt het geen tijd dat u een béétje naar me luistert? Ach, wat kan mij het ook schelen. (Barst opnieuw in een raspende lachen uit. Crescendo:) Ik trek mijn handen d’r vanaf! Ik zit ten slotte niet achter het stuur van uw bolide… (buldert van het lachen) Dat moest er godverdomme nog eens bij komen! (Wist de tranen uit zijn ogen en bedaart) Nee, dat is me gelukkig dan weer bespáárd gebleven… Tsja ja…’ (muziek).